Dat veertien jaar na de financiële crisis opnieuw plannen opduiken voor een grote Europese bankenfusie, zou kunnen verbazen. Maar in het geval van BNP Paribas en ABN AMRO is er wel degelijk ook een industriële en commerciële logica.
...

Dat veertien jaar na de financiële crisis opnieuw plannen opduiken voor een grote Europese bankenfusie, zou kunnen verbazen. Maar in het geval van BNP Paribas en ABN AMRO is er wel degelijk ook een industriële en commerciële logica. De Europese banken hebben de voorbije jaren hun internationale aanwezigheid afgebouwd. ABN AMRO zette zijn zakenbank buiten Europa stop en sloot wereldwijd kantoren. BNP Paribas verkoopt Bank of the West, dat bankactiviteiten in het westen van de Verenigde Staten heeft, en strijkt daarvoor 16 miljard dollar cash op. Dat geld volstaat ruimschoots om ABN AMRO over te nemen. Tegen de huidige beurskoers is de Nederlandse bank zo'n 10 miljard euro waard. De overname lijkt ook behapbaar: in balanstotaal is BNP Paribas zes keer zo groot als ABN AMRO: 2.500 miljard versus 400 miljard euro. BNP Paribas wil meer focussen op de Europese markten en bedrijven. ABN AMRO past perfect in dat plaatje. In Nederland is ABN AMRO nog een complete bank voor particulieren en bedrijven. In de rest van Noordwest-Europa focust het op ondernemingen en vermogende klanten. In private banking staat ABN AMRO vooral sterk in Nederland, Duitsland, Frankrijk en België. Voor BNP Paribas zou een fusie een forse uitbreiding richting Noord-Europa betekenen, een regio waar de bank minder sterk aanwezig is dan op haar 'thuismarkten' Frankrijk, Italië en België. De combinatie van BNP Paribas Fortis en ABN AMRO zou de Franse groep een leidende retailbankactiviteit in de Benelux opleveren. In corporate banking zou de bank haar portefeuille bedrijfsklanten in Noord-Europa versterken. In private banking en wealthmanagement ten slotte zou ze belangrijke marktposities in Nederland en Duitsland verwerven. Het aandeel van ABN AMRO verloor sinds begin 2018 bijna 60 procent. Dat had te maken met de lage rendabiliteit van de bank. Dat probleem tackelde CEO Robert Swaak, die in 2020 aantrad, door de zakenbank buiten Europa af te stoten. In 2021 maakte de bank weer 1,2 miljard euro winst, terwijl er een jaar eerder nog verlies was. Maar dat heeft niet geleid tot een hernieuwd optimisme bij de beleggers, want de beurskoers blijft iets boven 10 euro hangen. De Europese Centrale Bank zal de komende maanden een reeks renteverhogingen doorvoeren. Een hogere rente resulteert doorgaans in een beter rentemarge voor de banken, waardoor een hogere winstgevendheid in het verschiet ligt. Dat kan bijdragen tot een consolidatie van de Europese banksector, een evolutie die de regelgevers en toezichthouders genegen is. Ondanks de commerciële logica is het echter niet zeker dat het tot een overname komt. De fusieplannen stoten immers op obstakels: Aangezien het om een grensoverschrijdende fusie gaat, is het niet makkelijk synergievoordelen te boeken. De mogelijkheden om bijvoorbeeld kantoornetten te fuseren, zijn beperkt. Bovendien telt ABN AMRO in Nederland amper nog 60 agentschappen. Daarnaast bestaat in Europa nog altijd geen afgewerkte bankenunie. Daardoor blijft in elk land vaak een aparte bank bestaan, met een eigen balans en nationaal toezicht. Die hebben elk hun eigen algemene diensten en overheadkosten. Na de overname zou het hoofdkantoor van ABN AMRO onvermijdelijk naar Parijs verhuizen. Dat zal de Nederlanders zwaar vallen. In 2020 besliste Unilever zijn hoofdkantoor te verplaatsen naar Londen, vorig jaar volgde Shell. Voor veel Nederlanders staat ABN AMRO symbool voor de bloeiende handelsnatie die Nederland was en wil blijven. Als ook dat kroonjuweel vertrekt, kan dat tot pijnlijke discussies leiden. Daarnaast zijn er bekommernissen over de verschillen in bedrijfscultuur. De Nederlanders hebben een bijzonder slechte ervaring met de fusie van KLM en Air France. Het management en de aandeelhouders zijn het al jaren over een heleboel zaken oneens. Waarnemers zien de trotse ABN AMRO-bankiers niet functioneren in een ondergeschikte rol. Ze waarschuwen voor een 'executierisico' als het ooit tot een fusie zou komen. De redding van ABN AMRO in 2008 kostte de Nederlandse staat 21 miljard euro. In 2015 besliste de overheid de bank deels te herprivatiseren via een beursgang. Ze heeft nog 56 procent van de aandelen in handen. Om het volledige bedrag van de redding te recupereren, zou de Nederlandse overheid 26 euro per aandeel moeten krijgen, berekende Het Financieele Dagblad. Bij een beurskoers van 10 à 11 euro is de kans evenwel klein dat BNP Paribas bereid zal zijn een substantieel hogere overnameprijs te betalen. Kiest Nederland ervoor het ABN-AMRO-dossier met verlies af te sluiten? De hoge inflatie en de aantrekkende rente kunnen de economie kopje-onder duwen. Tegelijk bestaat het risico dat steeds meer ondernemingen en burgers hun lening niet kunnen afbetalen. De combinatie van een dalende kredietvraag en een toename van de kredietverliezen kan maken dat de rendabiliteit van de banken keldert.