In de achteruitkijkspiegel is het altijd bijzonder makkelijk om de opbouw naar onevenwichten, zeepbellen en crisissen duidelijk te onderscheiden. Het volstaat echter om vandaag door de voorruit te kijken om te aanschouwen hoe de volgende crisis zich al volop vormt. De economische en financiële crisis heeft de overheidsbegrotingen in geïndustrialiseerde landen bijzonder ver in het rood geduwd. Het resultaat is de grootste en snelste schuldopbouw in vredestijd. Terwijl de schuldopbouw ten gevolge van een oorlog stopt wanneer de oorlog eindigt, vereist dit bij de huidige schuldopbouw een expliciete keuze van overheden.
...

In de achteruitkijkspiegel is het altijd bijzonder makkelijk om de opbouw naar onevenwichten, zeepbellen en crisissen duidelijk te onderscheiden. Het volstaat echter om vandaag door de voorruit te kijken om te aanschouwen hoe de volgende crisis zich al volop vormt. De economische en financiële crisis heeft de overheidsbegrotingen in geïndustrialiseerde landen bijzonder ver in het rood geduwd. Het resultaat is de grootste en snelste schuldopbouw in vredestijd. Terwijl de schuldopbouw ten gevolge van een oorlog stopt wanneer de oorlog eindigt, vereist dit bij de huidige schuldopbouw een expliciete keuze van overheden. Al in 2011 zal de overheidsschuld in de OESO als geheel stijgen tot meer dan 100 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat zijn cijfers waaraan we spijtig genoeg gewend waren geraakt voor landen als Italië, Griekenland of België maar zeker niet voor de geïndustrialiseerde landen als geheel. De lage rente op overheidsobligaties is vandaag een vergiftigd geschenk: omdat ze de financiering van de steeds hogere overheidsschulden niet echt bemoeilijkt, zijn overheden niet geneigd om snel met plannen voor schuldafbouw over de brug te komen. Landen als het Verenigd Koninkrijk, België, Italië, Ierland, Griekenland of de VS bereiden zich best al uit eigen beweging voor op een afbouw van de overheidsschulden, alvorens een paniekaanval van obligatiebeleggers (en dus hogere rentes) hen hiertoe verplicht. Grosso modo zijn er twee pistes die overheden kunnen bewandelen om hun schuldenlast te beperken: oprechte inspanningen of contractbreuk. Bij contractbreuk probeert de overheid (de schuldenaar) rechtstreeks of onrechtstreeks onder haar overeenkomst met de houders van overheidsobligaties (de schuldeisers) uit te komen. De meest expliciete manier is een staking van betaling zoals onder meer Rusland of Argentinië al deden. Een meer verdoken manier is bijvoorbeeld het laten oplopen van inflatie of het bewust aansturen op een verzwakking van de munt. Door hogere inflatie of een zwakkere munt vermindert de reële waarde van de overheidsschuld: leuk voor de overheid, pijnlijk voor de obligatiehouders. Staking van betaling lijkt vandaag ondenkbaar voor westerse landen. Inflatie of een devaluatie is minder opvallend en zal dan ook zeker worden overwogen. Het is echter twijfelachtig of de Federal Reserve of ECB zullen meewerken door hogere inflatie zomaar toe te staan. De piste van de oprechte inspanningen lijkt dan ook onvermijdelijk. Hierbij moet de overheid haar schulden effectief en op een duurzame manier afbouwen. Het verhogen van de belastingen is het meest voor de hand liggende idee. Wegens de al hoge belastingdruk in veel westerse landen is het tegelijk het slechtste idee. De burgers en bedrijven leveren al voldoende oprechte inspanningen. Het is aan de overheid om zich in te spannen: minder ambtenaren, meer taken uitbesteden en een kleinere of efficiëntere overheid kunnen allemaal worden overwogen. Een andere mogelijkheid om de schuldenberg draaglijker te maken, is hogere economische groei. Een flexibelere arbeidsmarkt, hogere pensioenleeftijd of minder genereuze stelsels van werkloosheidsuitkeringen worden al jaren naar voren geschoven als oplossingen om de economie een grotere draagkracht te verschaffen. Alleen al om de kosten van de vergrijzing betaalbaar te houden, is een grotere motorinhoud voor de Europese economie een must. De noodzakelijke afbouw van de overheidsschulden zet dit des te meer in de verf. Doet Europa niets, dan dreigt zijn relatieve positie tegenover opkomende markten - met lage belastingen, kleinere overheden, bijna onbestaande overheidsschulden en hoge economische groei - nog verder en sneller te verslechteren. Hoewel de kaarten niet gunstig liggen, zijn er redenen voor optimisme. Europa is ook in het verleden al teruggekomen vanuit een verloren gewaande positie. Vanaf de jaren tachtig werd de hoge inflatie bedwongen op een moment dat niemand het nog voor mogelijk hield. Niet zo lang geleden werd zelfs een Europese muntunie steevast naar het rijk der fabelen verwezen. De nakende crisis van de overheidsschulden kan dan ook een fantastische katalysator zijn voor echte structurele hervormingen, een efficiëntere overheid en hogere en duurzame groei. Het zou bijzonder jammer zijn als we deze unieke kans laten liggen. Never waste a good crisis.DE AUTEUR IS chief economist van petercam. Peter De Keyzer