VEEL LEZERS van dit weekblad werken via een vennootschap. Veel van hen lenen bij hun vennootschap of hebben dat ooit gedaan. En bijna allemaal hebben ze bij het afsluiten van het boekjaar, vaak rond deze periode, een verhitte discussie met hun accountant of belastingadviseur over de hoogte van de intrest die ze als ontlener moeten betalen aan hun vennootschap. De adviseur zal dan, met een koninklijk besluit in de hand, vertellen dat ze een rente van 8,94 procent moeten betalen. En als ze die intrest niet betalen, moeten ze belasting en sociale zekerheidsbijdragen betalen op die fictieve rente, en dat wordt al snel 5,5 procent van het ontleende kapitaal. Het woord woekerrente valt meer dan eens. In tijden waarin institutionele ontleners, zoals de Belgische staat, er geld bovenop krijgen, kan dat ...