Onlangs blokletterde een Vlaamse krant op zijn frontpagina : "Korter werken schept banen". Bij nader toezien blijkt het te gaan om nieuwe banen bij de overheid en in de bouwsector, via de vierdagenweek en de halftijdse afvoering van oudere werknemers door een soort brugpensioen. Het is niet duidelijk over hoeveel jobs het precies gaat, maar allicht cirkelt het cijfer rond de 2000. Dat is mooi, maar evenzeer lachwekkend ware onze tewerkstellingssituatie niet zo inkzwart.
...

Onlangs blokletterde een Vlaamse krant op zijn frontpagina : "Korter werken schept banen". Bij nader toezien blijkt het te gaan om nieuwe banen bij de overheid en in de bouwsector, via de vierdagenweek en de halftijdse afvoering van oudere werknemers door een soort brugpensioen. Het is niet duidelijk over hoeveel jobs het precies gaat, maar allicht cirkelt het cijfer rond de 2000. Dat is mooi, maar evenzeer lachwekkend ware onze tewerkstellingssituatie niet zo inkzwart. Uiteraard zullen 2000 jobs wel helpen, maar tegen de tijd dat we met zulke kunstgreepjes iets wezenlijks gedaan hebben voor de meer dan één miljoen echte werklozen van België laat u niet misleiden door de talloze statistische trucs zijn onze baarden langer dan die van Methusalem. Bovendien vergeet men steeds meer welke neveneffecten het oplapwerk van de regering veroorzaakt. Neemt men die op in de afweging, dan mag men terecht gewagen van de verdere verdomming van ons tewerkstellingsbeleid. Ingrepen die echt zoden aan de dijk zouden zetten, blijven in de lade steken onder druk van belangengroepen en hun slippendragers in de regering. Een eerste neveneffect van de kreet "Korter werken schept banen" betreft de financiering van de genoemde systemen. Zowel de snoepjes waarmee men mensen naar de vierdagenweek lokt als de systemen van brugpensioen kosten de overheid geld. De regering vlucht als een haas voor besparingen, en kan haar ontleningsvolumes niet verder opdrijven ; bijgevolg vergen deze tewerkstellingssystemen nieuwe belastingen die, onvermijdelijk maar daarom niet onmiddellijk en zeker niet concreet aanwijsbaar, jobs vernietigen.De 2000 nieuwe baanbezitters zouden anders ook geld gekost hebben omdat ze dan werkloosheidsvergoedingen zouden trekken, zo hoort men vaak beweren. Dit argument is even correct als naast de kwestie : het houdt immers in dat we zouden beschikken over een vast aanbod van jobs, die we noodzakelijkerwijze over de mensen moeten verdelen om de werkloosheid te verminderen. Dit is absurd. Landen als België moeten gewoon hun hele systeem omgooien, zodat er spontaan meer jobs gecreëerd worden. Waarom kunnen wij niet zo goed presteren als Nederland (zie blz. 30) ? Omdat wij onze loon kosten niet in de hand kunnen houden en omdat wij krom blijven denken over de organisatie van de arbeidsmarkt. Het tweede neveneffect van het enthousiasme over die 2000 jobs is hun invloed op ons sociale-zekerheidssysteem. Door de demografische evolutie komen we almaar dichter bij het beeld van de omgekeerde piramide : steeds meer gepensioneerden (die ook meer medische verzorging nodig hebben) zijn afhankelijk van de bijdragen van een voortdurend krimpend aantal werkenden. Toch staan wij te juichen bij een beleid dat deze maatschappelijk gevaarlijke tendens nog versterkt. In plaats van ervoor te zorgen dat er netto nieuwe banen bijkomen, sturen we mensen vroeger op pensioen (wat de top van de piramide verzwaart) en lokken we mensen gedeeltelijk weg uit hun job (wat het draagvlak verder verdunt). Mogen we dit beleefd doch kordaat omschrijven als dom ? J.V.O.