In het hectische Tokio gaat de prille twintiger Eiji Miyake op zoek naar zijn vader. Zijn koortsige speurtocht begint in een koffiebar, waar "loonslaven brullen in mobiele telefoons" en waar het buitenzicht beperkt blijft tot een "gotische wolkenkrabber". Weerspiegelde vliegtuigen klimmen er omhoog langs weerspiegelde gebouwen. In DroomNummerNegen (Querido, 429 blz., 21,95 euro) creëert David Mitchell (1969) een even omineuze als onwezenlijke realiteit, die zich verhult in een labyrint van dromen en nachtmerries. Onlangs sierde de Engelsman met pied-à-terre in het Japanse Hiroshima de lijst van twintig beste Britse auteurs onder de veertig, die het vermaarde tijdschrift Granta eens om de tien jaar opstelt. Zijn tweede roman combineert het opdringerige staccato van MTV-clips met het rusteloze mozaïek van internet. De werkelijkheid gaat schuil onder de flashy pop-ups van dromen, ...

In het hectische Tokio gaat de prille twintiger Eiji Miyake op zoek naar zijn vader. Zijn koortsige speurtocht begint in een koffiebar, waar "loonslaven brullen in mobiele telefoons" en waar het buitenzicht beperkt blijft tot een "gotische wolkenkrabber". Weerspiegelde vliegtuigen klimmen er omhoog langs weerspiegelde gebouwen. In DroomNummerNegen (Querido, 429 blz., 21,95 euro) creëert David Mitchell (1969) een even omineuze als onwezenlijke realiteit, die zich verhult in een labyrint van dromen en nachtmerries. Onlangs sierde de Engelsman met pied-à-terre in het Japanse Hiroshima de lijst van twintig beste Britse auteurs onder de veertig, die het vermaarde tijdschrift Granta eens om de tien jaar opstelt. Zijn tweede roman combineert het opdringerige staccato van MTV-clips met het rusteloze mozaïek van internet. De werkelijkheid gaat schuil onder de flashy pop-ups van dromen, visioenen en mogelijkheden. Al dat sérieux wordt opgediend in een saus die schatert tussen camp, ironie en ontmaskering. De roman reikt alle sleutels aan die generatie Y (momenteel tussen 7 en 27) typeren: een generatie die de li- neariteit en de vaste structuur radicaal overboord gooit, die gejaagd blijft zoeken, maar niet noodzakelijk een vast anker wil vinden. Hebzucht. Ook Rachel Cusk (1967) prijkt op de Granta-lijst. Met De gelukkigen (Bezige Bij, 254 blz., 19,90 euro) toont ze aan dat zelfs over moederschap niet langer alleen rozengeur- en maneschijnverhalen geschreven worden. Samengevat lijkt het werk op een mix tussen een hartsvriendinnenrubriek uit Libelle en een kneutersoap, maar dat is dan zonder de bijtende humor en het clichékrakende register van Cusk gerekend. Ze plaatst moeders (en anderen) voor reële dilemma's. En beken nu maar meteen, u dacht bij het uitspreken van de woorden schrijfster, Oostenrijk en relaties ongetwijfeld aan een suikerige idylle met een wals van Strauss zacht fladderend op de achtergrond. Als die schrijfster Elfriede Jelinek (1946) heet, is er voor romantiek à la The Sound of Music evenwel geen plaats, tenzij herschreven door markies de Sade. Net als de beruchte Franse aristocraat, wil Jelinek zowel de burger als de politiek brutaal in hun blootje zetten. In Hebzucht (Querido, 391 blz., 23,50 euro) maakt een politieman-adonis alleenstaande vrouwen seksueel afhankelijk van hem. Zodra ze have en goed aan hem toevertrouwen, kan de blauwbaard hen vermoorden. Al in haar bestseller Lust (uit 1989, heruitgegeven door Querido, 209 blz., 12,50 euro) stond de mannelijke dominantie centraal. Nu volstaat de macht over het lichaam niet meer, de man wil ook hun bezit. In deze cassante misdaadpersi- flage laat Jelinek ook geen kans voorbijgaan om aan te tonen dat de moordzuchtige hebzucht van de agent demonisch weerspiegeld wordt door de cultuur van het harde kapitalisme, de mode van de resolute winstmaximalisatie. Komt de redding van de politiek? Die heeft zich al uitgeleverd aan de concerns, blaft Jelinek. Van de kunst dan? Daar gelooft ze ook niet in, getuige haar sardonische ondertitel: Een amusementsroman. De roman is dus slechts entertainment en zo verander je de wereld niet. Bloedbad. Wie de grimmigheid van Jelinek van zich wil afschudden, grijpt misschien naar De naakte bruid (Arena, 317 blz., 18,50 euro), nog zonder auteursnaam op Nederlandse kaft. In Groot-Brittannië veroorzaakte de anonieme uitgave een (bescheiden) hype, maar journalisten ontmaskerden de Londense Nikki Gemmell als de schrijfster. Het dagboek over de avontuurtjes die een vrouw buiten haar huwelijk zoekt, is braver en clichématiger dan de flap uitbazuint. Al valt alweer de allesbehalve romantische toon over relaties en moederschap op: "Je leest een stukje uit Sylvia Plaths dagboek, dat ze zich meer een gevangene zou voelen als een oudere, gespannen, cynische carrièrevrouw dan als een uiterst creatieve echtgenote en moeder die constant intellectueel groeit. Geloofde ze dat zelf?" Als er al een ode aan het gezinsleven geschreven wordt, gebeurt dat met de hilarische tragiek à la John Irving. Zoals Leslie Marshall in Een meisje rechtop (Mouria, 400 blz., 19,50 euro), over een weesmeisje dat opgroeit bij twee ooms, een macho fotograaf en eentje die zich liefst in vrouwenkleren hult. Een verteller pur sang, maar met hedendaagse knipogen. We staken van wal met een boek voor generatie Y en ronden af met de jongste roman van de bedenker van generatie X, de generatie gekneld tussen de aanstormende Y's en de oudere babyboomers: Douglas Coupland houdt het donker en somber in Hé Nostradamus (Meulenhoff, 259 blz., 18,50 euro), het invoelende relaas van vier mensen na een bloedbad op een middelbare school. Het uitgangspunt keert terug in Vernon God Little, dat we op de volgende bladzijde kort voorstellen. Luc De DeckerBij de Oostenrijkse Elfriede Jelinek is er voor romantiek à la 'The Sound of Music' geen plaats, tenzij herschreven door markies de Sade.