Het wordt met de dag moeilijker om optimistisch te blijven over onze economische toekomst. De onheilspellende berichten stapelen zich op. In Europa, met de toenemende zorgen over Ierland, komt niet alleen de euro maar nu ook het hele concept van een Europese Unie onder druk te staan.
...

Het wordt met de dag moeilijker om optimistisch te blijven over onze economische toekomst. De onheilspellende berichten stapelen zich op. In Europa, met de toenemende zorgen over Ierland, komt niet alleen de euro maar nu ook het hele concept van een Europese Unie onder druk te staan. Na vijftig jaar economische convergentie, met als belangrijkste groeimotor de inhaalslag van perifere lidstaten zoals Ierland, lijkt nu een periode van welvaartsdivergentie tussen lidstaten aangebroken. Kan de Europese Unie dit aan? De moeizaam opgebouwde Europese identiteit lijkt verre van voldoende om een fase van divergentie tussen Europese lidstaten te kunnen overleven. Integendeel, naarmate de financiële crisis aansleept, lijkt het Europa-gevoel steeds verder zoek. Lidstaten zoals Ierland willen zelfs niet gered worden. Liever met de Ierse kleuren in het beleidsvaandel tot aan de rand van de financiële afgrond meegesleept worden dan moeten toegeven aan Europese druk om de vennootschapsbelasting in lijn te brengen met de rest van Europa. En zo moet steeds meer de vraag gesteld worden in hoeverre de voorziene Europese noodmaatregelen voldoende zijn om de spanningen op de financiële markten over staatsobligaties van perifere lidstaten met grote begrotingstekorten onder controle te houden. Terwijl de Europese Centrale Bank zelf steeds meer opgescheept zit met staatsobligaties uit die landen als onderpand. Deze monetaire verruiming wordt dan weer gecombineerd met een restrictief begrotingsbeleid voor de komende jaren in praktisch alle Europese landen, ook landen met beperkte begrotingstekorten zoals Duitsland en Nederland. Bezuinigen is het nieuwe Europese beleidsmotto, zelfs voor de minimale Europese begroting. En de Europese burger volgt. In de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Japan is de situatie nog dramatischer. Ook die landen gingen over tot een omvangrijke monetaire verruiming. Geld pompen in de economie om financieel systeemfalen tegen te gaan. Maar dit beleid, juist zoals in Europa, roept de vraag op over nieuwe zeepbellen en hoe die straks nog bestreden kunnen worden. De vorige crisis heeft zowat alle beschikbare beleidsruimte opgebruikt. Intussen loopt de werkloosheid die in de VS traditioneel laag was dankzij de mobiliteit op de arbeidsmarkt, nu op omdat met een niet-functionerende huizenmarkt de arbeidsmobiliteit veel beperkter is geworden. Zo zijn Amerikanen door de financiële crisis en het ermee gepaard gaande banen-, huis- en vermogensverlies nu ook nettospaarders geworden. In China begint zich langzaam eenzelfde huizenzeepbel af te tekenen. De binnenlandse consumptie wordt sterk gedreven door krediet dat Chinese banken steeds ruimhartiger inzetten voor de bouw van huizen voor de nieuwe Chinese middenklasse. Hier ook een ruimhartig monetair beleid met als risico een huizenzeepbel. Intussen drijft de Chinese economie vooral op internationale vraag en uitvoer waarbij het Chinese handelsoverschot jaar na jaar vergroot en aan de basis ligt van de omvangrijke wereldwijde onevenwichten. Er moet maar weinig gebeuren of een wereldwijde financiële systeemcrisis nekt de wereldeconomie. Het probleem is tweevoudig. Het dringt nu pas echt bij beleggers door dat landen wel degelijk failliet kunnen gaan. En restrictief budgettair beleid mag zich plots verheugen in nationalistische sympathieën. Landen realiseren zich dat ze geen begrotingstekorten en handelstekorten mogen hebben. De mogelijk lagere groei nemen ze er voor lief bij. Ze hopen ze terug te verdienen in termen van stabiliteit. Dit was de grote les van de Aziatische crisis van de jaren negentig. Het lijkt tegenwoordig zowat verworden tot het nieuwe fundament van de macro-economie. Maar natuurlijk kunnen niet alle landen een handelsoverschot hebben. De impact van dit beleid om ten koste van alles onafhankelijk te blijven is dramatisch. Het falen van de G20 in Korea was illustratief. De ontwikkelingen lijken dan ook heel sterk op die van de jaren dertig... LUC SOETE - Professor economie aan de Universiteit MaastrichtGeld pompen in de economie om financieel systeemfalen tegen te gaan, roept de vraag op over nieuwe zeepbellen en hoe die straks nog bestreden kunnen worden.