De auteur is lid van de Economist Intelligence Unit.
...

De auteur is lid van de Economist Intelligence Unit.In 2004 herdenkt Japan de honderdste verjaardag van het uitbreken van de Russisch-Japanse oorlog, de eerste keer dat het land het wereldtoneel opdonderde. De Japanse overwinning verbaasde de wereld, zeker ook omdat ze in Rusland een revolutie ontketende en omdat ze iedereen plots een macabere kijk bood op moderne oorlogsvoering. Een eeuw later zal Japan tonen, zij het op een geruststellende manier, dat het niets van zijn bedrevenheid om kennis bij te brengen verloren heeft. Ook nu doet de wereld er goed aan te kijken en te leren. Ten eerste zal de Japanse politiek voor verbazing zorgen, al was het maar wegens haar perversiteit. De regerende Liberaal-Democratische Partij ( LDP) zal de meest gehoonde politieke partij in de democratische wereld blijven, maar wel succes kennen. In 2004 zal ze 47 van de voorbije 49 jaar aan de macht geweest zijn. Eigenaardig genoeg is dat voor een groot deel te danken aan de eerste minister, Junichiro Koizumi. Toen hij in april 2001 aan de macht kwam, beloofde hij de partij met het oog op hervormingen helemaal af te bouwen. In plaats daarvan heeft hij ze versterkt. Niet alleen heeft hij de partij wendbaarder gemaakt door haar ooit ontzagwekkende facties te verpletteren en te verzwakken, maar zijn non-conformistische stijl slaat ook aan bij 50 % van de kiezers die beweren niet aangesloten te zijn bij een partij. In 2004 staat Koizumi voor zijn volgende politieke vuurproef: de verkiezingen voor het Hogerhuis in het midden van het jaar. Sinds de LDP in 1989 haar meerderheid verloor in de Kamer, vertoonden de kiezers de neiging om gebruik te maken van de Hogerhuisverkiezingen om de partij te straffen voor haar beleidsfouten en andere misdrijven. Koizumi's vijanden binnen de partij zullen allicht jubelen als de LDP er niet in slaagt om opnieuw de meerderheid te halen, maar Koizumi is een realist en hij zal al blij zijn als hij gewoon een status-quo kan behouden. Als dat lukt, lijkt zijn positie verzekerd tot in 2006, wanneer zijn termijn als partijleider - en volgens de traditie ook als eerste minister - afloopt. Als hij erin slaagt zijn politieke autoriteit te bezegelen, kan Koizumi zich concentreren op wat hem echt interesseert: het Japanse veiligheidsbeleid opknappen. Dat zal dan voorrang krijgen op economische hervormingen. Met een economische groei van waarschijnlijk 1 à 2 % in 2004 - met de huidige normen een steengoed expansieritme - is de druk om pijnlijke economische veranderingen door te voeren alvast verdwenen. Een drijvende kracht achter Koizumi's vernieuwingsdrang is de militaire dreiging van Noord-Korea. Tenzij Noord-Korea tekenen vertoont dat het een compromis wil sluiten over zijn nucleair programma, zou Japan in 2004 wel eens tot de bevinding kunnen komen dat het nauwelijks een andere keuze heeft dan zich formeel te verbinden tot de uitbouw van een verdedigingssysteem met ballistische raketten ( BMD), samen met de Verenigde Staten. Dat is een riskante beslissing, die graag zal worden gezien door de VS (die dan de financiële en technologische last kunnen verdelen) en door het Japanse publiek (dat schrik heeft voor de Noord-Koreaanse dreiging). Maar zo'n uitbouw zal China ergeren. In het slechtste geval kan dat een regionale wapenwedren ontketenen. Een engagement met BMD zou Japan meer dan ooit binden aan de Amerikaanse veiligheidsparaplu op het gebied van de militaire hardware, maar het dreigt ook Japans zelfopgelegd verbod op collectieve zelfverdediging te compromitteren. Koizumi wil de vredesconstitutie ('s werelds oudste ongeamendeerde grondwet) up-to-date brengen en heeft de LDP de opdracht gegeven om tegen 2005 voor de dag te komen met een blauwdruk voor een grondwetsherziening. Het is best mogelijk dat hij vindt dat een engagement met BMD nuttig kan zijn om die kwestie door te drukken. Kiezen voor BMD kan van Japan ook een nuttig globaal prototype maken voor de VS, want een succesvolle aanwending van die technologie kan mettertijd andere bondgenoten overtuigen om eveneens toe te treden tot het systeem. In 2004 zal een vijfde van de Japanse bevolking ouder zijn dan 65 (met meer dan 20.000 honderdjarigen). De stijgende last om te zorgen voor pensioenen en ziekteverzorging leidt ertoe dat de Japanse overheidsfinanciën er ook in 2004 veruit het slechtst aan toe blijven van de hele industriële wereld. De noodzaak om de financiële activa van de gepensioneerden te vrijwaren, die grotendeels vastzitten in inflatiegevoelige bankdeposito's, zal ook het monetair beleid belemmeren en de nationale bank verhinderen om radicale maatregelen te nemen die jaren van deflatie zouden kunnen keren. Terwijl de bewindslui het moeilijk krijgen, zal het Japanse bedrijfsleven floreren. Japanse ondernemingen worden wereldleiders in de verzorging van de grijze markt. Het volstaat een bezoek te brengen aan het centrum van Tokio om een paradijs voor gepensioneerden te aanschouwen met winkels die uitpuilen van de gadgets voor bejaarden, zoals elektronische apparaten met grote knoppen en displays en zelfs bierblikjes of shampooflessen met opschriften in braille. De markt voor bejaardenvriendelijke goederen wordt nu al geschat op meer dan 18 miljard dollar en zal exponentieel groeien. Hoewel Japan één van de snelst verouderende bevolkingen heeft, zijn andere landen, zoals China, Zuid-Korea en het grootste deel van West-Europa, bezig de kloof te dichten. Ze doen er dan ook goed aan om te leren uit de Japanse ervaring. In 2004 zal Japan tonen dat ouder worden weliswaar problemen met zich brengt, maar dat grijs worden ook een goede zaak kan zijn. Robert WardEen drijvende kracht achter Koizumi's vernieuwingsdrang is de militaire dreiging van Noord-Korea. In 2004 zal Japan de wereld tonen dat ouder worden weliswaar problemen met zich brengt, maar dat grijs worden ook een goede zaak kan zijn.