In de winter van 2013 zette het Parijse Grand Palais op verrassende wijze het werk van Félix Vallotton (1865-1925) weer op de kaart in Frankrijk. Wie die solotentoonstelling toen miste, krijgt in Londen en deze winter nog in het New York Metropolitan een herkansing. Om maar te zeggen: een herontdekking drin...

In de winter van 2013 zette het Parijse Grand Palais op verrassende wijze het werk van Félix Vallotton (1865-1925) weer op de kaart in Frankrijk. Wie die solotentoonstelling toen miste, krijgt in Londen en deze winter nog in het New York Metropolitan een herkansing. Om maar te zeggen: een herontdekking dringt zich wereldwijd op. De expo in de Royal Academy is Vallottons eerste retrospectieve in Engeland. Aan bronmateriaal is nochtans geen gebrek. De Zwitserse kunstenaar was extreem meticuleus: in 1885 begon hij met zijn Livre de Raison, een dagboek dat hij nauwgezet bijhield tot aan zijn dood in 1925. Voor kunsthistorici en tentoonstellingsmakers is het een goudmijn: er staan ruim 1500 werken in beschreven, plus hun context. Toch raakte Vallottons oeuvre wat ondergesneeuwd tussen dat van zijn tijdgenoten bij Nabis, de groep rond Bonnard en Vuillard waarin hij ook bekendstond als een buitenbeentje. De tentoonstelling stelt impliciet de vraag hoe dat komt. Wat maakt dan Vallotton zo'n moeilijke, vergeten artiest? Lag het aan zijn extreem gevarieerde oeuvre, dat nogal onsamenhangend is? Of misschien ligt het aan zijn stugge, film-noir-achtige composities waarin altijd een soort dreiging of ongemak schuilt, die gemakkelijk overslaat op de kijker? Of is hij gewoon de missing link tussen Edward Hopper, Edvard Munch, Léon Spilliaert en Luc Tuymans? Oordeel vooral zelf in de Royal Academy en zie waarom Vallotton daar zijn plek verdient.