Een lunch in Beroea, een pas geopend restaurant in Aleppo, is net een banket op een kerkhof. Kelners bedienen de klanten met delicatessen uit de Syrische keuken. Maar in de straten liggen de hopen puin van wat tot vijf jaar geleden nog een van de kleurrijkste bazaars van de Zijderoute was.

In 2019 zal Beroea niet meer alleen zijn. De wederopbouw van de stad zal versnellen. Het regime van Bashar al-Assad zal de grenzen openen en de oude handelsweg tussen Oost en West weer nieuw leven inblazen. Libanon zal zijn havens door een snelweg verbinden met Syrië en zo ook met Jordanië en de olierijke importeurs aan de Golf. De weg naar Irak, dat voor de oorlog Syriës grootste markt was, zal beveiligd worden nadat de rest van Islamitische Staat is opgeruimd. Een verdrag met Turkije over een staakt-het-vuren in de laatste door rebellen bezette provincie Idlib zal uitgroeien tot een handelsverdrag dat de wegen naar Rusland en Europa opent.

Er zullen weer mensen toestromen, niet meer alleen weggaan. De textielproducenten die naar Turkije gevlucht waren, zullen hun winkels heropbouwen. Daarna kunnen de handelaars volgen. De financiële toevloed zal de privébanken helpen zich te herkapitaliseren en weer geld uit te lenen. De Syrische vluchtelingen in Europa zullen geld overschrijven, zodat hun familieleden hun huizen kunnen herstellen. Projectontwikkelaars zullen huizen bouwen. Het Syrische pond zal herstellen. Tegen het einde van het jaar zal Syrië de snelst groeiende economie van het Midden-Oosten zijn en misschien zelfs van de wereld. Alleen vertrekt het wel vanaf een laag en vreselijk uitgangspunt.

Jordanië en enkele Golfstaten zullen in Damascus onderhandelen over een terugkeer van Assad bij de Arabische Liga, de club van regionale despoten. Om zijn Iraanse beschermheren te behagen, zal Assad onheus reageren op de toenaderingspogingen van de Saudische kroonprins Mohammad bin Salman.

Assad

Amerikaanse sancties zullen de Wereldbank verhinderen deel te nemen aan het grootste wederopbouwproject in de wereld. China zal meer belangstelling tonen. Veel Europese leiders zullen weifelen. Sommige zullen weigeren Assad te helpen en hem een oorlogsmisdadiger noemen. Andere zullen benadrukken dat het riskant is een strategisch stuk van het Middellandse Zeegebied over te laten aan Rusland en Iran. Ze zullen betogen dat economisch herstel de weg zal effenen voor een politieke overgang, niet andersom. Ze zullen donorconferenties organiseren en weer officiële banden aanknopen.

Assad en zijn clan zullen de grootste rem op de wederopbouw vormen. Uit angst dat buitenlandse financiering hen buitenspel zet, zullen ze eerst hun greep willen verstevigen op de buit uit door rebellen bezet gebied, voor ze de poorten openen. Ze zullen treuzelen met de onthulling van een plan voor de wederopbouw en niet willen weten van een politiek akkoord dat de opening van Syrië zou versnellen. Ze zullen de terugkeer van vroegere tegenstanders en vijandige soennieten tegenwerken door met straffen of dienstplicht te dreigen. Ze zullen wetten aannemen die het mogelijk maken beslag te leggen op het bezit van wie niet in het land is. Ze zullen proberen Syrië naar hun hand te zetten, voor buitenstaanders de mogelijkheid krijgen hetzelfde te doen.

De auteur is correspondent Midden-Oosten van The Economist