Saneren is voor onze politici (meestal) synoniem voor belastingverhoging, de bekende vicieuze cirkel. Besparingen op de uitgaven daarentegen fnuiken groei en tewerkstelling veel minder.
...

Saneren is voor onze politici (meestal) synoniem voor belastingverhoging, de bekende vicieuze cirkel. Besparingen op de uitgaven daarentegen fnuiken groei en tewerkstelling veel minder.De noodzaak tot sanering van de openbare financiën behoort nu reeds meer dan een decennium tot de vaste onderwerpen uit het politieke discours. Het valt daarbij op dat regeringen (van welke pluimage ook) die terzake toch eens tot daden overgaan, zich, blijkens de naakte cijfers, veel beter voelen bij belastingverhogingen dan wel bij besparingen op de uitgaven. Vele van onze politici gaan ervan uit dat het uiteindelijk geen verschil uitmaakt welke van die twee saneringswegen men bewandelt. De minister van Begroting Herman Van Rompuy verdedigde deze tesis onlangs nog zeer expliciet op de BRTN Radio. Ze is nochtans flagrant onjuist.Bijgaande grafiek is het klassieke werkinstrument uit de moderne makro-ekonomie. In het assenkruis met het binnenlands prijspeil op de vertikale as en het niveau van ekonomische aktiviteit op de horizontale as zorgen de curves van globaal aanbod (AS) en globale vraag (AD) voor het initiële aktiviteitsniveau Y* : de markt is in evenwicht waar vraag en aanbod aan mekaar gelijk zijn. De aanbodcurve loopt opwaarts in dit assenkruis, o.m. omdat een stijging van de prijzen de ondernemingen tot een hogere produktie zal aanzetten. De vraagcurve geeft een omgekeerd verband tussen prijs en aktiviteit, o.m. omdat een dalend binnenlands prijspeil onze goederen en diensten aantrekkelijker zal maken in het buitenland.VRAAG EN AANBOD.Het basisverhaal m.b.t. de gevolgen van enerzijds een uitgavenbesparing en anderzijds een belastingverhoging loopt als volgt. Bij een besparing op de overheidsuitgaven neemt de overheid een stuk vraag uit het ekonomisch circuit weg zodanig dat de globale vraagcurve verschuift van AD naar AD'. De ekonomische aktiviteit valt terug van het niveau Y* naar Y1, het snijpunt van AS met de nieuwe AD'.Bij een belastingsverhoging doet zich langs de vraagzijde een verhaal vergelijkbaar met het voorgaande voor zodat we opnieuw van AD naar AD' gaan. Ditmaal grijpen er echter ook verschuivingen plaats langs de aanbodkant van de ekonomie. Elke belastingverhoging werkt immers remmend op het aanbod, d.i. de aktiviteit van de ondernemingen. Dat remmend effekt kan zich direkt manifesteren (b.v. als kostprijsverhoging waardoor men als bedrijf aan kompetitiviteit en dus ook aan omzet inboet) of indirekt (b.v. een onderneming verwerkt de lastenverhoging door in te teren op zijn winstmarges waardoor zijn investeringsmogelijkheden en dus ook zijn toekomstige kompetitiviteit ondergraven worden).In het geval van een belastingverhoging krijgen we dus naast de verschuiving van AD naar AD' ook een verschuiving van de aanbodcurve, nl. van AS naar AS'. Dit betekent dat tegen dezelfde prijs als voorheen de ondernemingen hun aanbod van goederen en diensten zullen terugschroeven. Op het snijpunt van de curves AD' en AS' bekomen we het nieuwe evenwichtspunt tussen de globale vraag en het globale aanbod, nl. Y2. Dit basisverhaal kan op diverse punten zinvol genuanceerd worden doch de essentie ervan blijft altijd zoals hierboven geschetst.Hoewel bijgaande grafiek louter illustratief is, toont hij toch zeer duidelijk aan dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen saneren langs enerzijds besparingen op de uitgaven en anderzijds belastingverhogingen. De laatste hebben duidelijk de meest remmende impakt op de ekonomische aktiviteit (Y2 Y1 Y*). Meteen kan ook afgeleid worden dat belastingverhogingen ook sterker negatief inwerken op b.v. de tewerkstelling en op de overheidsuitgaven en -inkomsten. Trachten te saneren via belastingverhogingen heeft dan ook veel weg van ronddraaien in een vicieuze cirkel.JVOHERMAN VAN ROMPUY (BEGROTING) "Meer belastingen in plaats van besparingen, maakt uiteindelijk het verschil niet. " Een flagrant onjuiste stelling.De ekonomische aktiviteit wordt duidelijk sterker afgeremd door belastingverhogingen dan door besparingen op de uitgaven.