E uroland zal dit jaar sneller groeien dan de VS. Maar tegelijk ontstaan er binnen euroland belangrijke verschillen en on-evenwichten. Na Spanje, laat trouwens België de grootste verslechtering van zijn buitenlandse balans optekenen.
...

E uroland zal dit jaar sneller groeien dan de VS. Maar tegelijk ontstaan er binnen euroland belangrijke verschillen en on-evenwichten. Na Spanje, laat trouwens België de grootste verslechtering van zijn buitenlandse balans optekenen. Het lezen van de rapporten van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is voor economen zoals het opkuisen van de netten voor een visser: het hoort erbij, maar je ziet er altijd wat tegen op. Gelukkig is het werkje geheel geurloos. Ik vraag me trouwens af hoeveel economen verder komen dan de inleidende korte inhoud. Zelf begin ik de dikke world economic outlook altijd achteraan: daar staan de cijfers. Daarna lees ik het rapport zoals een stripverhaal: ik bekijk de grafiekjes en tekstballonnetjes. En pas daarna slik ik heel de tekst door. De IMF-economen hebben vorige week berekend dat de economie van euroland dit jaar sneller zal groeien dan die van de Verenigde Staten. De dynamiek in euroland is de jongste jaren merkelijk positiever dan die van Uncle Sam. We lijken een baken van evenwicht in een wereld die wordt gekenmerkt door grote economische onevenwichten. Maar schijn bedriegt. Binnen de groep van landen uit de Economische en Monetaire Unie (EMU) bestaan er immers grote verschillen. Duitsland bijvoorbeeld heeft zijn competitiviteit helemaal herwonnen. De Duitsers zijn opnieuw de locomotief aan het worden van de Europese economie. Getuige daarvan het grote overschot op hun externe balans, in dollartermen zelfs even groot als dat van Japan. Maar een aantal landen heeft de invoering van de euro blijkbaar niet zo goed verwerkt, en verliest snel concurrentiekracht. Duitse degelijkheid versus Club Med. De verandering van het buitenlands evenwicht sinds 1999 geeft een duidelijk beeld van de evolutie van de competitiviteit sinds de invoering van de euro (zie grafiek). Nu de euro een sterke munt is gebleken, wordt stilaan duidelijk welke landen daarvoor het best waren uitgerust. Duitsland, Oostenrijk en Nederland toonden de grootste vooruitgang op hun buitenlandse lopende rekening. Geen toeval, ze hebben de afgelopen jaren een beleid gevoerd om hun concurrentiekracht te verbeteren, en dat levert nu zijn vruchten af. Aan de andere kant staan de landen die marktaandeel verliezen, minder productiviteitsgroei laten optekenen, en minder innovatie of starre arbeidsmarkten hebben. Vooral Spanje, België en Frankrijk zijn sterk achteruitgegaan qua buitenlands evenwicht. De Club Medlanden (Spanje, Portugal en Griekenland) vertonen de grootste tekorten, dicht tegen 10 % van hun bruto binnenlands product (bbp). Spanje = VS in Europa. Spanje steekt er op alle vlakken boven uit. Het externe tekort, uitgedrukt in dollar, is het grootste ter wereld, op de Verenigde Staten na. Dat tekort wordt binnen euroland echter volledig gecompenseerd door het grote overschot van Duitsland. Jawel, zonder Spanje zou de eurozone een erg groot overschot vertonen, in plaats van een licht tekort. En de euro zou wellicht nóg sterker zijn. Spanje heeft in die periode wel 1,5 procentpunt meer groei laten optekenen dan het Europese gemiddelde. Maar die extra groei is het gevolg van een sterke, schuldgedreven consumptie en een groeiende zeepbel in de vastgoedmarkt. Spanje is dus in alle opzichten de Verenigde Staten in Europa. Dankzij de economische groei is het wel de achtste economie ter wereld geworden en heeft het een welvaartspeil dat nog maar 12 % beneden het gemiddelde van de eurozone ligt. Opmerkelijk voor een land dat dertig jaar geleden nog worstelde met de naweeën van een dictatuur. Maar die snelle groei heeft niet geleid tot hogere productiviteit, innoverende en competitieve exportsectoren en een kwalitatief hoogstaand onderwijs. De bouw neemt nu 10 % van de economie in, het dubbele van wat op overgewicht duidt in een ontwikkelde economie. Ter vergelijking: in de VS bedraagt dat cijfer 6 %. Uit de euro stappen? Pessimisten zeggen dat Spanje nog eerder dan Italië uit de euro zal moeten stappen. Maar zo'n vaart hoeft het niet te lopen. Het land heeft een gezonde begroting, en kan dus investeren in onderwijs en ontwikkeling. Spanje heeft ook een speciale status: het is eigenlijk een soort Florida van Europa, waardoor het rijke Europeanen aantrekt. Er komen ook veel andere immigranten het land binnen, wat dan weer de economie dynamischer maakt. Spanje, net als Portugal en Ierland, moet echter zijn kredietgedreven consumptie onder controle krijgen. De consument moet er op hetzelfde dieet als de Amerikanen. Het probleem van de verslechtering van de externe concurrentie geldt echter ook voor andere landen, zoals België en Frankrijk. Zonder ingrijpen riskeren ze Club Med-landen te worden, en dan niet als gevolg van de klimaatwijziging. De oorzaken hier zijn vooral een slecht werkende arbeidsmarkt en een hoog overheidsbeslag. Het IMF-rapport toont aan dat euroland in zijn geheel evenwichtig is. Maar ook dat het een regio is met twee snelheden, waarbij de landen die al gewend waren aan een sterke munt nu duidelijk beter beginnen te presteren. De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.beGeert Noels