Migratie. In tegenstelling tot in de Verenigde Staten, Canada of Australië heeft die term in België een bijna eenzijdig negatieve bijklank. Ter verdediging wordt dan vaak ingeroepen dat migratie absoluut noodzakelijk is om de welvaartsstaat betaalbaar te houden wanneer de vergrijzing toeslaat. Is dat wel zo? In 2003 voerde het Nederlandse Centraal Planbureau een uitgebreide kosten-baten-analyse uit van migratie met projecties voor de toekomst. Omdat vergrijzing een typisch westers fenomeen is, werd alleen de niet-westerse migratie onder de loep genomen. Het aantrekken van migranten uit Seniorië om de vergrijzing in Oud België betaalbaar te houden, lost namelijk weinig op.
...

Migratie. In tegenstelling tot in de Verenigde Staten, Canada of Australië heeft die term in België een bijna eenzijdig negatieve bijklank. Ter verdediging wordt dan vaak ingeroepen dat migratie absoluut noodzakelijk is om de welvaartsstaat betaalbaar te houden wanneer de vergrijzing toeslaat. Is dat wel zo? In 2003 voerde het Nederlandse Centraal Planbureau een uitgebreide kosten-baten-analyse uit van migratie met projecties voor de toekomst. Omdat vergrijzing een typisch westers fenomeen is, werd alleen de niet-westerse migratie onder de loep genomen. Het aantrekken van migranten uit Seniorië om de vergrijzing in Oud België betaalbaar te houden, lost namelijk weinig op. Het Planbureau keek onder meer naar de financiële nettobijdrage van migranten aan de staatskas: het verschil tussen de belastingopbrengsten van de migrant enerzijds en uitgaven aan de migrant anderzijds. In de studie werd bovendien verondersteld dat migranten vanaf de derde generatie voor opleidingsniveau en arbeidsmarktprestaties niet meer te onderscheiden zijn van de gemiddelde Nederlander. Zelfs met die veronderstelling laat het resultaat weinig aan de verbeelding over: een 25-jarig migrantenpaar met twee jonge kinderen kost over zijn volledige levenscyclus (van de vier gezinsleden dus) de Nederlandse staat netto 230.000 euro. Dat is niet alleen zo voor migranten: ook een modale Nederlander ontvangt tijdens zijn leven 38.000 euro meer dan hij aan belastingen en bijdrages betaalt. Wel uniek is dat die nettokostprijs voor een migrant hoger is dan voor een autochtone Nederlander, én dat het een kostprijs is, niet de geclaimde nettobijdrage voor de vergrijzingsfactuur. Als belangrijkste verklaringen noemt het Planbureau het zwakkere sociaaleconomische profiel van de migranten, de zeer lage participatiegraad op de arbeidsmarkt en een te genereus uitkeringenstelsel. Overigens merkt het Planbureau op dat er wel degelijk gevallen zijn waarbij migratie wel een positieve nettobijdrage levert: hooggeschoolde migranten of migranten die vlot ingeschakeld kunnen worden in knelpuntberoepen. Dit onderzoek belooft weinig goeds voor de Belgische situatie. Voor zowat alle integratie- en migratie-indicatoren scoort Nederland beter dan België. Van alle Belgen is zowat 62 procent actief op de arbeidsmarkt, voor migranten is dat nauwelijks 39 procent. Voor alle duidelijkheid: er is geen enkele andere EU-lidstaat waar dat verschil groter is. De VS bewijzen dat het anders kan: daar is de werkloosheid onder migranten zelfs lager dan onder de autochtonen. Ook in het opleiden van de tweede en derde generatie scoort België bijzonder zwak. De PISA-testen meten op objectieve wijze de lees- en wiskundevaardigheden van 15-jarigen in alle OESO-landen. Hoewel Belgische 15-jarigen telkens als de bollebozen van de OESO-klas naar voren komen, gaapt een reusachtige kloof met de kinderen van migranten. Zolang we er niet in slagen om de 'juiste' migranten aan te trekken en de tweede en derde generatie structureel hoger te krijgen op de sociaaleconomische ranglijsten, is het uitgesloten dat migratie in zijn huidige vorm ook maar enige substantiële bijdrage levert tot de betaalbaarheid van de vergrijzing. Uiteraard is het mogelijk om niet-financiële argumenten te gebruiken pro migratie. Er valt iets te zeggen voor migratie uit humanitaire overwegingen, uit ethische noodzaak en zelfs voor migratie als een impliciete vorm van ontwikkelingshulp. Maar met de combinatie van het Nederlandse onderzoek en de Belgische cijfers is het spijtig genoeg een illusie om te denken dat migratie de Belgische vergrijzing mee zal financieren. Onze zwakke score in heel wat internationale rangschikkingen is tegelijk een grote kans. Er is geen enkel land dat meer kan leren van positieve ervaringen in het buitenland. De overbevolking in vele kleuterklassen, onder meer als gevolg van een geboortegolf bij migranten, is dan ook een allerlaatste waarschuwing. Als we er niet in slagen om die kleuters van vandaag op te leiden tot de hoogproductieve en actieve werknemers van morgen, zullen we binnen twintig jaar niet alleen de vergrijzing maar ook de verkleuring zeer duur betalen. DE AUTEUR IS CHIEF ECONOMIST VAN PETERCAM. Peter De Keyzer