WAAROM MOET U DEZE ONDERZOEKER KENNEN?

De 30-koppige onderzoeksgroep van Koen Janssens maakt deel uit van het departement chemie aan de Universiteit Antwerpen. Ze houdt zich bezig met testen van materialen zonder ze te beschadigen. Ze gebruikt daarbij analytische chemie en röntgenstralen. Zo'n aanpak leent zich goed om bijvoorbeeld kunstwerken te onderzoeken. Dat is ook de reden waarom Koen Janssens in de museumwereld een bekendheid is. In 2007 ontdekte hij dat onder een Frans landschap van Vincent Van Gogh, een ouder schilderij van een Nederlandse boerin zat. Met röntgenstralen kon de onderzoeker dat oudere schilderij visualiseren zonder de bovenste lagen te beschadigen. "Op zich ging dat over een minder interessant schilderij, maar niemand wist dat het eronder zat", zegt Janssens.
...

De 30-koppige onderzoeksgroep van Koen Janssens maakt deel uit van het departement chemie aan de Universiteit Antwerpen. Ze houdt zich bezig met testen van materialen zonder ze te beschadigen. Ze gebruikt daarbij analytische chemie en röntgenstralen. Zo'n aanpak leent zich goed om bijvoorbeeld kunstwerken te onderzoeken. Dat is ook de reden waarom Koen Janssens in de museumwereld een bekendheid is. In 2007 ontdekte hij dat onder een Frans landschap van Vincent Van Gogh, een ouder schilderij van een Nederlandse boerin zat. Met röntgenstralen kon de onderzoeker dat oudere schilderij visualiseren zonder de bovenste lagen te beschadigen. "Op zich ging dat over een minder interessant schilderij, maar niemand wist dat het eronder zat", zegt Janssens. Het bleek geen alleenstaand geval. De onderzoeker en zijn team deden vergelijkbare ontdekkingen bij een rist bekende schilderijen. Twee jaar geleden bijvoorbeeld nog ontdekte Janssens met zijn collega's een schildering van Manneken Pis onder de verflagen van het portret dat Peter Paul Rubens van Helena Fourment schilderde. Op zich is het gebruik van x-straling in de kunstwereld niet nieuw. Alleen leverde dat tot tien jaar geleden niet genoeg gedetailleerde en toegankelijke informatie op. Kunsthistorici denken nu eenmaal veeleer in beelden dan in spectrale gegevens. Koen Janssens ontwikkelde in 2007 een compact toestel dat het mogelijk maakte een en ander te visualiseren. "We hebben door onze methode oog voor de verborgen aspecten van een schilderij", zegt hij. "Kunsthistorici krijgen informatie die ze niet met het blote oog kunnen zien. Hoe beroemder het kunstwerk, hoe ingewikkelder vaak de geschiedenis ervan is. Zo'n schilderij wisselt van eigenaar en soms worden zaken veranderd. Denk aan de muurschilderingen in de Sixtijnse Kapel. Wij maken die verborgen geschiedenis zichtbaar." Heel wat gerenommeerde musea hebben intussen zo'n toestel aangekocht. Het wordt geproduceerd door Bruker Nano in Berlijn. "Eerst reageerden ze wat terughoudend, maar nadat wij een demonstratietour hadden gedaan, waren ze overtuigd. Zo stond ons toestel in het MomA in New York en in de National Gallery in Londen." "Wij hebben daarop geen royalty-inkomsten", zegt Janssens. "We worden eerder in natura ondersteund bij onze nieuwe onderzoeksprojecten: samenwerken met bekende musea is nu veel gemakkelijker geworden dan vroeger." Intussen is het onderzoek van Janssens ook opgeschoven. "We zijn nu bezig de chemische veranderingen in schilderijen op een analoge manier te bekijken. Als een verflaag van Rubens een grijze schijn krijgt, dan is dat soms vuil, maar soms zijn dat secundaire chemicaliën die zich manifesteren. Het verschil is belangrijk om te weten hoe je zo'n werk het beste kunt conserveren." "Als je om middernacht voor de Nachtwacht in een leeg Rijksmuseum staat, terwijl een specialiste alles wat zij weet over dat schilderij met je deelt, dan is dat een inspirerend privilege. Wij laten de kunstwerken op een andere manier spreken. Op zich is dat onze belangrijkste motivatie. Maar er is ook een meer technische kant. Door de technologie binnen te brengen in de behoudsgezinde museumsector, zijn we erin geslaagd een en ander te objectiveren. Hoe belangrijk dat is, bleek bij de restauratie van het Lam Gods door het Koninklijk instituut voor Kunstpatrimonium. Zij hebben ons bij de restauratie gehaald, toen ze moesten beslissen al dan niet een bovenlaag uit de zestiende eeuw te verwijderen. Door objectieve informatie konden we precies en wetenschappelijk beargumenteren dat de originele Van Eyck onder een prachtige 16de-eeuwse schildering zat. De kopie die erbovenop lag, was vuil, maar het was wel een goede kopie waarvan iedereen 400 jaar lang dacht dat het een Van Eyck was."