Aan de vooravond van 1914 konden de Europeanen zich best hernieuwde gevechten voorstellen in de Balkan. De Balkanoorlogen van 1912 en 1913 konden navolging krijgen. Maar dat het lokale conflict kon uitgroeien tot een wereldbrand, konden ze nauwelijks vatten.
...

Aan de vooravond van 1914 konden de Europeanen zich best hernieuwde gevechten voorstellen in de Balkan. De Balkanoorlogen van 1912 en 1913 konden navolging krijgen. Maar dat het lokale conflict kon uitgroeien tot een wereldbrand, konden ze nauwelijks vatten. Onder meer The Economist beweerde wel dat de Europese grootmachten veel te veel uitgaven aan bewapening en kleinere landen geld leenden om hetzelfde te doen. Maar dat werd veeleer beschouwd als een economische dwaasheid, niet als een strategische stommiteit. Het was voor iedereen die erover nadacht duidelijk dat de Europese grootmachten een dubbel spel speelden, waarvan de oorlogen bij volmacht in de Balkan een onderdeel waren. Ze wensten vrede en voorspoed te bewaren in Europa, maar ze wilden (in het geval van Duitsland) ook hun eigen dominantie vestigen op het continent. Dachten de Europeanen dat die doelstellingen verzoend konden worden? De West-Europese burgers hadden er toch vertrouwen in dat hun respectieve leiders de toestand niet uit de hand zouden laten lopen. De Britten voelden in de aanloop naar 1914 wel grote narigheid aankomen, maar niet in het westen. Zij keken naar Ierland. Daar verenigden de protestanten van Belfast en de omliggende graafschappen zich in hun verzet tegen de Home Rule en de overdracht van bevoegdheden van Londen naar het parlement in Dublin. Voor Amerika waren de Europese troebelen slechts een wolkje aan de verre horizon. De aandacht was veel dichter bij huis gevestigd: op de revolutionaire oorlog in Mexico en op Panama, waar het door de Amerikanen aangelegde kanaal in 1914 zou worden geopend. Daardoor vereisten de Amerikaanse belangen de controle over heel Centraal-Amerika. Maar was Woodrow Wilson, de idealist in het Witte Huis, wel tegen die taak opgewassen? De Amerikaanse rijken morden over de plannen van de federale overheid om een inkomensbelasting in te voeren. De Amerikaanse banken mopperden over de voorgestelde oprichting van een Federal Reserve Board, die de controle van de overheid op het monetaire systeem zou vestigen. Maar in het algemeen keken de Verenigde Staten uit naar 1914 met een energie die in Europa ontbrak. Ze omarmden enthousiast de nieuwe technologieën en de nieuwe rijkdom. De auto was er al gemeengoed, het vliegtuig zou ongetwijfeld volgen, telefoonkabels zouden spoedig de steden aan de Oost- en de Westkust met elkaar verbinden. "Het nieuwe jaar vangt aan met hoop, kansen en de zekerheid dat er goede dingen, goede zaken en zorgeloze tijden op ons afkomen, als we de kansen maar grijpen", schreef The New York Times op de eerste dag van 1914. In Europa was de stemming genuanceerder. In zijn laatste editie van 1913 zei The Spectator: "Eén groot voordeel van de huidige tijd, die het resultaat is van veel nadelen en narigheid in het verleden, is dat de mensen hun buik vol hebben van vechten." De auteur is redacteur van The Browser ROBERT COTTRELLVoor Amerika waren de Europese troebelen slechts een wolkje aan de verre horizon.