In de Diamantbuilding in de Brusselse Reyerslaan kijkt de top van de technologiefederatie Agoria elk jaar reikhalzend uit naar het eerste loonakkoord dat de Duitse metaalsector afsluit. De salarisverhogingen in de grootste industriële sector van Europa hebben een bepalende invloed op de evolutie van de Belgische loonkostenhandicap, want Duitsland is onze belangrijkste handelspartner.
...

In de Diamantbuilding in de Brusselse Reyerslaan kijkt de top van de technologiefederatie Agoria elk jaar reikhalzend uit naar het eerste loonakkoord dat de Duitse metaalsector afsluit. De salarisverhogingen in de grootste industriële sector van Europa hebben een bepalende invloed op de evolutie van de Belgische loonkostenhandicap, want Duitsland is onze belangrijkste handelspartner. Vorige week was er witte rook in Beieren. De werkgevers en de vakbonden hebben een loonsverhoging van bijna 3 procent op jaarbasis afgesproken, na een paar waarschuwingsstakingen (zie kader Jaloers op Duitsland). Dit akkoord is richtinggevend voor de onderhandelingen in de andere deelstaten. "Een bewijs dat Duitsland aandacht heeft voor de koopkracht: 3 procent loonsverhoging met een inflatie van 1,2 procent is duidelijk een reële loonstijging", stelt Paul Soete vast. "Het loonakkoord is ook goed nieuws voor onze loonkostenhandicap. Wij verwachten dat de lonen in de Belgische industriële sectoren het komende jaar met 1,6 procent stijgen. Toch bedraagt onze loonkostenhandicap met Duitsland nog altijd 6,1 procent. Als die loonevolutie in de Duitse metaalsector aanhoudt, zal ons land bij een ongewijzigd beleid nog minstens vijf jaar nodig hebben om de loonhandicap weg te werken." PAUL SOETE. "Zes jaar loonblokkering behalve indexering en baremieke verhogingen, dat is onhoudbaar. Wat doet een bedrijf met veel jonge werknemers? Je kunt die niet individueel belonen. Ik heb altijd gezegd dat de regering ons met dit loonbeleid een collectivistisch carcan blijft aanmeten." SOETE. "Je moet ook kijken naar wat er in het buitenland gebeurt. Frankrijk zit niet stil. Daar komt een belastingkrediet voor de bedrijven, dat de loonkosten met 5 procent kan doen dalen. Ik heb ook mijn vragen bij bepaalde loonsubsidies die in het rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven worden opgenomen. Zoals de 1,7 miljard in het dienstenchequesysteem. Moet je dat meetellen? De industrie heeft daar niets aan. Agoria is altijd een koele minnaar geweest van de CRB-oefeningen over de loonkosten." SOETE. "De vakbonden beseffen eindelijk dat bij veel bedrijven het water aan de lippen staat. Tegelijk relativeren ze de loonhandicap. Dat is vreemd. Het gaat hier niet om een loonkostenverschil met de buurlanden van 1,8 procent, maar van 10 tot 15 procent. Eigenlijk hebben we versneld een lastenverlaging van 5 tot 10 procent nodig. Dat is voldoende om bedrijven hier te houden en te vermijden dat er een aantal over de kop gaan. Maar dan moeten er snel maatregelen worden genomen." SOETE. "Die maatregelen zijn positief, maar hun effect op de inflatie is zeer beperkt. De inflatie neemt een duik omdat ook de energieprijzen omlaag gaan. Wij volgen de inflatiecijfers al jaren. Sinds het begin van het anti-inflatiebeleid van de regering is het gecumuleerde inflatieverschil met de buurlanden vanaf 2005 gedaald van 5,2 tot 4,6 procent. Had men maar vroeger ingegrepen. De hervorming van de index moet worden voortgezet. In april daalde de prijs van de gsm-gesprekken weer, maar in onze verouderde indexkorf wegen die veel te weinig door en blijft vaste telefonie de doorslag geven." SOETE. "Minder. Non-ferrobedrijven als Aurubis, Nyrstar en Umicore hebben een zwaardere energiefactuur. In een doorsnee technologiebedrijf vertegenwoordigen de loonkosten 70 procent van de toegevoegde waarde en de elektriciteitskosten een goede 3 procent." SOETE. "Voor zowat alle taksen zit België al boven het Europese gemiddelde. Maak werk van de uitgavekant. In een tweede fase is een verschuiving van belastingen mogelijk. Mijn voorkeur gaat uit naar indexgeneutraliseerde taksen op consumptie. De regering moet ook zorgen voor een valorisering van de investeringen. Onze productiviteit daalt omdat we te weinig investeren." SOETE. "Maar het systeem wordt langzaam afgebouwd. Sinds dit jaar kan de niet gebruikte notionele-interestaftrek niet meer overgedragen worden naar de volgende jaren. Voer die overdraagbaarheid weer in, maar koppel daar een investeringsvoorwaarde aan. Ik pleit ook voor een herinvoering van de investeringsaftrek als in de jaren tachtig, waarbij bedrijven investeringen kunnen afschrijven wanneer ze willen. Ik maak mij ook zorgen omdat België zich aansluit bij de landen die de Tobin-taks of een belasting op financiële transacties willen invoeren." SOETE. "Ook niet-financiële groepen besteden hier het best aandacht aan. Industriële ondernemingen dekken zich in tegen wisselrisico's en schommelingen van grondstoffenprijzen en sluiten daarvoor contracten af met financiële instellingen. Dat zal ook onder de Tobin-taks vallen." SOETE. "Ik wil twee positieve dingen zeggen over de Belgische vakbonden. Ze ontkennen het loonkostenprobleem niet meer. En over de metaalbonden heb ik niet te klagen, op het terrein stellen ze zich constructief op. Ik geef het voorbeeld van het sociaal plan bij Ford Genk. De vakbonden houden goed stand tegen de druk van de Partij van de Arbeid. Maar op interprofessioneel niveau is het anders. Het ABVV vergadert blijkbaar vooral over de voorbereiding van een volgende actie." SOETE. "Ik ben vooral teleurgesteld in het ACV. De christelijke vakbond vraagt een eenheidsstatuut met een maand opzegvergoeding per jaar anciënniteit met een minimum van drie maanden. Dat plan is 10 tot 20 procent duurder dan dat van het ABVV. Die hebben het over drie maanden per gewerkte vijf jaar. Het ACV gaat per definitie uit van een opwaartse beweging, maar wie denkt dat er alleen een one way up is, draait de mensen een rad rond de ogen." SOETE. "Het is normaal dat de opzegtermijnen in de banksector niet dezelfde zijn als in de bouwsector. Het enige verwijt dat ik het VBO kan maken, is dat ze laat kwamen met hun voorstel. De vakbonden hebben het onmiddellijk gekelderd. Ik weet waarom dit bij de bediendebonden zeer gevoelig ligt: zij verenigen leden uit verschillende sectoren. Sommige BBTK'ers of LBC'ers zouden meer krijgen dan andere. Een aanval op de solidariteit binnen de bediendecentrales dus. Dat vinden ze onaanvaardbaar." SOETE. "Er zijn twee mogelijkheden. Ofwel de korte pijn met een oplossing voor de opzegtermijnen, iets wat tussen de bestaande systemen ligt. Alle andere aspecten van het onderscheid arbeiders-bedienden, bijvoorbeeld de structuur van de paritaire comités, het vakantiegeld, dat kan geregeld worden zonder veel aandacht. Zoals met BHV. Geen kat spreekt daar nog over, tenzij een paar mensen die kritiek hebben op de splitsing van het gerechtelijk arrondissement. "Ofwel is er de lange lijdensweg en de regering komt met een stappenplan om de statuten te harmoniseren. Ze legt een aantal mijlpalen vast: tegen een bepaalde datum is er oplossing voor de opzegtermijnen, daarna volgt een regeling voor de carensdag enzovoort. Kwestie dat het Grondwettelijk Hof ermee akkoord kan gaan. Het zou kunnen dat de regering het moeilijke dossier van de opzegtermijnen over de volgende verkiezingen tilt." ALAIN MOUTON"Onze productiviteit daalt omdat we te weinig investeren"