Er zijn franken die stoer overeind blijven, en er zijn er die vallen. De Belgische behoort tot de eerste soort, de Duitse tot de tweede. Neen, u hoeft niet direct uw beleggingsportefeuille te herschikken, want terwijl de Belgische frank hier in de strikt monetaire zin van het woord moet worden geïnterpreteerd, slaat de vallende Duitse frank op het groeiende besef bij onze oosterburen dat het economisch beleid dringend en fundamenteel moet worden herzien.
...

Er zijn franken die stoer overeind blijven, en er zijn er die vallen. De Belgische behoort tot de eerste soort, de Duitse tot de tweede. Neen, u hoeft niet direct uw beleggingsportefeuille te herschikken, want terwijl de Belgische frank hier in de strikt monetaire zin van het woord moet worden geïnterpreteerd, slaat de vallende Duitse frank op het groeiende besef bij onze oosterburen dat het economisch beleid dringend en fundamenteel moet worden herzien. Vooral onder impuls van goede exportprestaties krijgt de herneming van de Duitse economie steeds vastere vorm. In reële termen groeit de economie er dit jaar met 1,5 %. Met de zwakke jaaraanhef nog in het achterhoofd moet de groei in de tweede jaarhelft minstens 3 % op jaarbasis bedragen. De meeste conjunctuuranalisten verwachten dat de Duitse economie volgend jaar met 2,5 % tot 3 % groeit.Maar wat blijkt ? Ondanks de aanzwengelende economische groei stijgt de werkloosheid verder en krijgt de overheid behoorlijk minder inkomsten binnen dan begroot. In oktober steeg de werkloosheid met 41.000 eenheden. Algemeen werd verwacht dat ze hooguit met 5000 zou oplopen. Ook de Duitse werkloosheidsgraad torent nu boven de traumatische 10 % uit. Inzake belastinginkomsten moet Bonn dit jaar ondanks de betere conjuntuur rekening houden met een tegenvaller van ongeveer 5 miljard mark. Volgend jaar zullen er ongeveer 10 miljard mark minder inkomsten zijn. Deze twee fenomenen laten vermoeden dat nu zelfs bij de plichtsbewuste Duitsers het fenomeen van de zwarte markt opgang maakt.Over de oorzaak van de fundamentele mistoestanden van de Duitse economie groeit er bij onze oosterburen een consensus : de belastingdruk is te hoog opgevoerd en moet dringend naar beneden niettegenstaande de Duitse hereniging loodzwaar blijft doorwegen op het federale budget. Niet alleen vanuit financiële en industriële kringen klonk de roep om lastenverlichting de voorbije maanden almaar luider, ook de Bundesbank gooit het in haar periodieke analyse van de Duitse economie steeds meer over die boeg. Inspelend op de federale verkiezingen van 1998 kondigde de CDU de partij van kanselier Helmut Kohl in oktober 1996 aan dat zij per 1 januari 1999 een gevoelige belastingverlaging wil doorvoeren. De raad van wijzen, een orgaan dat advies geeft aan het ministerie van Economische Zaken en bestaat uit vooraanstaande Duitse economen (waaronder ook leden van de Bundesbank), gaat nog een stap verder. "Als we opnieuw jobs willen creëren in Duitsland, moeten we een krachtige ingreep doen, gericht op het verhogen van de competitiviteit van de investeringen in Duitsland," zo verklaarde Manfred Neumann, de voorzitter van de raad van wijzen. Die krachtige stap bestaat uit twee maatregelen : ten eerste moet de (federale) aanslagvork in de personenbelasting worden teruggebracht van de huidige 26 %-53 % naar 10 %-30 %. Ten tweede moet de belasting op ondernemingswinsten worden verlaagd van 45 % naar 30 %. Dit zou neerkomen op een belastingvermindering met ruim 100 miljard mark, waarvan nog steeds volgens Neumann driekwart moet worden gefinancierd door het schrappen van belastingaftrekken en subsidies allerhande en het resterende kwart door besparingen. In geen geval mag deze belastingoperatie de schuldgraad voor de Duitse overheid de hoogte injagen. Hiermee onderschrijven de leidende kringen in Duitsland het ernstige gedeelte van supply-side economics namelijk dat een verlaging van de belastingvoeten, en vooral een vermindering van de steile progressiviteit, positief inwerkt op de economische activiteit, de investeringen en de tewerkstelling en dus ook op de overheidsbegroting. Het wat meer omstreden gedeelte van de aanbodeconomie stelt zelfs een krachtige toename van de overheidsinkomsten in het vooruitzicht en dit op basis van de roemruchte Laffer-curve. Om de zware budgettaire lasten van de Duitse hereniging te dragen, dreef de regering-Kohl de voorbije jaren de belastingdruk sterk op. De twee regeringen- Dehaene deden in België hetzelfde onder druk van de Maastricht-normen. In Duitsland raken de beleidvoerders er nu van overtuigd dat die klok moet worden teruggedraaid. Als men tenminste de helse spiraal van zwakke groei, tewerkstellingsafbraak en druk op de begroting wil doorbreken. In België schuift men die realiteit opzij. Voor zover ze zich niet moeten uitputten in de verdediging tegen allerhande schandalen, blijven onze politici met een uitgestreken gezicht verkondigen dat de toetreding tot de Europese Monetaire Unie waartoe het vasthouden aan een begrotingstekort gelijk aan of iets kleiner dan 3 % van het BBP de sleutel zou moeten zijn onze sociaal-economische problemen plotseling een stuk lichter zal maken. Men kan dit heel beleefd als misschien wat al te optimistisch omschrijven, wat minder beleefd als een onwaarschijnlijk rozig scenario, maar nog het best als larie en apekool. Het is echter meer dan ooit utopisch om van deze regeringsploeg, verlamd als ze is door de scandalitis-sfeer, te verwachten dat ook zij de bocht zou nemen die het Duitse beleid nu aan het nemen is. JOHAN VAN OVERTVELDT