De VLD wil alsnog een wisselmeerderheid vinden om de Picanolwet door het parlement te krijgen. Ze zoekt daarvoor steun bij de CD&V. Het doel is de code-Lippens in een wet te gieten. De liberalen willen dus de aangifte van het individuele salarispakket van de chief executive officer van een beursgenoteerd bedrijf en de aangifte van het globale inkomen van het directiecomité verplicht maken.
...

De VLD wil alsnog een wisselmeerderheid vinden om de Picanolwet door het parlement te krijgen. Ze zoekt daarvoor steun bij de CD&V. Het doel is de code-Lippens in een wet te gieten. De liberalen willen dus de aangifte van het individuele salarispakket van de chief executive officer van een beursgenoteerd bedrijf en de aangifte van het globale inkomen van het directiecomité verplicht maken. De SP.A is tegen. Zij wil de individuele bezoldiging van alle leden van het management bekendmaken. En daarover wordt nu al jaren gebakkeleid in het parlement. De kans is groot dat er straks een eind komt aan die soap. De CD&V-fractie is niet geneigd om een van beide standpunten te volgen. Ze vraagt zich af of zelfregulering niet beter is. Tot daar het politieke toneel. Nu de realiteit. De lonen van Maurice Lippens, Paul Buysse, Jean-Paul Votron, Thomas Leysen, Martin De Prycker of Gilles Samyn zijn een soevereine zaak van het bedrijf en zijn aandeelhouders. Dit blad huldigt hierover een simpel principe: waar de politiek niets over te zeggen heeft, daar moet de politiek over zwijgen. Zelfregulering is hier de beste optie. De overgrote meerderheid van alle beursgenoteerde bedrijven zet nu een charter voor deugdelijk bestuur op de website. In hun jaarverslag houden ze steeds meer rekening met de principes van de code-Lippens. Topwedden, ontslagvergoedingen en variabele lonen komen daardoor aan de oppervlakte. De pers pikt daar gretig op in. Voor de aandeelhouders en investeerders neemt de transparantie toe. Dat is een goede zaak. Niet de absolute hoogte van het salaris van een topmanager is daarbij de essentie. Wel de relatieve grootte en de criteria waarop die vergoeding is gebaseerd. Als Guido Dumarey, CEO van Punch, in dit blad zegt dat zijn managementvennootschap per maand bruto 18.600 euro gefactureerd krijgt, lijkt dat veel. Als je dat echter afzet tegenover de resultaten van het bedrijf ("mijn salaris kost 0,03 % van de winst") en het al dan niet bestaan van een extra ontslagpremie of variabele vergoeding, dan kan je dat bedrag als aandeelhouder in een veel betere context plaatsen. Loon naar werken is een bizar fenomeen. Stel, je krijgt de keuze. Een jaarlijkse wedde van 50.000 euro en dubbel zoveel als andere collega's, of een wedde van 100.000 euro terwijl de anderen twee keer zoveel verdienen. De meesten, zo blijkt uit onderzoek, kiezen voor het eerste. Het is nog een argument om je niet blind te staren op de publicatie van individuele bedragen. En wat dan te denken van het nieuwe electorale strijdpunt van SP.A-voorzitter Johan Vande Lanotte: de plafonnering van ontslagpremies en variabele vergoedingen voor bedrijfsleiders? Opnieuw: dat is nonsens. Het is aan de aandeelhouders, de eigenaars van die bedrijven, zij die de centen uitbetalen, om uit te maken of comfortabele 'bibberpremies' en aantrekkelijke extraatjes al dan niet kunnen. De essentie is dat die aandeelhouders daarover goed geïnformeerd worden. Politici kunnen hoogstens de omstandigheden helpen creëren om die zelfcontrole - die nu eindelijk in het Belgische bedrijfsleven op gang gekomen is - optimaal te begeleiden. En in die zin valt er wel iets te zeggen over te hoge ontslagpremies. Ze zijn niet alleen (als zij het bedrijf schade berokkenen) een probleem voor de aandeelhouders, ze zijn ook (als we die hoge ontslagdrempels doortrekken naar iedere werknemer) een vloek voor de arbeidsmarkt. Een ontslag gebaseerd op de formule-Claeys - volgens leeftijd, anciënniteit en loon - zet een domper op de flexibiliteit van onze arbeidsmarkt. Ze weerhoudt werkgevers ervan om iemand op een vlotte wijze aan te werven of te laten gaan. Vooral werkzoekende vijftigplussers zijn het slachtoffer. Trends paste de berekening toe op topmanagers die geen ontslagregeling hebben: zij genoten (theoretisch) een gemiddelde opzegvergoeding van vijf jaar. Als het Johan Vande Lanotte menens is, zou hij beter van die aberratie een verkiezingsthema maken, zijn pijlen niet meer op topmanagers richten, maar een betere wettelijke regeling voor de ontslagvergoeding van alle bedienden uitwerken. piet depuydt