Herman Daems, voorzitter van BNP Paribas Fortis en Barco, is sinds 1 januari 2012 ook voorzitter van de raad van bestuur van de KU Leuven. De universiteit waar hij zelf werd opgeleid en doceerde. Wij spraken met hem over het belang van de universiteit voor het economische weefsel.
...

Herman Daems, voorzitter van BNP Paribas Fortis en Barco, is sinds 1 januari 2012 ook voorzitter van de raad van bestuur van de KU Leuven. De universiteit waar hij zelf werd opgeleid en doceerde. Wij spraken met hem over het belang van de universiteit voor het economische weefsel. HERMAN DAEMS. "Heel belangrijk. De universiteit creëert werkgelegenheid. Je hebt in Leuven een van de grootste universitaire ziekenhuizen in Europa en een gigantisch grote universiteit. Ik zie die laatste als de groeimotor van de moderne economie. De economische groei zal op technologie en kennis gebouwd zijn en de universiteit ontwikkelt technologie en kennis. De universiteiten zijn er bovendien in geslaagd een deel van hun kennis en technologie om te zetten in bedrijven. "Een universiteit trekt mensen aan. Veel mensen wonen en werken liever in de buurt van een universiteit. Een modern bedrijf zal zich liever dicht bij een universiteit vestigen, zelfs al spruit zijn technologie er niet uit voort. Het bedrijf weet dat het dicht bij een pool van mensen zit die die technologie kunnen beheersen. Ik denk dat de universiteit de groeipool is. "Ze oefent bovendien internationale aantrekkingskracht uit. Als je ziet wat een instelling als imex kan aantrekken van internationale knowhow, bedrijven en mensen. Dat is een soort internationale bijenkorf. Dat geldt ook voor andere onderzoeksinstellingen." DAEMS. "De nieuwe economie van een regio zoals Vlaanderen zal gebouwd zijn op twee fundamentele pijlers: technologie en gezondheidszorg. Met de universiteit en het universitair ziekenhuis heeft de provincie twee sterke polen die de ontwikkeling van de regio dragen. Het ziekenhuis is belangrijk als zorgverstrekker van advanced care, maar ook als bron van wetenschappelijke ontwikkelingen. Uit het UZ Leuven zijn verschillende bedrijven gegroeid. Een recent voorbeeld is ThromboGenics van Désiré Collen. De band tussen universiteit, kennisontwikkeling, technologie en ondernemerschap werkt bijzonder goed in Leuven." DAEMS. "In het begin gaat zoiets vrij traag, tot er voorbeelden zijn. In Leuven nemen de onderzoekers ondertussen zelf het initiatief een spin-off op te richten. Zij hebben geen aanmoediging meer nodig. Maar die beweging komt geleidelijk op gang. Mensen als Désiré Collen en Urbain Vandeurzen hebben met ThromboGenics en LMS International het voorbeeld gegeven. In het algemeen doet de KU Leuven het beter dan buitenlandse universiteiten met de oprichting van spin-offs." DAEMS. "Ik denk dat het goed loopt. Misschien is er nog wat aanmoediging nodig. Mensen moeten duidelijk weten wat in een spin-off kan en niet kan. Het mag geen verdoken onderzoeksfinanciering zijn. Een spin-off moet op eigen benen kunnen staan en een volwaardig bedrijf worden. Internationale vergelijking wijst uit dat we in Leuven goed op weg zijn." DAEMS. "Ik denk eerlijk gezegd dat een universiteit, en zeker een zoals Leuven, een heel gezonde mix van fundamenteel en gericht onderzoek moet hebben. Een universiteit mag niet alleen met direct toepasbare of commerciële technologie bezig zijn. Je hebt een enorm scala van ontwikkelingen nodig: van fundamenteel onderzoek tot praktische toepassingen. Leuven en Gent doen het helemaal niet zo slecht. Ook Antwerpen doet de jongste jaren serieuze inspanningen. Maar vooral Leuven heeft bruggen gelegd naar het bedrijfsleven. Kijk naar imec, een wereldcentrum in nano-elektronica en nanotechnologie. Hoeveel projecten met bedrijven lopen daar niet? Imec blijft ook niet in zijn ivoren toren zitten. Die mensen kijken naar wat er op andere gebieden gebeurt. "Je kan ook niet tot innovatieve, nieuwe producten komen als daaronder geen serieuze sokkel van wetenschappelijke ontwikkeling zit. Je moet die ademruimte blijven geven. Ik vind dat een universiteit niet alleen direct toepasbare dingen moet onderwijzen, maar ook de brede sokkel waarop die dingen gebouwd zijn. Zodat mensen binnen enkele jaren nog verder kunnen met de basiskennis die ze hebben meegekregen." DAEMS. "Dat is een grote uitdaging, waaraan de universiteiten enorm hard zullen moeten werken, zowel inhoudelijk, academisch als organisatorisch. Maar ik heb er vertrouwen in. Het zal niet zonder horten of stoten verlopen. Fusiebewegingen verlopen nooit vlekkeloos. Het is een belangrijk stap om het academisch onderwijs dat aan de hogeschool plaatsvond, in een goede kern te brengen." DAEMS. "Je moet daar ook het positieve van zien. Vroeger waren het wat geïsoleerde kernen in de provincies. Nu koppel je die kernen aan ver doorgedreven centra van kennis. Het is een discussie van halfvol of halfleeg. Je kan de nadelen, maar ook de voordelen zien. Mensen in die streek zullen aan andere normen voldoen. Ik ben op bezoek geweest bij een aantal hogescholen en bij de Kulak. Ik ben onder de indruk van de dynamiek. Als je die dynamiek in een nog performanter academisch kader kan plaatsen, kan het alleen maar verbeteren." DAEMS. "De associatievorming tussen de universiteiten en de hogescholen brengt beweging in het universitaire landschap. Maar ik verwijs graag naar Massachusetts in de VS. Die staat heeft een kleinere bevolking dan Vlaanderen, maar veel meer universiteiten. Als je alleen al kijkt naar de universiteiten die in Boston bij elkaar zitten. Kijk ook naar Californië, waar het succes van Silicon Valley te danken is aan Stanford University. Of naar de dynamiek van universiteiten zoals MIT en Harvard. "Wij zitten in Vlaanderen niet in een Engelssprekende omgeving. Dat is een nadeel. Maar we moeten stoppen met peilen hoeveel mensen in de wereld Vlaanderen kennen. Een paar weken geleden vroeg een veiligheidsagent in een luchthaven in de VS me: ' How do you like La Chouffe?' Hij had op mijn paspoort gezien dat ik uit België kwam. Mensen kennen wat wij maken en doen. Ik ben er vrij gerust in dat als je in bepaalde vakgebieden, zoals geneeskunde en chip design, vraagt of ze de KU Leuven en imec kennen, de respons vrij positief is. We moeten niet naïef zijn. We kunnen niet iedereen overtuigen." DAEMS. "De KU Leuven haalt ongeveer 60 procent van haar middelen uit eigen onderzoeksprojecten voor grote internationale instellingen en bedrijven. Of uit inkomsten van spin-offs of patenten. Het beeld van een universiteit als een pot waar we geld in steken, geldt al een tijdje niet meer." DAEMS. "Die zal geleidelijk toenemen. Maar de brede sokkel waarvoor we een basisfinanciering ontvangen, moet blijven. Dat is het grote verschil als we internationaal vergelijken. Wij hebben altijd gekozen voor een brede universiteit die toegankelijk blijft voor iedereen. Wij hebben bewust niet voor het Amerikaanse model met exclusieve universiteiten gekozen. Als je bewust kiest om in de breedte te werken en toegankelijk te zijn voor iedereen, maar toch weet te scoren met uitvindingen, publicaties en goed onderwijs, dan heb je iets gepresteerd." KATIA GROSEMANS