In april 1992 trok de 24-jarige Chris McCandless universitair diploma, zoon van geslaagde, rijke ouders de genadeloze wildernis van Alaska in. Zijn kaart van het gebied had hij weggegooid.
...

In april 1992 trok de 24-jarige Chris McCandless universitair diploma, zoon van geslaagde, rijke ouders de genadeloze wildernis van Alaska in. Zijn kaart van het gebied had hij weggegooid. McCandless' geweer viel te licht uit voor de jacht. Het zwaarste in zijn halfgevulde rugzak waren tien boeken. Vier maanden later werd zijn lichaam in staat van ontbinding teruggevonden door een elandjager. Was zijn ultieme zwerftocht waanzin, berekende zelfmoord of gewoon roekeloosheid ? Zelfs na het lezen van De wildernis in zoeken sommige recensenten het antwoord nog altijd in die mogelijkheden. Dat is pas bizar. McCandless' compromisloze pelgrimstocht fascineert immers minder door zijn verslaafdheid aan avontuur of gevaar, dan door zijn allerindividueelste antwoord op het zijn. Leven als toegepaste filosofie. Aanvankelijk vond ook de Amerikaanse Outside-redacteur Jon Krakauer McCandless' tocht dwaas en afkeurenswaardig. Toen hij zocht naar een drijfveer voor de schijnbaar arrogante onvoorzichtigheid, kwamen beetje bij beetje de stukken van het puzzelrijke karakter, de opvattingen en de ervaringen van de hoogbegaafde jongeman tevoorschijn. Aan de hand van het dagboek, fotorolletjes en gesprekken met familie en mensen die McCandless ontmoet hadden, reconstrueert Krakauer de laatste jaren en zowat de hele tocht van de klimmer-avonturier-asceet. Ook de vader, een Nasa-expert die een tragische rol speelt in het ontspoorde gedrag van zijn zoon, stond lange gesprekken met de auteur toe. De journalistieke weergave is des te sterker omdat ze voor de hand liggende clichés, sentimentaliteit en meligheid volkomen mijdt. Krakauer reconstrueert sec, zonder afkeuring noch bewondering. De confrontatie met de radicale jongeman blijft ook lang na het dichtklappen van het boek rondspoken. Dit is spiritualiteit, maar dan zonder de zeemzoete abracadabra en pseudo-literatuur van de stapel New Age-bestsellers. Daar heeft Krakauers verslag gelukkig niets mee te maken. Uitg. Prometheus, 287 blz., 595 fr. .Minder persoonlijke, maar daarom niet minder fascinerende reisliteratuur vinden we in Zwarte Zee, Neil Aschersons erudiete fresco over verleden en heden van volkeren, grootheden en steden rond de grotendeels dode Zwarte Zee. Uitg. Atlas, 335 blz., 900 fr. .Aan die oevers trok ook Peter ten Hoopen voorbij op zijn turbulente driejarige tocht naar India. Zijn ook historisch boeiend, kleurrijk en allicht wat opgeklopt verslag, De trancekaravaan, verscheen pas nu, 30 jaar na de krachttoer. Uitg. Contact, 416 blz., 995 fr. . LUC DE DECKER