Wie een blik werpt op de cijfers, weet al snel dat de streek rond Tel Aviv een van de topregio's voor start- ups in de wereld is. In 2014 werd liefst 3,4 miljard dollar durfkapitaal geïnvesteerd in Israëlische starters. De achttien techbedrijfjes die naar de beurs trokken, harkten samen bijna 10 miljard dollar bij elkaar, en het kapitaal uit exits klokte af op 15 miljard dollar. Op haar eentje is de hightechindustrie in Israël verantwoordelijk voor 12,5 procent van het bnp. En dat voor zo'n klein landje.
...

Wie een blik werpt op de cijfers, weet al snel dat de streek rond Tel Aviv een van de topregio's voor start- ups in de wereld is. In 2014 werd liefst 3,4 miljard dollar durfkapitaal geïnvesteerd in Israëlische starters. De achttien techbedrijfjes die naar de beurs trokken, harkten samen bijna 10 miljard dollar bij elkaar, en het kapitaal uit exits klokte af op 15 miljard dollar. Op haar eentje is de hightechindustrie in Israël verantwoordelijk voor 12,5 procent van het bnp. En dat voor zo'n klein landje. De voorbije tien jaar werden er ruim 7000 techbedrijfjes opgericht in het land, ondersteund door ruim zestig incubatoren en acceleratoren, negen universiteiten en honderden risicokapitaalinvesteerders, businessangels en 'second time'-entrepreneurs. Driehonderd techmultinationals, waaronder HP, Apple en IBM, hebben een groot onderzoeks- en ontwikkelingscentrum in het land. Het is moeilijk om één echte reden aan te wijzen waarom de techsector en de start-upscene zo bloeien in Israël. Er spelen veel zaken. De banden met Silicon Valley zijn sterk, en ondernemen zit de Joden in het bloed. Een andere reden is dat de starters meteen naar de VS en naar Azië kijken als afzetmarkt, omdat de eigen markt zo klein is. Wat ook speelt, is dat na het ineenstorten van de Sovjet-Unie in de jaren negentig heel wat Russische en Oost-Europese Joden naar hun beloofde land trokken. Een groot deel van die mensen had een opleiding als ingenieur of als computergeleerde achter de rug. Maar het allerbelangrijkste is de rol van het militaire apparaat. Het Israëlische leger zet volop in op technologische innovatie en rondom de krijgsmacht ontstaan heel wat techbedrijfjes. "Israëli's worden tijdens hun legerdienst getraind op doorzettingsvermogen en op improvisatieskills", knikt Lior Romano, de oprichter van de contactenapp Contacts+. "Dat zijn kwaliteiten die ze later goed kunnen gebruiken. Tieners die in de techunit van het leger belanden, krijgen al een zware opleiding in technologie nog voor ze gaan studeren. Eigenlijk is het Israëlische leger een topaccelerator. Jonge mensen krijgen loodzware verantwoordelijkheden en kunnen met grote budgetten werken. Het zijn dingen die passen bij de ondernemersmentaliteit. " "Een van de gevolgen van de 'yes we can'-mentaliteit is dat Israëliërs torenhoge ambities hebben", legt medeoprichter Philippe Mauchard van McKinsey Solutions uit. Mauchard was een van de deelnemers aan de economische missie naar Israël die Belgiës grootste webcommunity BetaGroup een tijdje geleden organiseerde. "Het contrast met de weinig ambitieuze Belgen kan niet groter zijn." Dat is ook een van de redenen waarom BetaGroup wil focussen op een betere wisselwerking tussen Brussel en Tel Aviv. "Belgische start-ups moeten vertrouwd gemaakt worden met de winnaarsmentaliteit van de Israëliërs", oppert Philippe Rangoni van BetaGroup. "En tegelijk moeten Israëlische bedrijfjes Brussel leren kennen als uitvalsbasis voor Europa." BetaGroup heeft al één starter zo ver gekregen om zich te komen vestigen in Brussel. Het gaat om CrowdX, een bedrijfje dat data-analyse doet voor telco's. Daarnaast wil Rangoni ook Rumble en Broadsay warm maken voor onze hoofdstad. Rumble richt zich tot mediabedrijven die mobiele content publiceren en Broadsay is een interactief platform voor de bedrijvenmarkt waarmee debatten live kunnen worden gestreamd. Beide bedrijfjes imponeerden tijdens hun voorstellingen voor de Belgische delegatie in Tel Aviv. Ook Arabische Israëliërs willen hun plaats onder de zon in de start-upscene. De Arabische minderheid in Israël is goed voor 20 procent van de bevolking, 8 procent van het bnp en wil een groter aandeel in het hightech-succesverhaal. Dat wordt geen sinecure, want er vloeit maar weinig durfkapitaal naar de Arabische regio's in Israël. Bovendien worden de Arabieren gediscrimineerd en krijgen ze geen toegang tot het leger, waardoor ze een flinke achterstand oplopen. De Israëlische overheid beseft dat het geen slecht idee is ook het Arabische deel van de bevolking nauwer te betrekken bij de economie. Daarom werd enkele jaren geleden een 'economische entiteit voor de Israëlische minderheden' opgericht, die intussen al miljoenen geïnvesteerd heeft in techincubatoren, bedrijvencentra en andere initiatieven die het ondernemerschap ondersteunen, vooral in het -- veelal Arabische -- Nazareth. Hoewel nog embryonaal, worden de resultaten stilaan zichtbaar. "We merken dat een groeiend aantal start-ups uit Nazareth op de goede weg is", zegt directeur Fadi Swidan van het Nazareth Business Incubator Center (NBIC). Swidan verwijst naar Optima, een starter die software heeft ontwikkeld die een bekend probleem in computerchips ('soft errors') oplost, en Beam Riders, dat een platform met educatieve software voor kinderen heeft gebouwd. "Jammer genoeg is het is nog wachten op het eerste echte succesverhaal, waarbij een bedrijfje wordt overgenomen voor een smak geld." Swidan verwijst naar Maktoob, de Jordaanse portaalsite die in 2009 werd overgenomen door de Amerikaanse internetreus Yahoo. Ook de toegang tot privékapitaal blijft een probleem. "Nazareth staat nog altijd niet op de radar van de durfkapitalisten en de banken uit Tel Aviv", bevestigt Reem W. Younis van Alpha Omega, een gereputeerde specialist in deep brain stimulation. "Omdat er nauwelijks Arabieren in het Israëlische leger zitten, kunnen ze later niet terugvallen op de netwerken die daar ontstaan. De relaties die de Joden uitbouwen in het leger zijn van goudwaarde. In Nazareth zijn er zo geen netwerken, en zijn er nauwelijks mensen die de ervaring en de kennis hebben om een bedrijf te laten groeien." Toch zijn er ook lichtpuntjes. Aan de Technion University, het Israëlische equivalent van de prestigieuze Amerikaanse technische universiteit MIT, heeft al 21 procent van de studenten een Arabische achtergrond, dat is 11 procent meer dan in 2001. "De Arabische 'slimmeriken' kiezen te vaak voor een carrière als dokter, we moeten hen het belang van tech doen inzien", zegt Smadar Nehab van het Tsofen- hightechcenter in Nazareth. "Dat is belangrijk, want Arabische ingenieurs worden stilaan aanvaard in de Joodse gemeenschap. De kans is reëel dat we onze plaats onder de zon kunnen opeisen." FREDERIK TIBAU IN TEL AVIVHet Israëlische leger zet volop in op technologische innovatie en rondom de krijgsmacht ontstaan heel wat techbedrijfjes. "Israëliërs hebben torenhoge ambities. Het contrast met de weinig ambitieuze Belgen kan niet groter zijn" Philippe Mauchard, McKinsey Solutions