Ruim 200 jaar geleden kende Engeland een ongeziene groeiversnelling. Toen werden de fundamenten gelegd van de industriële revolutie die al snel in Europa en de nog jonge VS tot volle wasdom kwam. Al jaren buigen economen en historici zich over dat uitzonderlijke fenomeen en zoeken ze naar het waarom ervan. Sommigen leggen de verklaring bij de technologische ontwikkeling en de uitvinding van de stoommachine, anderen zoeken een link met het protestantisme dat de handelsgeest zou bevorderen, een derde piste is de democratie en vrije meningsuiting die innovatie mogelijk maakte. De...

Ruim 200 jaar geleden kende Engeland een ongeziene groeiversnelling. Toen werden de fundamenten gelegd van de industriële revolutie die al snel in Europa en de nog jonge VS tot volle wasdom kwam. Al jaren buigen economen en historici zich over dat uitzonderlijke fenomeen en zoeken ze naar het waarom ervan. Sommigen leggen de verklaring bij de technologische ontwikkeling en de uitvinding van de stoommachine, anderen zoeken een link met het protestantisme dat de handelsgeest zou bevorderen, een derde piste is de democratie en vrije meningsuiting die innovatie mogelijk maakte. De Britse econoom Gregory Clark komt in A Farewell to Alms met een nieuwe theorie op de proppen. Na jarenlang onderzoek besluit hij dat de industriële revolutie weinig met technologie te maken heeft, maar alles met een cultuuromslag. Zijn stelling is dat de meest welvarende mensen eeuwenlang meer kinderen hadden en dat die ook verhoudingsgewijs langer leefden. De rijken telden in de middeleeuwen dubbel zoveel kinderen als de armen. Het zijn de kinderen van de economische 'upper class' die in de loop van de eeuwen en over generaties heen de waarden hebben verspreid die de industriële revolutie mogelijk hebben gemaakt. Clark heeft het over waarden als spaarzaamheid, werkkracht, vredelievendheid ... Die waarden vonden langzaam maar zeker ingang in alle lagen van de bevolking want de armen plantten zich amper voort terwijl de rijken dus meer kinderen telden en die moesten elke generatie afdalen op de sociale ladder om een baan te vinden. Bij die omgekeerde sociale mobiliteit namen ze hun bourgeoiswaarden mee. Er was geen sprake van een 'survival of the fittest' maar wel van een 'survival of the richest'. De stijgende invloed van die burgerlijke waarden weerspiegelt zich volgens Clarke ook in de evolutie van de rentevoeten. Die daalden tussen 1200 en 1800 omdat sparen belangrijker werd in verhouding tot consumptie. Engeland was ook 500 jaar lang een stabiele samenleving met al bij al weinig interne conflicten. Zo konden die bourgeoiswaarden overleven. Waarom schoten die waarden geen wortel in landen als Japan of China? Volgens Clarke telde de elite in die landen (zoals de samoerai) opvallend minder kinderen. Daar was een omgekeerde sociale mobiliteit dus onmogelijk. Het is pas wanneer de burgerlijke waarden ingang hadden gevonden bij een belangrijk deel van de bevolking, dat de efficiëntie van de productie en dus de productiviteit sneller ging toenemen. Met als gevolg dat de economische groei sterker was dan de bevolkingstoename. Dat gebeurde aan het eind van de negentiende eeuw. Door het vele cijfermateriaal lijkt de analyse van Clark zeer plausibel. Het boek heeft trouwens alles om in de branche van de economische geschiedenis uit te groeien tot een klassieker. Gregory Clark, A Farewell to Alms. A Brief Economic History Of The World, PRinceton University Press, 2007, 440 blz, 20 euro Alain Mouton