Hoewel de naam anders doet vermoeden, is Anglo Belgian Corporation een op en top Belgisch bedrijf. Sinds de oprichting in 1912 produceert het bedrijf grote motoren. Met 60 procent van de omzet is de scheepvaart de belangrijkste afzetmarkt, gevolgd door de stroomgeneratoren (30%) en de locomotieven (10%).
...

Hoewel de naam anders doet vermoeden, is Anglo Belgian Corporation een op en top Belgisch bedrijf. Sinds de oprichting in 1912 produceert het bedrijf grote motoren. Met 60 procent van de omzet is de scheepvaart de belangrijkste afzetmarkt, gevolgd door de stroomgeneratoren (30%) en de locomotieven (10%). "De scheepvaart kende een moeilijke periode, maar stilaan komt er licht aan het einde van de tunnel. De grote groeier van de jongste jaren was de divisie stroomgeneratoren. We hebben een aanbesteding binnengehaald voor de Wereldbank met een hybride oplossing waarin we zonnepanelen combineren met onze dieselmotoren. Daarnaast leverden we - in de nasleep van de kernramp in Fukushima - een groot aantal noodgeneratoren aan het Franse EDF. Die dieselgeneratoren zijn bestand tegen aardbevingen en tsunami's en moeten bij een ramp de reactoren afkoelen", zegt CEO Tim Berckmoes. De omzet spurtte tussen 2013 en 2017 van 62 miljoen euro naar 118 miljoen euro. Ook de cashflow kende in die periode een explosieve groei van 4 miljoen naar 23 miljoen euro. De lage rendabiliteit was aanvankelijk een probleem voor het bedrijf. Bij de honderdste verjaardag van het bedrijf in 2012 vertelde Tim Berckmoes nog dat ABC zijn motoren bijna tegen de kostprijs op de markt bracht en dat enkel de verkoop van wisselstukken echt winstgevend was. "De omzet is sindsdien feller gestegen dan de vaste kosten. Dat heeft onze rendabiliteit een boost gegeven. Daarnaast is ook de omzet in de aftersales toegenomen. Daar liggen de marges nog altijd een beetje pak hoger." In heel wat industriële sectoren zetten Chinese bedrijven druk op de marges. In het segment van de middelsnellopende motoren valt dat nog mee. "Wij hebben al meer dan honderd jaar ervaring. Daardoor hebben we een mooie voorsprong. Maar dat wil niet zeggen dat we de markt voor ons alleen hebben. De strijd is bikkelhard. De grootste concurrenten zitten in Europa en vooral in Zuid-Korea", zegt Tim Berckmoes. Er is al heel wat inkt gevloeid over de vraag hoe we de maakindustrie in eigen land kunnen houden. "De groep heeft vier gieterijen, in Duitsland en in Frankrijk, waar de motoronderdelen worden gegoten. Al de rest gebeurt in Gent: ontwikkeling, engineering, verspaning, montage, testen", zegt Berckmoes. "Het is een belangrijke meerwaarde dat de medewerkers continu feedback aan elkaar geven. Dat de lonen hier hoger liggen, is ook relatief. We hebben al veel in automatisatie geïnvesteerd, waardoor de loonkosten amper 5 procent van de assemblagekosten bedragen. Daarvoor moet je geen risico's nemen." De belangrijkste rem op de groei is het vinden van de juiste mensen. "Vooral de jongste twee jaar is het lastiger geworden om technisch geschoold personeel te vinden. Jammer, want iemand met een passie voor techniek komt bij ons helemaal aan zijn trekken. Hij kan het hele productieproces tot een afgewerkte motor opvolgen. We doen intussen ons best om ons als werkgever meer in de kijker te zetten bij de jeugd door deel te nemen aan techniekacademies, jobbeurzen en stageplaatsen aan te bieden." Het klimaatdebat is actueler dan ooit. Nog al te vaak krijgt de dieselmotor de zwartepiet toegespeeld. "Het is jammer dat alles op een hoopje wordt gegooid", zegt Tim Berckmoes. "Wij werken al 25 jaar aan een switch. We hebben ons assortiment uitgebreid met motoren op lng en cng. Daarnaast doen we ook volop testen met methanol en waterstof. Technisch is alles mogelijk, maar economisch lukt het voorlopig niet. Waterstof is vier tot vijf keer duurder dan diesel. De dieselmotor zal niet zo snel verdwijnen. Dankzij nieuwe technieken zoals katalysatoren en partikelfilters is de uitstoot van dieselmotoren soms beter dan die van gasmotoren." De wortels van ABC gaan terug tot in 1912, toen negen industriële investeerders begonnen met de productie van interne verbrandingsmotoren. Nog voor de Eerste Wereldoorlog leverde ABC al motoren aan klanten in Australië en Rusland. In de volgende decennia breidde het bedrijf zijn wereldwijde netwerk uit. Export is op vandaag goed voor 85 procent van de omzet. Vanaf de jaren zeventig ging het minder goed, onder meer door het verlies van Congo. De resultaten kwamen zwaar onder druk en Ogepar van de familie Froidbise nam midden de jaren tachtig het bedrijf over. ABC vond zijn tweede adem. "Dankzij onze aandeelhouders kunnen wij de winsten bijna integraal herinvesteren in het bedrijf. De komende drie jaar investeren we nog eens 28 miljoen euro in onderzoek en ontwikkeling. De focus zal liggen op nieuwe motoren zonder uitstoot en geschikt voor waterstof en methanol."