De situatie in de burgerluchtvaart in de tweede helft van de jaren zeventig kan elke rechtgeaarde Amerikaan zich nu nauwelijks nog voorstellen. Met een nieuwe luchtvaartmaatschappij starten, was zonder toestemming van de overheid gewoon onmogelijk. Het indienen van aanvragen, lospeuteren van licenties en doorworstelen van hoorzittingen ontnam heel wat ondernemers de lust om het in deze industrietak ook maar te proberen.
...

De situatie in de burgerluchtvaart in de tweede helft van de jaren zeventig kan elke rechtgeaarde Amerikaan zich nu nauwelijks nog voorstellen. Met een nieuwe luchtvaartmaatschappij starten, was zonder toestemming van de overheid gewoon onmogelijk. Het indienen van aanvragen, lospeuteren van licenties en doorworstelen van hoorzittingen ontnam heel wat ondernemers de lust om het in deze industrietak ook maar te proberen.De deregulering bleef niet tot de Verenigde Staten zelf beperkt. Hoewel bepaalde Aziatische staten nog altijd een streng protectionistisch beleid voeren, werkte ze door op de hele wereld. Terwijl de industrie nog steeds kampt met administratieve hinderpalen, maakte het luchtvaartwezen dankzij de deregulering een onvoorstelbare evolutie door. Wat de straalmotor voor de vliegtechniek betekende, is de deregulering voor het commerciële beleid van de burgerluchtvaart: een totale omwenteling, die onder andere leidde tot lagere prijzen.Voor het toerisme kwam de deregulering neer op een aardverschuiving; binnenlandse markten en klassieke bestemmingen - voor Belgen bijvoorbeeld Spanje, Oostenrijk of Frankrijk - moesten plots gaan concurreren met exotische landen als de Dominicaanse Republiek of Gambia.De strijd om de individuele passagier werd een gevecht om de massa. Er kwam een kringloop op gang van lagere prijzen, hogere bezetting en minder kosten. De rationaliseringen leidden niet alleen tot het ontstaan van de zogenaamde hubs, maar ook tot het creëren van allerhande incentives - onder andere frequent flyer-programma's - om de klant aan één of aan een beperkt aantal maatschappijen te binden. Even nieuw waren de allianties of samenwerkingsverbanden tussen verschillende maatschappijen. Zij streven naar wereldomvattende netwerken die ze - dankzij synergie - tegen lagere kosten kunnen uitbaten. Niet zozeer de zakenreiziger won bij deze ommekeer, wel de modale burger die het vliegtuig tegenwoordig als een gewoon transportmiddel beschouwt. In de slag om de hoogste bezettingsgraad en de laagste prijs per gevlogen mijl, vergat de industrie de jongste jaren vooral een kostbaar segment: de veelvliegers die niet op een gunstig aanbod kunnen wachten. De zakenman moet niet binnen een paar weken, maar overmorgen, vandaag nog, straks ter plaatse zijn en betaalt daar, in vergelijking met allerhande speciale tickets of last minutes, een exorbitant hoge prijs voor. Marleen Fynhoudt