Tien jaar geleden dreigde de financiële crisis in Azië de wereldeconomie in een knellende wurggreep te houden. Tot de meest alerte analisten van wat zich toen afspeelde, behoorde zonder twijfel de Amerikaanse econoom Paul Krugman. Toeval wou dat Krugman in die bange dagen net een semester als gastprofessor aan de London School of Economics was verbonden. Als toenmalig hoofdredacteur van dit blad leek me een interview met Paul Krugman over die Aziatische crisis wel een goed idee. En inderdaad, tijdens het anderhalf uur durende gesprek zette de immer mysterieus ogende Krugman een dijk van een analyse neer.
...

Tien jaar geleden dreigde de financiële crisis in Azië de wereldeconomie in een knellende wurggreep te houden. Tot de meest alerte analisten van wat zich toen afspeelde, behoorde zonder twijfel de Amerikaanse econoom Paul Krugman. Toeval wou dat Krugman in die bange dagen net een semester als gastprofessor aan de London School of Economics was verbonden. Als toenmalig hoofdredacteur van dit blad leek me een interview met Paul Krugman over die Aziatische crisis wel een goed idee. En inderdaad, tijdens het anderhalf uur durende gesprek zette de immer mysterieus ogende Krugman een dijk van een analyse neer. Tijdens zijn uiteenzetting zag ik hem geregeld in een flits naar zijn openstaand pc-scherm kijken en vervolgens bliksemsnel het toetsenbord beroeren. Toen Krugman zich even verontschuldigde voor, naar ik veronderstelde, een plaspauze, nam ik de journalistieke vrijheid om een schuine blik te werpen op het openstaande pc-scherm. Een wirwar van tekstflarden en wiskundige formules ontrolde zich. Een en ander had duidelijk met de wisselkoersverhoudingen in de wereld te maken. Terwijl professor Krugman een interview gaf, werkte de man dus tegelijkertijd een nieuwe paper af. Het laat zich raden dat ik sinds die ervaring geneigd ben om de nu 54-jarige Paul Krugman eerder bij het geniale gedeelte van de mensheid in te delen. Op academisch vlak zorgde Krugman de voorbije 25 jaar voor wezenlijke bijdragen. Onder meer over economische geografie, valutacrisissen, betalingsbalansanalyse, monetaire politiek en concurrentievermogen. De Nobelprijs Economie ligt gegarandeerd op hem te wachten. Al is de man allicht nog tien tot twintig jaar te jong voor die onderscheiding. De jongste jaren trok de econoom, die is verbonden aan Princeton University, vooral de aandacht door zijn onophoudelijke en bijtende kritiek op het beleid van president Bush. Of het nu om Irak, Iran, Afghanis- tan, terrorismebestrijding dan wel sociaal beleid, begroting, juridische kwesties, migratie of energiebeleid ging, Paul Krugman hakte de Bush policies in zijn columns in de New York Times onvermoeid en onveranderlijk in mootjes. Nu de aflossing van de presidentiële wacht in de VS stilaan in zicht komt, werpt Krugman het kleed van de bikkelharde criticaster af. In zijn zonet verschenen boek The Conscience of a Liberal komt Krugman, die van zijn sympathie voor de Democratische Partij in de VS nooit een geheim maakte, inderdaad aandraven met een alternatief voor het Bushbeleid en voor de opties van de Republikeinen in het algemeen. Krugman vindt dat onder Bush vooral de toename van de ongelijkheid in de VS heeft geleid tot een maatschappelijk onhoudbare situatie. Volgens Krugman vloeit dus fors toegenomen ongelijkheid niet voort uit de globalisering of de technologische vooruitgang. Enkel en alleen het gevoerde fiscale beleid creëerde de huidige scheeftrekkingen. Om terug tot een meer gelijke inkomensverdeling te komen, acht hij dan ook twee ingrepen noodzakelijk. Ten eerste: een forse verhoging van de marginale aanslagvoeten in de personenbelasting. Terwijl hij vaststelt dat het toptarief vandaag op 35 % ligt, verwijst Krugman herhaaldelijk naar het tarief van 63 % dat gold onder de New Deal van president Roosevelt. Ten tweede verwacht de econoom ook veel heil van een versterking van de institutionele rol van de vakbonden. Bekeken door een Europese bril doen deze aanbevelingen de wenkbrauwen fronsen. Nogal wat economen en beleidsmensen zullen immers argumenteren dat net de zware belastingdruk en de steile progressiviteit ervan, alsook de (te) dominante rol van de vakbonden negatief inwerken op de sociaaleconomische ontwikkeling hier te lande. Paul Krugman is zeker geen antimarkteconoom. Zijn betoog toont aan, primo, hoe groot binnen bepaalde kringen in de VS de frustratie is omtrent de recente gang van zaken aldaar, en, secundo, hoe moeilijk het is om in zaken als belastingdruk en vakbondsimpact de maatschappelijk optimale gulden middenweg te vinden.de auteur is ALGEMEEN DIRECTEUR VAN HET VKW.Johan Van Overtveldt