In de aanloop naar de verkiezingen van 18 mei 2003 verkondigden de paarse excellenties, met eerste minister Guy Verhofstadt ( VLD) en minister van Begroting Johan Vande Lanotte ( SP.A) op kop, dat de regering de begrotingssituatie perfect onder controle had. En dat ondanks de tegenvallende conjuncturele ontwikkeling. Sinds de stembusgang trachten diezelfde heren aan de hand van het 'cyclisch neutrale budget' uit te leggen waarom de budgettaire toestand er toch iets minder rooskleurig uitziet. Informateur Elio di Rupo ( PS) gaf het thema al een centrale plaats in zijn nota aan de koning, en ook tijdens de onderhandelingen die formateur Verhofstadt momenteel voert, steekt het voortdurend de kop op.
...

In de aanloop naar de verkiezingen van 18 mei 2003 verkondigden de paarse excellenties, met eerste minister Guy Verhofstadt ( VLD) en minister van Begroting Johan Vande Lanotte ( SP.A) op kop, dat de regering de begrotingssituatie perfect onder controle had. En dat ondanks de tegenvallende conjuncturele ontwikkeling. Sinds de stembusgang trachten diezelfde heren aan de hand van het 'cyclisch neutrale budget' uit te leggen waarom de budgettaire toestand er toch iets minder rooskleurig uitziet. Informateur Elio di Rupo ( PS) gaf het thema al een centrale plaats in zijn nota aan de koning, en ook tijdens de onderhandelingen die formateur Verhofstadt momenteel voert, steekt het voortdurend de kop op. U hebt de politici de term 'cyclisch neutraal budget' niet echt in de mond horen nemen, maar daar gaat het in wezen telkens om wanneer, bijvoorbeeld, Guy Verhofstadt zegt dat we "structureel in evenwicht blijven" of VLD-voorzitter Karel De Gucht bedenkt dat we de begrotingscijfers moeten "uitzuiveren voor conjuncturele elementen". Er valt heel wat te zeggen voor deze benadering van de begrotingsproblematiek. Hoewel België natuurlijk nog altijd de hoge overheidsschuld (nog altijd ruim 100 % van het bruto binnenlands product) als een molensteen om zijn nek heeft hangen, is het verdedigbaar om bij een lagere of negatieve economische groei een iets groter deficit of kleiner overschot te tolereren, vanuit de werking van de 'automatische stabilisatoren'. De regering zal de verhoogde uitgaven en verminderde inkomsten als gevolg van de slechte conjunctuur niet onmiddellijk compenseren met hogere belastingen en/of besparingen, omdat men dan de kans op een nog sterkere terugval van de economische groei zou vergroten. Maar tegelijk schuilt er in de argumentatie die u de voorbije dagen te horen kreeg van Verhofstadt & co. een enorme hypocrisie. Het 'cyclisch neutraal budget' geeft aan hoe (uitgaand van het budgettaire beleid van de regering) de uitgaven en inkomsten van de overheid binnen een jaar geëvolueerd zouden zijn indien de economie gegroeid zou zijn volgens het ritme van de langetermijntrendgroei. Voor België ligt die trendgroei in de vork tussen 2 % tot 2,25 %. Het budgettaire saldo dat uit de samenstelling van de cyclisch neutrale inkomsten en uitgaven voortvloeit, is dan uiteraard het cyclisch neutrale begrotingssaldo. Wanneer het cyclisch neutrale begrotingssaldo een groter deficit of een kleiner overschot laat zien dan het effectief gerealiseerde saldo, betekent dit dat het gevoerde begrotingsbeleid niet echt een bijdrage leverde aan de sanering van de begrotingstoestand. Alle ernstige analisten zijn het erover eens dat het concept van de cyclische neutraliteit met de nodige omzichtigheid gehanteerd moet worden. Er moeten immers nogal wat hypotheses worden gemaakt vooraleer de concrete cijfers van de cyclisch neutrale budgetpositie uit de computers rollen. Dat de regeringsonderhandelaars ons elke dag met die cijfers om de oren slaan, betekent dat ze er volmondig mee akkoord zullen gaan om eens stevig door te rekenen, en vooral om terug te rekenen in de tijd, rond het cyclisch neutrale begrotingssaldo. De Europese Commissie en de Oeso berekenen jaarlijks waar het cyclisch neutrale begrotingssaldo voor elk van de respectieve lidstaten op zou neerkomen. Ze hanteren daarbij elk een eigen methodologie, waardoor de cijfers zelden exact overeenkomen, al wijzen ze meestal wel in dezelfde richting. De tabel Cadeaus van de conjunctuur zet voor de periode 1999-2002 de cyclische neutrale begrotingssaldo's zoals berekend door de Commissie en de Oeso naast de effectief gerealiseerde begrotingssaldi in België. Laten we om die tabel te verduidelijken even de cijfers van 1999 erbij nemen. België realiseerde toen een begrotingssaldo van -0,5 % van het BBP. Als we de impact van de toen vrij gunstige conjunctuur uitzuiveren, dan komen we uit op een cyclisch neutraal saldo dat zowel volgens de Commissie als de Oeso iets negatiever uitvalt: respectievelijk -0,9 % en -0,7 %. Op basis van de gegevens van de Commissie kon de regering- Verhofstadt I in 1999 een conjuncturele bonus van 0,4 % van het BBP (0,9 % min 0,5 %) inschrijven, wat in euro's van 2002 neerkomt op 1045,6 miljoen euro. In 2000 nam het verschil tussen het effectief gerealiseerde en het cyclisch neutrale begrotingssaldo veel grotere proporties aan. Volgens de gegevens van de Europese Commissie staat het lichte overschot van toen gelijk aan een cyclisch neutraal deficit van 1,2 % van het BBP. In 2002 was het de slechte conjunctuur die voor rode begrotingscijfers zorgt. De fundamentele les die we uit deze tabel moeten trekken, is dat Verhofstadt I zeker in de jaren 1999-2001 kon pochen met uitstekende begrotingsresultaten als gevolg van de omvangrijke conjuncturele meevallers. Punt. Volgens de gegevens van de Europese Commissie gaat het voor die periode zelfs om 6 miljard euro aan meevallers, volgens de Oeso-methodiek om 'slechts' 3,4 miljard euro. En hier zit dan uiteraard ook de hele hypocrisie van het verhaaltje dat Verhofstadt, Vande Lanotte & co. de voorbije dagen aan de goegemeente trachten te slijten. Ze mogen inderdaad argumenteren dat de conjuncturele tegenvallers wegen op de begroting van 2003, maar hebt u één van hen in de periode 1999-2001 ooit horen vertellen dat ze toen op een miljardenstroom van conjuncturele meevallers dreven (zie ook Opinie blz. 110)? Laten we de prestaties van Verhofstadt I vergelijken met die van de (voorlopig) laatste regering van Jean-Luc Dehaene ( CD&V). Uit de tabel is (op basis van de gegevens van de Europese Commissie) af te leiden dat Verhofstad I voor de hele periode 1999-2002 op 4,7 miljard euro aan conjuncturele meevallers kon rekenen. Voor de periode 1995-1998 presteerde de regering-Dehaene elk jaar beter dan het cyclisch neutrale saldo. Omgerekend naar euro's van 2002 komt die betere prestatie neer op 3,9 miljard euro. Dehaene en zijn ploeg deden het dus voor 8,6 miljard euro (4,7 + 3,9 miljard euro) beter dan Verhofstadt en de zijnen. Trends uitte kritiek op de laatste regering-Dehaene omdat ze in haar saneringsbeleid te veel de kaart van de belastingverhogingen trok en te weinig die van de echte besparingen. Die kritiek blijft voluit van kracht. Maar iedereen, dus ook dit blad, moet toegeven dat op het vlak van het begrotingssaldo Dehaene beduidend sterker presteerde dan Verhofstadt. Johan Van OvertveldtVerhofstadt I kon met uitstekende begrotingsresultaten pochen dankzij conjuncturele meevallers. Punt uit.