TRENDS. U was anderhalf jaar sociaaleconomisch kabinetschef van minister-president Kris Peeters. Wat onthoudt u uit die periode?

KOEN GEENS. "De degelijke en zakelijke voorbereiding van de toekomst van Vlaanderen. De constructieve goede wil over de partijgrenzen heen. Kris Peeters (CD&V), Frank Vandenbroucke (sp.a) en Dirk Van Mechelen (Open Vld) verstonden elkaar en vulden elkaar aan. Dat liet veel toe.
...

KOEN GEENS. "De degelijke en zakelijke voorbereiding van de toekomst van Vlaanderen. De constructieve goede wil over de partijgrenzen heen. Kris Peeters (CD&V), Frank Vandenbroucke (sp.a) en Dirk Van Mechelen (Open Vld) verstonden elkaar en vulden elkaar aan. Dat liet veel toe. "Ik had voorts niet verwacht dat de manier van besluitvorming zo ingrijpend zou worden beïnvloed doordat de media het nieuws steeds sneller brengen. Het is een kwestie van minuten geworden en ik heb dat sterk ervaren in het proces dat leidde tot de splitsing van het kartel CD&V/N-VA. "Een politicus is op elk moment in staat om via de media een onverwachte wending te geven aan een dossier. Dat gebeurt zelden als er veel vertrouwen heerst, maar als dat hapert, moet je voortdurend beducht zijn voor wat naar buiten kan komen. Als de lopende Vlaamse regeringsonderhandelingen goed verlopen, zal je weinig lekken hebben." GEENS. "Voor mij was dat toen de enige juiste oplossing voor beide partijen. De toestand tussen de partners was totaal geblokkeerd. Het enige alternatief was de federale regering laten vallen. Dat was onverstandig geweest. De financiële crisis kwam juist om de hoek kijken en we waren beducht voor wat komen ging. Overigens, het verkiezingsresultaat van de beide partijen heeft aangetoond dat het de juiste beslissing was." GEENS. "Het is ijzers breken. De grootte van het succes van N-VA heeft me verrast, maar ik had de verkiezingsscore van CD&V verwacht. De kiezer heeft ingezien dat de partij alles gedaan had, tot het opofferen van de eigen kopstukken, om resultaten te boeken. "In de Vlaamse regering hadden we een politiek akkoord over de staatshervorming. Uit de dialoog van gemeenschap tot gemeenschap bleek dat Brussel in de weg zat. We botsten bovendien op het gegeven dat de Vlamingen nieuw over te hevelen bevoegdheden zelf willen bekostigen om de failliete federale overheid te hulp te komen en dat de Franstaligen geen boodschap hebben aan meer autonomie. Zij zijn gebrand op nieuwe financiële middelen." GEENS. "Ik ben daar redelijk gerust in. De Vlaamse overheid wil zo snel mogelijk weer naar een budget in evenwicht. Het is de typische ingesteldheid van de goede Vlaamse huisvader." GEENS. "We moeten inderdaad gelijk oversteken, maar het gaat veel verder. Het gaat over de vraag: 'hoe moeten we samen voort'. We hebben al meer dan twee jaar een federale regering zonder wezenlijk regeerakkoord. We zitten heel dicht bij een soort confederale regering, die moeilijk in staat is om daadwerkelijk een beleid te voeren." GEENS. "Voor mij moet er over de taalgrens heen op een voluntaristische wijze worden gewerkt aan het samenbrengen van krachten die het geheel dienen recht te trekken. Wilfried Martens, Jean-Luc Dehaene en Guy Verhofstadt waren zulke volhouders die elk de scène gedurende jaren hebben gedomineerd en het land door de zoveelste crisis sleurden. Kan dat nog? En zelfs als we weer zo'n voluntarist krijgen, zal dat voldoende zijn? Overigens, voor het eerst zie je dat het federale niveau zijn overwicht op de deelstaten aan het kwijtspelen is." GEENS. "Herman Van Rompuy kwam aan het hoofd van een schip dat hij niet zelf te water liet. Hij heeft het dus een heel stuk moeilijker om die rol op zich te nemen. Bovendien hadden Martens, Dehaene en Verhofstadt het aan het begin van hun premierschap bijzonder moeilijk en kwam er pas vaart in na verloop van tijd. Van Rompuy heeft als bijkomende handicap dat hij de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde moet realiseren en de economische crisis moet bestrijden met verkiezingen in het vooruitzicht. "Voorts moet je ermee rekening houden dat het soortelijke gewicht van een overheidsniveau veel te maken heeft met de budgettaire mogelijkheden. Het Vlaamse budget bedraagt 23 miljard en de federale begroting 16 miljard, na aftrek van het geld dat naar de sociale zekerheid en de rentelasten gaat, en rekening houdend met de overdrachten naar de deelstaten en Europa." GEENS. "Ja, maar in de federale 16 miljard zitten ook heel wat vaste uitgaven. Daar zitten veel personeelskosten bij." GEENS. "De manier waarop de federale overheid geld overhevelt naar de gemeenschappen en gewesten staat grotendeels los van haar fiscale opbrengsten. Vlaanderen is slechts voor 9 procent verantwoordelijk voor de eigen inkomsten. De fiscale autonomie en de verantwoordelijkheid moeten groter worden." GEENS. "Ze zouden daar oren naar kunnen hebben als er een voldoende lange overgangsperiode komt. Ze zijn immers bang te weinig geld te hebben om de nieuwe bevoegdheden zelf te bekostigen. Bovendien moet Brussel een voldoende deel van de personenbelasting van de pendelaars krijgen." GEENS. "Daar kan over worden nagedacht, maar fundamenteler is dat Vlaanderen steeds minder interesse heeft voor zijn hoofdstad." GEENS. "Ik geloof het niet. Het is een plaats van cultuur en ontmoeting, die ik niet graag zou missen. Brussel is bovendien belangrijk voor de Vlaamse economie. Brussel is een bekend merk in het buitenland. Vlamingen kunnen er hun kar aan vasthaken. Overigens, elke dag gaan meer dan 200.000 Vlamingen naar het hoofdstedelijk gewest om te werken." GEENS. "Vlaanderen zal ooit de keuze moeten maken. Wil het meer bevoegdheden, dan wordt Brussel nog meer een derde gewest. In het andere geval kan Vlaanderen een tweepolig België van de gemeenschappen proberen te houden. Dat laatste komt voort uit de Vlaamse angst van twee tegen een, van Brussel en Wallonië tegen Vlaanderen. Ik ben geneigd te zeggen dat Vlamingen voor het eerste zouden moeten kiezen. Tenminste als ze ook in persoonsgebonden materies waarborgen krijgen als minderheid in Brussel, en Vlaanderen meer bevoegdheden krijgt." GEENS. "Ik zou veel verzoeningsgezinder zijn als er een echte vorm van tweetaligheid kwam. Vlamingen passen zich gemakkelijk en graag aan. Kijk naar de verfranste Vlamingen in Brussel. Franstaligen doen dat niet. Nergens komt het tweetalige project echt van de grond en daarom kunnen de Vlamingen in de Rand niet anders dan zich zeer defensief op te stellen." GEENS. "Ze hangen aan elkaar vast. Kijk naar het federale budgettaire beleid. De federatie was niet in staat in tijden van economische groei geld opzij te leggen. Daardoor beschikt de federale regering vandaag over onvoldoende geld om echt te investeren en de crisis tegen te gaan. Bovendien heeft de federatie deelstatelijke bevoegdheden, zoals het grootstedenbeleid, naar zich getrokken. Omdat Franstalig België geen geld heeft om die te betalen. De Vlamingen moeten leren 'neen' zeggen. Dat bevoegdheden onrechtmatig weer bij de federatie kwamen te liggen, had op Vlaamse weerstand moeten stuiten. Voorts moeten de Vlamingen hun bevoegdheden maximaal benutten en zich tegenover de Franstaligen niet meer als vragende partij opstellen. Dat is wellicht nodig als hefboom voor een nieuwe staatshervorming." GEENS. "Ja, maar in Europa zijn we heus niet de enige lidstaat met budgettaire problemen. Onze tekorten en schuldgraad zijn niet zo excessief. Het overleg tussen de verschillende niveaus wordt wel een grote moeilijkheid omdat de solidariteit niet meer zo evident is." GEENS. "We hebben nog altijd geen antwoord op het vergrijzingsvraagstuk en het is de federale overheid die opdraait voor de kosten van de veroudering van de bevolking. Er komt best een nieuwe visie op het geheel, met deelstaten die financieel bijspringen. En in de sociale zekerheid moet er meer efficiëntie komen, bijvoorbeeld door de deelstaten verantwoordelijk te maken voor de besteding van het geld dat federaal wordt bijeengebracht om de solidariteit te behouden. Weet u, dat is niet alleen bij Franstaligen een taboe. Er zijn ook heel veel Vlamingen die dat niet zien zitten." GEENS. "Het begrotingstekort, zonder weliswaar de verdere toekomst, Vlaanderen 2020, uit het oog te verliezen. Overtollige uitgaven wegsnijden en investeren, vooral in innovatie en hoger onderwijs." GEENS. "Absoluut. Maar de cijfers spreken voor zich. Voor innovatie zitten we aan 0,65 procent van het bruto regionaal product. Europa schrijft 1 procent voor. Hetzelfde voor het hoger onderwijs waar wij aan 1,3 procent zitten, tegenover een Europese norm van 2 procent." GEENS. "Het is een kwestie van prioriteiten leggen. Je kunt niet zeggen, zoals in het plan Vlaanderen In Actie, dat Vlaanderen tegen 2020 een van de meest innovatieve kenniseconomieën van Europa moet worden en daar geen budgettaire consequenties aan verbinden." GEENS. "Ja, we doen dat goed. Het kan uiteraard nog beter. Ik geloof niet dat jonge mensen, op enkele uitzonderingen na, op hun achttiende al een correcte beroepskeuze kunnen maken. De bacheloropleiding moet een eerste en algemene kennismaking worden met het hoger onderwijs. Dan kan een tijd volgen van werken en de wereld leren kennen, met nadien een master die een invulling krijgt gericht op een beroep. Kortom, het Amerikaanse systeem, dat veel gemotiveerdere keuzes toelaat. Specialiseren vanaf het eerste jaar is, algemeen gezien, volgens mij geen goede keuze." GEENS. "Hij heeft het me heel vriendelijk gevraagd en ik heb geantwoord dat, hoe leuk ik het ook vond om met hem samen te werken, mijn afgesproken engagement slechts reikte tot aan de verkiezingen. Uiteraard zal ik in welbepaalde dossiers graag helpen als ik de vraag krijg. Mijn professionele toekomst ligt echter in Leuven en bij mijn advocatenkantoor Eubelius. Ik ben naar mijn oude liefdes teruggekeerd." Door Boudewijn Vanpeteghem en Hans Brockmans"Voor het eerst zie je dat het federale niveau zijn overwicht op de deelstaten kwijtspeelt" "Als Vlaanderen een innovatieve kenniseconomie moet worden, moet je daar budgettaire consequenties aan verbinden"