De Verenigde Staten gaan gebukt onder een sfeer van zwaarmoedigheid. Boeken als That Used to Be Us van Thomas Friedman en Michael Mandelbaum en Time to Start Thinking: America in the Age of Descent van Edward Luce zijn daar de perfecte illustratie van. Voor het eerst in tientallen jaren denkt een meerderheid van de Amerikanen dat hun kinderen het minder goed zullen hebben dan zijzelf. Het optimisme van de Amerikanen dreigt te verstarren tot het niets-aan-te-doen-negativisme van de Europeanen.
...

De Verenigde Staten gaan gebukt onder een sfeer van zwaarmoedigheid. Boeken als That Used to Be Us van Thomas Friedman en Michael Mandelbaum en Time to Start Thinking: America in the Age of Descent van Edward Luce zijn daar de perfecte illustratie van. Voor het eerst in tientallen jaren denkt een meerderheid van de Amerikanen dat hun kinderen het minder goed zullen hebben dan zijzelf. Het optimisme van de Amerikanen dreigt te verstarren tot het niets-aan-te-doen-negativisme van de Europeanen. Er zijn goede redenen voor die gemoedsgesteldheid. Het politieke systeem is echt 'nog erger dan het eruitziet', zoals een ander onheilspellend boek aankondigt. De levensstandaard van de middenklasse stagneert. De oorlog in Irak draaide uit op een debacle. Maar de pessimisten gaan voorbij aan een geweldige kracht die in de tegenovergestelde richting gaat: het buitengewone vermogen van Amerika om zich te herbronnen. Geen ander land brengt zo veel wereldveranderende nieuwe ondernemingen voort in zo'n brede waaier van sectoren, niet alleen in de nieuwe economie van computers en het internet, maar ook in de oude economie van shopping, fabricage en energie. George Mitchell, die op 26 juli op zijn 94ste overleed, kan in zijn eentje dienen als het symbool van die sterkte. In de jaren zeventig had de Amerikaanse energiesector zich blijkbaar verzoend met de onvermijdelijke aftakeling. Analisten tekenden grafieken om aan te tonen dat olie en gas uitgeput raakten. De grote oliefirma's trokken de wereld in om te kunnen overleven. Maar Mitchell was ervan overtuigd dat de onmetelijke reserves die opgesloten zitten in schalierotsen diep onder het aardoppervlak, aangeboord konden worden. Gedurende tientallen jaren perfectioneerde hij technieken om vloeistoffen onder hoge druk in de grond te spuiten om de rotsen open te breken, scheurtjes te maken waardoor de opgesloten olie en gas kunnen ontsnappen (fracking) en neerwaarts en vervolgens opzij te boren om de opbrengst van elke bron te verhogen (horizontal drilling). Het resultaat was revolutionair. In een interview met The Economist zei Mitchell vorig jaar dat hij er nooit aan getwijfeld had dat fracking de Amerikaanse energiemarkt kon omwentelen. Maar zelfs hij was verwonderd over de snelheid waarmee de verandering zich voltrok. Schalielagen brengen nu meer dan een kwart van het Amerikaanse aardgas voort. In 2000 was dat amper 1 procent. De Verenigde Staten zijn goed op weg om een netto-exporteur van gas te worden. Mitchell was de verpersoonlijking van de Amerikaanse droom. Zijn vader was een arme Griekse immigrant, een geitenhoeder die later een schoenpoetsshop openhield in Galveston, Texas. Werkstudent Mitchell studeerde af als primus. Uiteindelijk liet hij een vermogen van meer dan 2 miljard dollar na en een Texaans landschap dat bezaaid ligt met voorbeelden van zijn filantropie. Hij was vooral gul voor onderzoeksdepartementen van universiteiten en voor Galveston. Mitchell was ook de verpersoonlijking van de ondernemingsdrang. Hij ontdekte schalieolie en -gas niet, die waren al decennia voor hij begon ontdekt. Evenmin vond hij fracking uit, dat werd al sinds de jaren vijftig aangewend. Zijn grootheid schuilde in zijn visie en zijn lef: hij was ervan overtuigd dat technologie de uitgebreide energiereserves kon vrijmaken en hij bleef worstelen met de meedogenloze rots tot die uiteindelijk haar schatten prijsgaf. Koppigheid was echter zijn belangrijkste karaktertrek. De investeerders en zijn vrienden dreven de spot met hem, maar hij bleef twee decennia lang gaten maken in de bodem rond Fort Worth. "Ik heb nooit aan opgeven gedacht," zei hij, "zelfs toen iedereen zei 'George, je bent je geld aan het wegsmijten'." Maar dan, in 1998 toen Mitchell al bijna tachtig was, kwam zijn team op het idee om het water te vervangen door kleverige boorvloeistoffen. Dat verlaagde de boorkosten drastisch. Milieuactivisten die nu tegen fracking protesteren, zal het wellicht verwonderen dat Mitchell ook al vroeg geloofde in milieuvriendelijke groei. In 1974 bouwde hij een woongemeenschap, The Woodlands, in de dennenbossen ten noorden van Houston in een poging om de problemen van de uitdijende voorsteden in te dijken. Het project is een mix van sociale woningen en kantoren, maar ook van miljoenenvilla's. In zijn latere jaren voerde hij ook campagne voor een strenge overheidsregulering van fracking: hij vreesde dat de wildemannen aan het hoofd van de grote oliefirma's zijn techniek in diskrediet zouden brengen door te besparen op de kosten en schade toe te brengen aan het milieu. Het spanningsveld tussen Mitchells beide passies -- fracking en duurzaamheid -- verkleinen, wordt een van de grote uitdagingen voor de volgende decennia. Maar één ding is zeker: de revolutie die hij op gang bracht door gaten te maken in het Texaanse stof, verandert de wereld even drastisch als de algoritmen die Silicon Valley voortbrengt.