De zaak-De Tandt is niet de enige waarin wordt beweerd dat er doofpotten bestaan. We rakelen er enkele op die ooit de media haalden.
...

De zaak-De Tandt is niet de enige waarin wordt beweerd dat er doofpotten bestaan. We rakelen er enkele op die ooit de media haalden. Op 3 juni 2004 werden de toenmalige voorzitter van de Belgolaise-bank (de Afrikaanse dochter van Fortis), Marc-Yves Blanpain, en Daniël Cuytis, voorzitter van het directiecomité, samen met twee andere kaderleden door onderzoeksrechter Michel Claise in verdenking gesteld wegens witwassing. Het parket van Brussel was in januari 2003 een onderzoek begonnen op aanwijzing van de Cel voor Finan-ciële Informatie (CFI). Belgolaise zou betrokken zijn geweest bij de verduistering van 80 miljoen dollar ten koste van de Congolese diamantmaatschappij Miba. De Belgolaise-directie ontkende en zegde haar volledige samenwerking toe aan het gerecht. Wat is de huidige stand van zaken in dit dossier? Een woordvoerder van het Brusselse parket: "De raadkamer heeft deze zaak op haar zitting van 26 mei voor onbepaalde tijd uitgesteld." Een reden werd niet opgegeven. Belgolaise-groep is een instituut met 100 jaar Afrika-ervaring. De bank werd begin 2005 door Fortis in de etalage gezet. Dat is merkwaardig, want sindsdien behandelt een afzonderlijke Afrikadesk binnen Fortis nieuwe dossiers, onder meer voor de financiering van mijnprojecten in Congo. Sinds Belgolaise te koop staat, staan potentiële kopers niet te drummen, ondanks vernieuwde interesse van Angelsaksische banken voor Afrika die er via overnames hun posities versterken. Zelfs het omvangrijke vastgoedpatrimonium van Belgolaise, dat geschat werd op 35 miljoen euro, kon weinigen bekoren. Belgolaise is dus nog altijd een filiaal van Fortis Bank, dat intussen voor driekwart toebehoort aan BNP Paribas en voor een kwart aan de Belgische staat. Het kroonjuweel uit de Belgolaise-groep, Banque Commerciale du Congo (BCDC), is ook nog niet verkocht. Daar zou het belangrijkste struikelblok onduidelijkheid zijn over het aandeelhouderschap. Bekend is dat Fortis en de Congolese staat samen een meerderheidsparticipatie hebben in BCDC: officieel heeft Belgolaise een belang van 25,60 procent, de Congolese staat 25,53 procent, G.A. Forrest 11,55 procent en Trust Merchant Bank 3,97 procent. Tijdens de jongste algemene vergadering was 66,71 procent van de aandeelhouders vertegenwoordigd. Wie de resterende 33,29 procent bezit, is niet duidelijk. Volgens andere bronnen zou Fortis nog extra aandelen bezitten via een Luxemburgse vennootschap. Een bijkomend pakket zou onder meer toebehoren aan Congolese politici en gewezen toplui van Belgo- laise-Brussel. Een woordvoerster van Fortis ontkent dat de bank nog indirect aandelen zou hebben. "We zijn niet op de hoogte van participaties gehouden door vroegere bestuurders." Hoewel toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel (MR), in het parlement (zie parlementaire handelingen van 27 juni 2002) en in de media meermaals verklaarde dat het Brusselse gerecht een onderzoek verricht naar het 'lekken' van een confidentieel diplomatiek verslag, zei woordvoerder Jos Colpin in Trends van 6 november 2003 dat "het parket van Brussel deze mogelijke klacht van minister Michel niet kan situeren". Opnieuw om een stand van zaken gevraagd, herhaalt een woordvoerster vandaag hetzelfde. Het ging om een kritisch rapport van de Belgische consul-generaal in Katanga over de mijnactiviteiten van de Belgisch- Congo- lese zakenman George Forrest. Dat diplomatieke verslag werd gestuurd naar Buitenlandse Zaken in Brussel, maar nauwelijks enkele uren later was dat document terechtgekomen bij Forrest in Lubumbashi. De media bestem- pelden het lek als 'Telexgate'. George Forrest diende op 11 juli 2002 ook een klacht in bij het Brusselse parket tegen onbekenden voor schending van het beroepsgeheim. Hierover zegt het parket dat de raadkamer in februari 2007 de buitenvervolgingstelling vroeg "gelet op het feit dat het onderzoek niet had aangetoond wie verantwoordelijk was voor de schending van het beroepsgeheim". Er werd echter een verzoekschrift Franchimont neergelegd voor bijkomende onderzoekshandelingen. "Deze zijn intussen afgerond en het dossier werd opnieuw overgemaakt aan het parket zodat de raadkamer kan overgaan tot verwijzing of buitenvervolgingstelling." Twee jaar geleden werd door het federale parket aan de lokaal bevoegde parketten twaalf dossiers overgemaakt lastens verschillende bedrijven die tijdens de boycotperiode van Irak onder Saddam Hoessein zaken deden in dat land. Die bedrijven handelden op een wettelijke manier binnen het kader van het VN-programma 'Voedsel voor Olie', maar ze zouden zich schuldig gemaakt hebben aan corruptie. Het parket zegt nu dat bijna alle dossiers geseponeerd werden omdat de onderzoeken onvoldoende aanwijzingen opleverden van corruptie. "Er lopen momenteel nog twee onderzoeken in Brussel en één bij het parket van Antwerpen", zegt een woordvoerster. trends.be meer op trends.be E.B.