Dit is de tweede aflevering in een reeks van vier over de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Ze kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.
...

Dit is de tweede aflevering in een reeks van vier over de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Ze kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek. Ik heb een theorie", beantwoordde Tom Stemberg, de charismatische oprichter van het kantoorartikelenbedrijf Staples, zijn eigen vraag op de Amerikaanse Republikeinse Conventie eind augustus. Als vriend en zakenpartner van Mitt Romney zag Stemberg vanaf de eerste rij hoe Romney als durfkapitalist en gouverneur tienduizenden banen had gecreëerd. Maar hij zag ook hoe Romney daarvoor hard werd aangepakt door Obama. "Waarom demoniseren het Witte Huis en Obama's campagneteam Mitt Romney terwijl ze zelf geen banen konden creëren?", vroeg hij zich af. "Omdat ze het gewoon niet begrijpen", propageerde de zoon van Weense immigranten. "Ze denken dat durfkapitaal alleen om kortetermijngewin gaat. Dat het een vorm van vampierenkapitalisme is. Ze geloven niet in het ondernemerschap. Maar dit is een land van kansen, dit is het land van de American dream. Bedrijven zorgen voor revoluties op de arbeidsmarkt. Dat begrijpen de Democraten gewoon niet. Maar Mitt Romney, die begrijpt het wel." Bij de Republikeinse afgevaardigden ging die boodschap over ondernemen er als warme pap in. Maar de meerderheid van de Amerikaanse bevolking twijfelt. Moet je inderdaad vertrouwen hebben dat de vrije markt voor welvaart zorgt, zoals Romney vertelt? Of moet de overheid een centrale rol spelen in het stimuleren van economische groei en banencreatie, zoals president Obama beweert? Het is wellicht de meest cruciale vraag in de Amerikaanse verkiezingen. Een outsider zou denken dat Mitt Romney het met zijn neus in de vingers haalt. Tijdens Obama's ambtsperiode verdubbelden de overheidsschulden, de werkloosheid bleef hangen op 8 procent en de verhoopte economische groeispurt kwam er niet. Als dat je parcours is als president, kun je het in Amerika normaal schudden. Bovendien gaat er van het positieve verhaal van vrijheid, de vrije markt en vrij ondernemen een haast mythische kracht uit in Amerika. Dat mocht Paul Ryan, de running mate van Mitt Romney, in augustus ondervinden in de maisvelden van West Chester, Penssylvania. 4500 enthousiastelingen tekenden present voor een van zijn Republikeinse rally's, op een zonnige dinsdagnamiddag achter het helikoptermuseum van West Chester. "Voor wie het nog niet doorhad: ondernemen is een goede zaak in Amerika", vertelde Ryan onder luid gejuich van het overwegend blanke en mannelijke publiek. "Banen creëer je niet door miljarden dollars aan belastingen te heffen op kmo's en families. Banen creëer je door bedrijven te laten ondernemen." Ondernemers, middenkaderleden, gepensioneerden, ze hoorden het graag. Zelfs sommige arbeiders waren ontvankelijk voor die oer-Amerikaanse visie. Frank DeRitis, een metaalarbeider bij het Duitse ThyssenKrupp, was een van hen. "Ik hou wel van wat de Republikeinen voor de ondernemingen doen. Als arbeider stoor ik me niet aan de focus op de vrije markt. Sterker nog, ik doe er zelf aan mee. Ik ga zelf ook in concurrentie, voor een baan." Dat klinkt overtuigend. En toch. Ondanks het positieve buikgevoel dat uitgaat van Romney's boodschap, ligt Obama voor in de peilingen. Waarom? Wel, als Obama niet begrijpt dat de kern van de Amerikaanse economie de vrije markt is, dan heeft Romney een nog groter economisch probleem niet begrepen. Dat probleem is dat de financiële crisis het geloof in de American dream feitelijk in duigen legt. Generaties Amerikanen groeiden op in de wetenschap dat als ze hard werkten, de beloning zou volgen. Maar de jongste decennia kwam er sleet op die wonderformule. Hoewel de economie nog groeide, nam de inkomensongelijkheid sinds de jaren tachtig fel toe. In reële termen ging de middenklasse er niet meer op vooruit, terwijl het vermogen van het rijkste deel van de bevolking wel bleef toenemen. Echt penibel werd de situatie pas de voorbije jaren. Toen miljoenen Amerikanen in de financiële crisis van 2008 hun baan, hypotheek of spaargeld verloren, geloofden vele Amerikaanse middenklassers eerst nog in de 'hoop' en de 'verandering' van Barack Obama. Maar drie jaar later ebde die hoop weg. De economie kwam wel weer op gang, banen bleven uit, de huizenmarkt klom niet uit het dal en de lonen gingen er ook niet op vooruit. Dat leidde tot een woede die het belang van het geloof in vrijheid en vrij ondernemen bij vele Amerikanen overstemde. Twee weken voor de Republikeinse conventie maakten 15.000 actievoerders op de betoging 'Workers Stand for America' in Philadelphia dat duidelijk. Van overal in het land kwamen arbeiders, leraars, werklozen en jongeren samen om meer respect te vragen voor de rechten van arbeiders. Alvin Herring, een invloedrijke Afro-Amerikaanse dominee, zweepte er het publiek hartstochtelijk op tegen het rauwe kapitalisme. "We hebben er genoeg van", riep hij uit. "We hebben genoeg van de banken die onze steden ruïneren. We hebben genoeg van grote bedrijven die jobs afnemen van de mensen wier harde werk dit land heeft helpen opbouwen. En we hebben genoeg van zij die hun eigengewin voor het belang van de mensen stellen. We hebben er genoeg van en dat laten we zien in de stembus!" Nadien vertelde hij in een interview met Trends waar de verkiezing volgens hem om ging. "Je hebt een kandidaat die de arbeiders begrijpt en een die ze niet begrijpt. Mitt Romney heeft een ander begrip van hoe de overheid kansen kan creëren voor iedereen. Hij gelooft dat de vrije markt alles oplost. Maar dat is niet zo. De vrije markt moet ondergeschikt zijn aan de belangen van de mensen. Dat begrijpt deze kandidaat niet." Dat de frustratie over het falen van de vrije markt diep zit, toont de reactie van Rick en Bryan, twee collega's staalarbeiders van Frank DeRitis bij ThyssenKrupp. "Wall Street is een puinhoop en daarvoor hebben wij, de arbeiders, moeten betalen", vertellen ze na de rally. "Hebzucht heeft het in Amerika overgenomen van solidariteit, en daartegen komen wij in opstand." Het gevolg is dat de strijd tussen Romney en Obama over economie niet zo eenduidig is als je zou vermoeden. Obama begrijpt dat Amerika anno 2012 behoefte heeft aan aandacht voor de zwakkeren, aangezien steeds meer Amerikanen dat zijn en blijven. Mitt Romney begrijpt dan weer dat ' free entreprise' de hoeksteen is van economische groei in de Verenigde Staten. Wie wint deze strijd? Een gokje: hij die beide uitdagingen begrijpt. PETER VANHAM IN DE VERENIGDE STATENDe Amerikanen groeiden op in de wetenschap dat de beloning zou volgen als ze hard werkten. Maar er kwam sleet op de wonder-formule. "Hebzucht heeft het in Amerika overgenomen van de solidariteit en daartegen komen wij in opstand" Rick en Bryan, metaalarbeiders