De Waarborgregeling biedt aan een bank of kredietverschaffer meer zekerheid als een ondernemer - zowel starter, kmo, vrij beroep of grote onderneming - onvoldoende garanties kan voorleggen. De overheid stelt zich borg tot anderhalf miljoen euro. Het systeem waarborgt ook leasingcontracten. De Waarborgregeling werd bovendien tijdelijk uitgebreid met overbruggingskredieten. 22 instellingen in Vlaanderen bieden de Waarborgregeling aan.
...

De Waarborgregeling biedt aan een bank of kredietverschaffer meer zekerheid als een ondernemer - zowel starter, kmo, vrij beroep of grote onderneming - onvoldoende garanties kan voorleggen. De overheid stelt zich borg tot anderhalf miljoen euro. Het systeem waarborgt ook leasingcontracten. De Waarborgregeling werd bovendien tijdelijk uitgebreid met overbruggingskredieten. 22 instellingen in Vlaanderen bieden de Waarborgregeling aan. Door de financiële crisis is het faciliterende karakter van het instrument nog sterker tot uiting gekomen. Dat blijkt ook uit de cijfers in het jaarverslag. In 2009 verdubbelde de productie, tot 205 miljoen euro, en in 2010 werd andermaal een hoger bedrag aan waarborgen toegestaan. Vorig jaar werd voor 215 miljoen euro aan waarborgen toegestaan, terwijl het aantal dossiers met 11,6 procent groeide tot 1688. Sinds de lancering van de Waarborgregeling genoten al ruim 5500 ondernemers van de maatregel, goed voor 666 miljoen euro. Door die waarborgen werden bankkredieten toegestaan voor zowat 1,1 miljard euro. Het hefboomeffect maakte dat er dankzij die toegezegde kredieten voor meer dan 1,5 miljard euro aan investeringen is doorgevoerd. Tegenover elke euro waarborg staan met andere woorden 2,26 euro investeringen. De Waarborgregeling moest ook een steun bieden voor startende ondernemingen. Uit het jaarverslag blijkt dat zij inderdaad de weg vinden naar het instrument. De jaarlijks gerealiseerde waarborgbedragen van de starters stijgen jaar na jaar. In 2010 waren startende ondernemingen goed voor 44 procent van het totale waarborgbedrag en 49 procent van het aantal verbintenissen. Dat was goed voor 94 miljoen euro, 15,6 miljoen euro meer dan het jaar voordien. Bij de niet-starters was dat bedrag 121 miljoen euro tegenover 124,8 miljoen euro het jaar daarvoor. In 2010 vonden voornamelijk investeringen plaats in de industrie (15,8 % van het totale waarborgbedrag), de vrije beroepen (13,3 %), de groothandel (12,5 %), het bank- en verzekeringswezen (11,3 %) en de kleinhandel (10,5 %). Opvallend in die verdeling is het aandeel van de sector vervoer en opslag. Die kende sinds 2008 een scherpe daling van het gerealiseerde waarborgbedrag. In 2008 was die sector nog goed voor 35,5 procent van het waarborgbedrag, terwijl dit gedaald is tot nog maar 5,6 procent. Tot die sector behoren ondernemingen die zowel vervoer over de weg als over het water voor derden uitvoeren. Volgens analyse van enkele waarborghouders (financiële instellingen) is de forse daling het gevolg van de moeilijkheden die voornamelijk in de scheepvaartsector aan de gang zijn. Daardoor worden nog maar weinig kredieten in de sector toegekend. Die daling heeft tot gevolg dat het procentuele aandeel van de industrie en de andere sectoren sterk gestegen is. De grootte van het kredietbedrag per verbintenis kent dan weer weinig tot geen verschuivingen. In 2010 heeft zowat 82 procent van het aantal verbintenissen een kredietbedrag lager dan 300.000 euro. Het aandeel microkredieten (beneden de 25.000 euro) bedroeg in 2010 ongeveer 18 procent. Ook de regionale spreiding van het aantal dossiers kent geen opvallende verschuivingen. Traditioneel scoort de provincie Antwerpen het hoogst in aantal investeringen. In 2010 nam de havenprovincie een aandeel van 30 procent voor haar rekening. Ook de provincies West- en Oost-Vlaanderen deden het met elk zo'n 21 procent traditioneel goed. Vlaams-Brabant en Limburg scoren met 13 à 14 procent traditioneel het laagst. De Waarborgregeling werd aanvankelijk in het leven geroepen om kredieten voor nieuwe investeringen of nieuw bedrijfskapitaal te waarborgen. Maar door de crisis werd die maatregel versoepeld en aangepast, omdat nogal wat ondernemingen te kampen hadden met liquiditeitsproblemen. Daardoor kregen ze het soms moeilijk om kredieten tijdig terug te betalen. De nood aan bedrijfskapitaal en overbruggingskredieten nam bijgevolg toe. Sinds 2009 voorzag de Vlaamse overheid in een tijdelijke uitbreiding van het toepassingsgebied van de Waarborgregeling. Het hoofddoel was om tijdelijke liquiditeitsproblemen van structureel gezonde ondernemingen op te vangen. Vanaf volgende week wordt die versoepeling weer afgeschaft. Herfinancieringen van bestaande kredieten konden onder bepaalde voorwaarden onder de Waarborgregeling vallen. Bijvoorbeeld als die herfinanciering om krediettechnische redenen plaatsvindt. Bij bepaalde financiële instellingen gaat een rentevermindering bijvoorbeeld steeds gepaard met een nieuw contract. Het gaat hier dus niet om een nieuwe financiering. Ook een verlenging van de duurtijd van het oorspronkelijk gewaarborgd krediet kwam sindsdien in aanmerking voor een bijkomende overheidswaarborg. Ook lopende kredieten die door de ene bank worden overgenomen van een andere konden sinds begin 2010 onder de Waarborgregeling gebracht worden, ongeacht of die kredieten voorheen al dan niet al onder de Waarborgregeling vielen. Onder meer ook overbruggingskredieten konden onder waarborg worden gebracht. LIEVEN DESMET