Jan Martens kijkt over zijn pc naar de achtergevel van de beurs van Brussel. De elektriciens, loodgie-
...

Jan Martens kijkt over zijn pc naar de achtergevel van de beurs van Brussel. De elektriciens, loodgie- ters en verhuizers terroriseren de vernieuwde kantooretage. In zijn agenda staan gesprekken met notarissen, aandeelhouders en ambtenaren, want de kunstboekenuitgever vliegt voortaan zelfstandig over de aarde. Dat vergt vers geld en opgepoetste paperassen. De navelstreng met de kunstzinnige bankiers is weg. Boeken van Mercatorfonds gaf u ooit als geschenk of ontving u als geschenk, of kocht u als kunstliefhebber. Jan Martens publiceerde 300 dikke pillen met honderden illustraties en teksten die gezeefd werden door geleerden. In 2004 haalde hij een omzet van 2,438 miljoen euro. De jongste vijf jaar alterneerden winst en verlies. Het schip moet eerst opnieuw drijven. In 2005 ontvangt de verfijnde mens van Mercatorfonds In Praise of the Pre-Columbian Art - The Dora Arts Collection. Dora Arts is de weduwe van de befaamde verzamelaar en wetenschapper Paul Janssen. Later op het jaar volgen Dirk Bouts, Liège et L'Exposition Universelle de 1905 en Facelift - Eennieuw begin voor het Oostendse Kursaal. Mercatorfonds publiceert de tentoonstellingsgids bij VisionairBelgië, de kunstexpo van Harald Szeemann voor 175 jaar België. Mercatorfonds leeft niet onder de terreur van de toptien in twintig kranten. Evenmin heeft de uitgever last van de voorgekauwde oordelen die de massaboekenproducenten in de oren blazen van de recensenten. Het boekenvak is een maalstroom met prut en pit. Mercatorfonds blijft bij de pit. JAN MARTENS (MERCATORFONDS). "Het ernstige boek over kunst, goed geïllustreerd en met wetenschappelijk verantwoorde teksten is in crisis. Er zijn incidenten (zoals het debacle van de kunstuitgever Könemann) die de markt verzieken. Oud-medewerker Könemann van de Duitse kunstuitgever Taschen richtte een wereldwijde distributiestructuur op, ging recht- streeks naar de boekhandel, een flessenhals ontstond en het faillissement volgde. Gevolg: een drama in de branche. De Könemann-boeken zijn tegen ramsjprijzen op de markt geland. Je kan om het even welke Könemann in België aanschaffen tegen 15 à 20 euro, in sommige landen tegen 10 euro. Dat maakt dat het algemene publiek - ik zeg niet de gespecialiseerde, kieskeurige kunstliefhebber die een boek zoekt - valt voor Könemann. Ik heb dat goed gevoeld met ons boek over art nouveau dat wij maakten in samenwerking met het Van Gogh Museum. Het brengt een vernieuwende blik op de prille art nouveau en is een wetenschappelijke attractie. Loop echter naar Fnac, dan zie je op het rek met art nouveau naast ons boek een stapel Könemannen van vijf kilo met mooie prenten over hetzelfde onderwerp. De amateur laat zich leiden door de prijs en zal dus niet kiezen voor onze ontdekking van mecenas Bing. Ook de ontwikkeling van internet en dvd nekken de groei. Wegens de markt en de kostprijs worden er nu minder nieuwe kunstboeken ontwikkeld." MARTENS. "Ludion en Mercatorfonds werken in dezelfde richting en ik heb indertijd Ludion opgericht. Lannoo is minder kwetsbaar door zijn brede uitgeefprogramma, waarin toerisme en niet het kunstboek doorslaggevend is. Blondé en Snoeck zijn in de eerste plaats drukkers, en dat is een andere situatie. In Franstalig België is de klad in de branche helemaal duidelijk. Alleen Racine, een dochter van Lannoo, blijft actief, weliswaar met een gevarieerder aanbod. Franstalig België bezit sinds het verdwijnen van La Renaissance du Livre geen leidende kunstboekenuitgever meer. Taschen blijft sterk aanwezig, ook in België, en biedt traditioneel lage prijzen, echter geen ramsjprijzen zoals ex-Könemann. Vandaag publiceren Mercatorfonds, Ludion, Racine en de drukkers-uitgevers jaarlijks door elkaar, groot en klein, 100 à 150 titels. Niemand heeft een marktstudie over het geïllustreerde kunstboek. Het riante boek over de kunst blijft in België populairder dan bij onze noorderburen. Nederland is het land van de paperback." MARTENS. "De maximum winkelprijs voor een kunstboek zakte door de euro. Boeken van meer dan 100 euro liggen moeilijk of het moeten nicheboeken zijn voor een specifiek publiek. Ons boek over de kunst van de Congolese Songye kost 100 euro. Dat had evengoed 125 of 130 euro kunnen zijn, dan nog was de oplage van 2000 exemplaren snel verkocht geraakt. Het algemene publiek is prijsbewust en deinst terug van winkelprijzen van 40 en 50 euro. Gerekend met de normale coëfficiënten en rekening houdend met alle kosten voor verkoop en distributie betekent dit dat de uitgever dat boek moet maken tegen een vierde van de prijs, dus 12,50 euro. Met dat moeilijke uitgangspunt lukt het om zonder steun een aantal boeken te maken, bijvoorbeeld over gerenommeerde kunstenaars als Bosch, Bruegel of Magritte. Voor het grootste deel kan het echter nooit zonder mecenaat. Wij produceren de jongste tijd gemiddeld tien boeken per jaar, om rendabel te zijn, zal het nieuwe Mercatorfonds dat aantal moeten verdubbelen. Zwaar voor de kunstuitgeverij zijn de ontwikkelingskosten. Het drukken en binden wegen budgettair minder door. De kosten van onderzoek, illustratie en rechten zijn hoog, omdat wij nieuwe wetenschappelijke inzichten exploreren. De onderzoekskosten kunnen oplopen tot 70 % van het budget. De musea trekken zich financieel recht aan de reproductierechten van hun collectie en hebben een machtspositie. Het boek over Bouts zal 70.000 euro kosten aan rechten. En voor het boek over Rembrandt, gepland voor 2006, met 500 illustraties, zal dat zelfs 100.000 euro zijn." MARTENS. "Een evenknie van Mercatorfonds ken ik nergens, wel uitgeverijen die af en toe boeken brengen van ons allooi. Dit gebeurt dan meestal in samenwerking met wetenschappelijke instituten en musea, waarbij die instellingen de ontwikkelingskosten betalen en de uitgever de rol van packager speelt. Commerciële uitgeverijen zoals Thames & Hudson in Engeland, Gallimard in Frankrijk en DuMont Verlag in Duitsland opereren zo. Zij nemen ook grif boeken over van Mercatorfonds. Talrijke van onze boeken zijn op die manier in het buitenland verschenen onder de naam van onze partners." MARTENS. "Toen we aan de top van het culturele mecenaat van Paribas zaten, was er winst. Paribas en Mercatorfonds werkten wereldwijd samen. Bij Paribas kon ik evengoed een kantoor hebben in Sydney, New York als in Moskou. Met de fusies is dat veranderd. Het verdwijnen van Paribas uit onze gezichtseinder heeft ons afgesneden van een wereldnet, weliswaar werd dit in België deels gecompenseerd door de belangstelling van Bacob/Artesia en Dexia enerzijds voor moderne kunst en anderzijds voor meer regionale publicaties. De winst bleef wel uit. Het mecenaat van de financiële en industriële groepen is sterk teruggeschroefd, dat duurt al tien jaar en heeft ook te maken met de Belgische fiscaliteit, die dat mecenaat afstraft. Dexia, voordien Gemeentekrediet, was lange tijd de grootste kunstuitgever van België. Dexia zei me: we willen geen activiteiten meer die afwijken van het bankiersvak. De projecten die in de pijplijn zitten, worden nu verder verwezenlijkt en geven ons werk voor twee jaar. Bovendien geloof ik dat als de aandeelhouders van Dexia (dus de steden en gemeenten) aankloppen met boekprojecten bij de bank, zij ons daarvoor zal inschakelen. Wij hebben een goede regeling voor onze bankschuld." MARTENS. "We streven vanaf nu naar het mecenaat àlacarte voor de projecten die steungebonden zijn. Het boek over Dirk Bouts is de laatste Vlaamse primitief die in onze waaier ontbreekt en moet de allure hebben van de overige boeken uit onze reeks. Dexia werkt mee aan Bouts en we hopen op een toelage van de Vlaamse regering. Een tweede grootschalig project is Spaans, namelijk de cataloguerai-sonné van Goya. Zaragoza organiseert een wereldtentoonstelling in 2008, Goya is op enkele boogscheuten van de stad geboren en de regio Aragon en Zaragoza hebben geld toegezegd. Een ander boekproject dat onderzocht wordt, handelt over de spoorwegen in Europa op basis van een multidisciplinair onderzoek. Ik zoek meer steun van de Europese Unie. Ik zoek een relatie met Europalia enzovoort." MARTENS. "Over de reeks bedrijfsgeschiedenissen hebben we geen kruis gezet, de bedrijven zelf kiezen echter minder voor het herdenkingsboek. De webstekken nemen een deel van hun imagovorming over. Als het kan, zullen we het doen. We hechten ook voor dat type van boeken veel belang aan de redactie en de begeleiding. De meeste historici verwaarlozen de iconografie en ook dat is onze sterkte." MARTENS. "80 % van de boeken in ons fonds zijn slow sellers, boeken die het na vijf of tien jaar goed doen. Bijvoorbeeld Leo Moulin over de Europese keuken en Bruegel. Op de algemene markt mag je een boek afschrijven als het publiek niet binnen het jaar reageert." Frans Crols"Voor het grootste deel kan het kwaliteitsvolle kunstboek niet zonder mecenaat.""Het mecenaat van de financiële en industriële groepen is sterk teruggeschroefd. Dat heeft ook te maken met de Belgische fiscaliteit, die dat mecenaat afstraft."