De verkiezingen zijn al een tijdje achter de rug, maar het ziet er niet naar uit dat we snel een federale regering krijgen. Aan sociaaleconomische uitdagingen nochtans geen gebrek, en die vragen een krachtige respons van onze politici. Dat was de teneur van het eerste debat in de Summer University van Trends. De deelnemers kregen een ruime vraag voorgelegd: 'Welk sociaaleconomisch model voor België na de verkiezingen van 25 mei?'. In het panel zaten Luc Bertrand (Ackermans & van Haaren), Nicolas Saverys (Exmar) en Michel Delbaere (Voka), aangevuld met de economen Bruno Colmant (Roland Berger), Peter De Keyzer (BNP Paribas) en Philippe Ledent (ING).
...

De verkiezingen zijn al een tijdje achter de rug, maar het ziet er niet naar uit dat we snel een federale regering krijgen. Aan sociaaleconomische uitdagingen nochtans geen gebrek, en die vragen een krachtige respons van onze politici. Dat was de teneur van het eerste debat in de Summer University van Trends. De deelnemers kregen een ruime vraag voorgelegd: 'Welk sociaaleconomisch model voor België na de verkiezingen van 25 mei?'. In het panel zaten Luc Bertrand (Ackermans & van Haaren), Nicolas Saverys (Exmar) en Michel Delbaere (Voka), aangevuld met de economen Bruno Colmant (Roland Berger), Peter De Keyzer (BNP Paribas) en Philippe Ledent (ING). Bruno Colmant trok het debat op gang met een interessante historisch-economische denkoefening over het Belgische belastingsysteem. "Ondanks een van de hoogste spaarquotes, die de risiconeming en het ondernemerschap zou kunnen ondersteunen, kiest België voor een zware belasting op werk en kapitaal", zegt de econoom en partner bij Roland Berger. Volgens Colmant is dat belasting- systeem verbonden met de opkomst van de welvaartsstaat en dus een erfenis van de naoorlogse jaren. "In die periode was er volledige tewerkstelling en economische groei. Dat resulteerde in een mentaliteit van een ontginningseconomie, die weinig moeite moet doen om rijkdom te scheppen. Dankzij de natuurlijke rijkdommen in de Waalse ondergrond en dankzij zijn kolonie hoefde België nooit een ondernemende houding aan te nemen. Maar vandaag beschikt België over niet veel economische instrumenten meer om zichzelf opnieuw bedrijfsklaar te maken." In de loop van de jaren schommelde de Belgische fiscaliteit tussen de twee uitersten van de balans, namelijk herverdeling en stimulering (om risico's te nemen, te ondernemen). De keuze viel doorgaans in mindere of meerdere mate op de herverdeling, naargelang van de periode of de regeringen (zie grafiek). Daardoor is het gewicht van de staat in de economie almaar toegenomen, zegt Colmant: "In de jaren zeventig wou België de terugloop van de economie compenseren met overheidsstimuli. Dat leidde tot een zware opflakkering van de belasting op werk en kapitaal om de rol te financieren. De overheid dacht dat het om een tijdelijke maatregel zou gaan, maar uiteindelijk is die permanent gebleken." Vandaag dringen alle partijen aan op een vermindering van de fiscaliteit op arbeid, maar hun voorstellen lopen uiteen. Colmant suggereert om het risico minder te belasten. Hij plaatst daarbij het beroepsinkomen in de categorie van de 'riskante' inkomsten (zie grafiek). "Het beroepsinkomen en de opbrengsten van risicokapitaal moeten minder belast worden dan de risicoloze inkomsten, zoals vastgoed en obligaties", pleit de econoom. De topman van Ackermans & van Haaren, Luc Bertrand, reageerde als eerste. Hij heeft niet de gewoonte een blad voor de mond te nemen, herinner u zijn uithaal naar het marxistische België: "Bruno Colmant heeft aangetoond dat ons herverdelende belastingsysteem, met staatsuitgaven die 54 procent van het bbp uitmaken, te weinig aanzet tot ondernemen. In Europa beschikken we over sociale vangnetten die misschien op andere continenten niet bestaan en die wij toch tot elke prijs willen behouden. We moeten ons echter afvragen hoe ver we willen gaan?" Volgens Bertrand kunnen enkel de ondernemers rijkdom en groei scheppen. Maar de staat werkt hen tegen, vindt hij: "De ondernemers mogen niet nog meer belast en gedemotiveerd worden. We moeten concurrentiëler en beter georganiseerd worden en we moeten de kosten verlagen. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen, ook in het zuiden van het land, bereid is om harder te werken." Met zijn uitspraken zat de baas van AvH op een lijn met de voorzitter van Voka, die hij overigens "100 procent steunt". Naast de verlaging van de loonkosten -- voor Michel Delbaere "de evidentie zelve" -- vraagt de topman van de Vlaamse werkgeversorganisatie structurele maatregelen om de economie van het land weer op gang te brengen. "We moeten gaan voor een groei van 2 procent, waardoor we de kostprijs van de vergrijzing onder controle kunnen krijgen", gaf Delbaere aan. "We moeten de handelsbalans weer meer in evenwicht brengen, een punt dat niemand tijdens de verkiezingscampagne heeft genoemd. Tussen 2002 en 2012 zijn we geëvolueerd van +4 tot -2 procent. Dat komt neer op een verarming met 24 miljard euro. Dat is enorm." Delbaere wees er ook op dat hij de eerste voorzitter van Voka is die gedurende twee jaar niet over het communautaire gesproken heeft. Hij verwacht in ruil van de Franstalige politici wel een sociaaleconomische bocht. "Nu is het uur van de waarheid", beklemtoonde hij. Nicolas Saverys, de CEO van Exmar, vindt dat de Waalse werkgevers in opstand moeten komen. "In Vlaanderen durven we aan de politici te zeggen wat er misloopt. In Wallonië hebben de ondernemers schrik om door hun burgemeester op de vingers getikt te worden", snerpt Saverys. Is dat geen cliché dat bewust in stand gehouden wordt in Vlaanderen? "Nee, het is de waarheid. De Waalse ondernemers zijn meer beschroomd dan hun Vlaamse collega's", vindt ook Artexis-baas Eric Evrard, die de debatten vanuit de zaal volgde. "Dat komt omdat de economie het er al twintig, dertig jaar moeilijk heeft. De overheid moest een ondersteunende rol op zich nemen om de reconversie mogelijk te maken, maar zo werd de economie veel afhankelijker van de politiek. Zelfs de Union Wallonne des Entreprises wordt gesubsidieerd." Luc Bertrand (AvH) wil sowieso alle subsidies aan bedrijven afschaffen in ruil voor een verlaging van de vennootschapsbelasting. "Elk jaar betalen de ondernemingen ongeveer 12 miljard euro vennootschapsbelasting. Tegelijk deelt de staat 10 miljard aan subsidies uit. Bij DEME hebben wij bijvoorbeeld innovatiepremies gekregen. Ik pleit echter de afschaffing van de subsidies en de verlaging van de vennootschapsbelasting tot 10 procent." Nu is die 33,99 procent. Luc Coene, de gouverneur van de Nationale Bank, voegde daar vanuit het publiek enkele bemerkingen aan toe: "Driekwart van de subsidies waarnaar u verwijst, zijn verminderingen die toegekend worden op de loonkosten van de ondernemingen", merkt Coene op. "Als die voordelen afgeschaft worden, verhogen de loonkosten voor de ondernemingen. U moet daar voorzichtig mee zijn." De vermindering van de lasten voor de bedrijven werd een rode draad in het debat. Philippe Ledent, senior economist bij ING, waarschuwde voor simplistische oplossingen. Wat de Franse econoom Thomas Piketty voorstelt in zijn boek Le capital au 21ème siècle kan hem niet helemaal overtuigen. "De verschuiving van de belastingdruk van arbeid naar kapitaal zou de oplossing zijn voor alle kwalen? Ik denk het niet. Zoiets lost de structurele problemen niet op", geeft Ledent aan. "Om de fiscaliteit op arbeid te verlagen, zijn er twee mogelijkheden. Ofwel dikt men het loonzakje van de werknemers aan, maar dat lost het probleem van de concurrentiekracht van de ondernemingen niet op. Ofwel verlaagt men de loonkosten, terwijl de wedde van de werknemers dezelfde blijft, en ze meer belast worden op hun vermogen." Peter De Keyzer, chief economist bij BNP Paribas, legt zwaar de nadruk op innovatie. Die moet volgens hem centraal staan in het herstelbeleid, vooral in ondernemingen waar de groei afwezig blijft. "Innovatie moet niet gestimuleerd worden met subsidies, maar door de vrije en concurrerende markt", merkt De Keyzer op. "Wij maken veel te weinig gebruik van baanbrekende innovatie in de dienstensector, iets wat bijvoorbeeld een bedrijf als Uber wel wist te doen door de hele taxisector op zijn kop te zetten." "De toestand is erger dan men denkt", zegt Colmant. "Om een economie met een voldoende werkgelegenheid te krijgen, is minstens een groei van 3 procent vereist. In de komende jaren halen we nauwelijks 1 procent. We zien dan ook de productiefactoren verschuiven naar andere landen. De digitale economie schept ook innovatie in andere landen. Heel wat beroepen worden volledig omgegooid door de digitale revolutie. Ik ben ervan overtuigd dat bijvoorbeeld in de financiële sector op termijn nog maar een derde van het huidige personeelsbestand zal werken. We hebben de omvang van die kentering volledig onderschat. Het kan zijn dat we uiteindelijk nog meer steun moeten vragen aan de staat omdat we niet in staat zijn om daaraan het hoofd te bieden." GILLES QUOISTIAUX"Ik geloof niet in de simplistische oplossingen van Thomas Piketty" Philippe Ledent