Professor Jean Hindriks, hoogleraar economie aan de UCL en lid van de commissie Pensioenhervorming, maakte indruk op de conferentie over het pensioen die Trends en Optima onlangs organiseerden. Hindriks heeft de voorbije jaren niet alleen aan de alarmbel getrokken, hij heeft ook concrete scenario's ontwikkeld om onze arbeidsmarkt te hervormen zodat het pensioensysteem niet in gevaar komt. Hij zette wel een belangrijke kanttekening bij zijn betoog: het weerspiegelde alleen zijn persoonlijke mening en niet noodzakelijk de standpunten van de pensioencommissie waar hij deel van uitmaakt.
...

Professor Jean Hindriks, hoogleraar economie aan de UCL en lid van de commissie Pensioenhervorming, maakte indruk op de conferentie over het pensioen die Trends en Optima onlangs organiseerden. Hindriks heeft de voorbije jaren niet alleen aan de alarmbel getrokken, hij heeft ook concrete scenario's ontwikkeld om onze arbeidsmarkt te hervormen zodat het pensioensysteem niet in gevaar komt. Hij zette wel een belangrijke kanttekening bij zijn betoog: het weerspiegelde alleen zijn persoonlijke mening en niet noodzakelijk de standpunten van de pensioencommissie waar hij deel van uitmaakt. Aan het begin van zijn uiteenzetting -- die hij hield voor een groep vijftigers die zich ogenschijnlijk zorgen maakten over hun pensioen -- kwam Jean Hindriks verrassend uit de hoek: "De vergrijzing is een mythe." Het leverde hem heel wat verbaasde blikken op. Hindriks lichtte zijn stelling toe met een vergelijking: "Als een dag 30 uur zou tellen in plaats van 24, dan zou u toch niet op hetzelfde uur gaan slapen? Dat geldt ook voor de beroepsloopbaan: als de levensverwachting toeneemt, is het normaal dat we langer werken." Hindriks maakte een onderscheid tussen de nominale leeftijd -- het aantal keren dat we zijn verjaard -- en de reële leeftijd, die overeenstemt met het aantal jaren dat ons nog rest. "Sinds 1970 is de levensverwachting gestegen met tien jaar. Een man van 65 jaar heeft vandaag dus dezelfde reële leeftijd als iemand van 55 in 1970. Dat wil zeggen dat we allemaal jonger zijn dan we denken." En als we in het verlengde daarvan het principe hanteren dat de reële vergrijzing gelijk is aan de verhouding tussen het aantal ouderen en het aantal jongeren, neemt de vergrijzing niet schrikbarend toe, maar blijft ze constant. Helaas zijn er heel wat misvattingen die de mythe van de vergrijzing in stand houden. De eerste: als er te veel senioren aan het werk zijn, is er geen plaats meer voor jongeren. Dat is fout volgens Jean Hindriks, die stelt dat "werk werk cre-eert". De Scandinavische landen leveren daar het beste bewijs van: in Noorwegen bedraagt de werkgelegenheidsgraad bij 55- tot 64-jarigen ongeveer 70 procent, en bij 15- tot 25-jarigen 65 procent. In België daarentegen schommelen die cijfers rond respectievelijk 30 en 35 procent. Een tweede misvatting: een wereld waarin we almaar meer moeten werken, kan volgens heel wat mensen geen welvarende wereld meer zijn. Maar als we kijken naar de gemiddelde loopbaan en het aantal pensioenjaren sinds de jaren tachtig, stellen we vast dat de gemiddelde loopbaan ongeveer constant is gebleven, terwijl het aantal pensioenjaren alleen maar toeneemt. Volgens Hindriks "hebben we het feit dat we langer leven gebruikt om onze vrije tijd uit te breiden en minder te werken". Een grove vergissing, vindt hij. En er zijn mensen die denken dat de vergrijzing het solidariteitsprincipe zal ondergraven. Ook zij hebben ongelijk volgens Hindriks. In feite is dat principe al lang achterhaald. "Solidariteit is als cholesterol. Er is goede en slechte. Als we het herverdelingsprincipe van dichterbij bekijken, stellen we vast dat lange loopbanen tot 65 jaar dienen om de korte loopbanen tot 55 jaar te financieren. Dat is niet wat ik goede solidariteit noem. Integendeel, het zet het hele systeem op losse schroeven." Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we het pensioen van de 2 miljoen babyboomers -- de generatie werknemers van 50 tot 65 jaar -- kunnen blijven betalen? Jean Hindriks ziet verscheidene, combineerbare scenario's om uit de impasse te geraken. De eerste bestaat erin het halftijdse pensioen in te voeren en de leeftijd van het voltijdse pensioen geleidelijk op te trekken -- uiteraard alleen als de levensverwachting echt blijkt toe te nemen. Zo'n systeem zou zelfs tegemoetkomen aan de verwachtingen van de burgers. Een recent onderzoek heeft aangetoond dat de redenen waarom mensen weigerachtig staan om te werken tot 65 jaar niet zozeer te maken hebben met de moeilijkheid van het werk of met financiële behoeften, maar met de behoefte om meer te genieten van hun familie, vrienden -- kortom, om meer tijd te hebben voor zichzelf. Een ander scenario: werknemers tijdens hun loopbaan de kans geven hun opleiding gedurende een jaar te hervatten. Die periode zou worden gelijkgesteld met periodes van tewerkstelling -- net zoals bijvoorbeeld het ouderschapsverlof -- en worden gedekt door een vergoeding die overeenkomt met de werkloosheidsvergoeding. Die maatregel kan een dubbel nut hebben: niet alleen staat ze werknemers toe zich tijdens hun loopbaan te herscholen en langer te werken, maar bovendien kunnen jongeren de arbeidsmarkt vroeger betreden, die nu veel soepeler is geworden. "Die tijdelijke vertrekgolf zou een frisse wind door de arbeidsmarkt doen waaien", aldus Jean Hindriks. "Dat zou nuttig zijn, aangezien jongere werknemers bijdragen tot een snellere verspreiding van nieuwe technologie. Misschien moeten werkgevers worden verplicht om werknemers in opleiding te vervangen door jonge werklozen. Nadat ze hun opleiding hebben afgerond, moeten de werknemers echter wel verzekerd zijn van werk. Anders kan het systeem niet functioneren." 80 procent van de Belgische gepensioneerden is eigenaar van zijn woning. "Waarom zouden we gepensioneerde eigenaars niet de kans geven om te kiezen voor een omgekeerde hypotheek?", zegt Hindriks. "De bedoeling zou zijn de waarde van de woning, bijvoorbeeld maximaal 75 procent, om te vormen in een aanvullend pensioeninkomen, in de vorm van kapitaal of een rente. Uiteraard staat het iedereen vrij om het systeem te gebruiken of slechts een deel van de waarde van de woning te consumeren, en de rest als erfenis voor de kinderen te laten. En als de waarde van het vastgoed sterk stijgt, kan de uitkering van de rente zelfs worden verlengd." CAMILLE VAN VYVE"Als een dag 30 uur zou tellen in plaats van 24, zou u toch niet op hetzelfde uur gaan slapen? Dat geldt ook voor de beroepsloopbaan"