Vorige week keurde de raad van bestuur van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) het ontwerp van globaal sociaal akkoord goed. Het akkoord omvat de regeling van sociale conflicten, de vereenvoudiging van de banenplannen en een toenadering tussen de statuten van arbeiders en bedienden. Op het moment dat we deze lijnen schreven, moesten de vakbonden hun achterban hierover nog raadplegen.
...

Vorige week keurde de raad van bestuur van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) het ontwerp van globaal sociaal akkoord goed. Het akkoord omvat de regeling van sociale conflicten, de vereenvoudiging van de banenplannen en een toenadering tussen de statuten van arbeiders en bedienden. Op het moment dat we deze lijnen schreven, moesten de vakbonden hun achterban hierover nog raadplegen. De goedkeuring door het VBO gebeurde echter niet zonder slag of stoot. Enkele sectoren stemden tegen. Normaal blijft het VBO erg discreet over interne stemmingen, maar ditmaal werd de contramine in eigen rangen officieel bekendgemaakt. Een duidelijk signaal, dat het welslagen van dit akkoord niet vergemakkelijkt.Dat er half februari plots een akkoord tussen de onderhandelaars van de vakbonden en werkgevers bestond, heeft alles te maken met de positie van de regering. Deze regering heeft immers bij alle drie dossiers zijn eigen plannen klaar. Minister van Arbeid Laurette Onkelinx ( PS) had zelf op een blauwe (pardon, rode) maandag een voorstel gelanceerd om sociale conflicten te regelen. De liberale regeringsvleugel had een plan klaar om de verschillende soorten banenplannen te integreren. Ten slotte waren er parlementaire initiatieven in aantocht inzake het eenheidsstatuut van arbeiders en bedienen, onder andere van SP.A-parlementslid Hans Bonte. Vakbonden en werkgevers houden er niet van wanneer de regering in hun sociaal potje komt roeren. Zodat het bereikte akkoord bestempeld kan worden als de vlucht vooruit. Laten we het snel eens worden over zaken waar we het misschien niet helemaal eens over zijn, maar dan kunnen we toch zelf de agenda bepalen. Dat was zowat de onderliggende teneur.Zal dit akkoord werkbaar zijn? Vooral bij de afspraak om sociale conflicten buiten de rechtbank te regelen, kunnen vragen worden gesteld. Het VBO heeft aan de vakbonden beloofd dat werkgevers niet onmiddellijk naar de rechtbank zullen lopen in het geval van sociale conflicten. Tenminste als de werknemers ook de regels van het spel eerbiedigen. Overspeelt het VBO hiermee niet zijn hand? Want er is hier toch een fundamenteel verschil. Wanneer werknemers staken, moet de vakbond die staking al of niet erkennen. Dat geeft de vakbond een zekere autoriteit. Aan werkgeverszijde is dat niet het geval. Een werkgever hoeft - gelukkig maar - geen rekenschap af te leggen aan zijn federatie. Wanneer hij het nuttig acht om naar de rechtbank te stappen, zal hij dat doen.Vanuit Brusselse kantoren is het makkelijk redeneren: als werkgevers te veel naar de rechtbank stappen, zal de regering opnieuw zijn plannen bovenhalen om sociale conflicten te regelen naar eigen inzichten, die, gezien het overwicht van de PS op de sociale besluitvorming, zeker niet positief zullen uitdraaien voor de werkgevers. Maar in Oostendse, Gentse of Hasseltse bedrijven is deze macroafweging minder evident. Wanneer zijn fabriek plat ligt, zal het de werkgever worst wezen wat er later gebeurt. Het zal van het VBO veel overtuigingskracht vergen om hem van het tegendeel te overtuigen.Nochtans staat er veel op spel. Want als de realiteit afwijkt van de door de sociale partners beloofde werkelijkheid, zal deze regering niet aarzelen. En dan kunnen VBO, ACV, ABVV en andere Unizo's voor langere tijd in het hoekje gaan zitten. Guido Muelenaer [{ssquf}]