De resultaten die de grote olieconcerns Total, Shell en BP in het eerste kwartaal van dit jaar hebben gepubliceerd, tonen eens te meer aan dat beleggers erop kunnen vertrouwen dat oliebedrijven na een bar slecht jaar in staat zijn om weer recht te krabbelen en zich opnieuw volop in de strijd te werpen. Anderhalf jaar van tegenspoed in de vorm van een achterblijvende vraag en olieprijzen op een dieptepunt hebben de sector niet op de knieën gekregen. Integendeel, de oliegroepen hebben de gelegenheid te baat genomen om de bezem door een aantal van hun activiteiten te halen en verkeren vandaag in betere vorm dan ooit.
...

De resultaten die de grote olieconcerns Total, Shell en BP in het eerste kwartaal van dit jaar hebben gepubliceerd, tonen eens te meer aan dat beleggers erop kunnen vertrouwen dat oliebedrijven na een bar slecht jaar in staat zijn om weer recht te krabbelen en zich opnieuw volop in de strijd te werpen. Anderhalf jaar van tegenspoed in de vorm van een achterblijvende vraag en olieprijzen op een dieptepunt hebben de sector niet op de knieën gekregen. Integendeel, de oliegroepen hebben de gelegenheid te baat genomen om de bezem door een aantal van hun activiteiten te halen en verkeren vandaag in betere vorm dan ooit. Zo realiseerde Total in de eerste drie maanden van 2010 een aangepaste winst van 2,296 miljard euro, een stijging van 9 % tegenover vorig jaar. De nettowinst kwam uit op 2,613 miljard euro, wat 14 % meer is dan in het eerste kwartaal van vorig jaar. Nog indrukwekkender is de omzet, die met 25 % steeg tot 37,603 miljard euro. De groep is bovendien niet van plan om het daarbij te laten, zoals blijkt uit de uitspraken van topman Christophe de Margerie: "De hogere winsten en de sterke balans op 31 maart doen ons vol vertrouwen uitkijken naar de rest van het jaar. Gesterkt door een groeiende productie zetten we in op een verbetering van onze winstgevendheid en op onze verdere ontwikkeling." De resultaten van Total, die nochtans meer dan behoorlijk zijn, kregen een eerder koel onthaal op de markten. Zij hadden immers nog beter verwacht na de huzarenstukjes opgevoerd door de grootste concurrenten van Total in Europa: BP en Royal Dutch Shell. Zo is het Engelse olieconcern British Petroleum erin geslaagd om een winstsprong te maken van maar liefst 137 % tot 6,079 miljard dollar. De aangepaste winst, de favoriete maatstaf van analisten, is over dezelfde periode met 135 % gestegen tot 5,598 miljard dollar. Die stijging lag een stuk hoger dan de analistenconsensus, die uitging van een aangepaste winst van 4,805 miljard dollar. De recente olieramp veroorzaakt door een explosie op een boorplatform geëxploiteerd door BP in de Golf van Mexico dreigt die spectaculaire cijfers echter volledig onderuit te halen. Het ziet er namelijk sterk naar uit dat BP een bijzonder gepeperde factuur voorgeschoteld zal krij-gen. De meest pessimistische schattingen maken gewag van een kostenplaatje van 7 miljard dollar. De groep Royal Dutch Shell heeft op haar beurt eind april een 49 % hogere nettowinst voor het eerste kwartaal aangekondigd. Dat sterke resultaat was te danken aan een stijging van de olieprijs en een onverwachte productiegroei. Shell realiseerde een nettowinst van 4,9 miljard dollar, tegenover 3,3 miljard dollar een jaar eerder, en overtrof daarmee op spectaculaire wijze de gemiddelde analistenverwachting van 4,04 miljard dollar. Het herstructureringsplan dat het bedrijf vorig jaar heeft gelanceerd, heeft dus zijn eerste vruchten afgeworpen. Volgens de directie van de groep is de oogst echter nog lang niet binnen en ze is zelfs van plan om haar inspanningen dit jaar nog verder op te voeren. Zo kwam de Brits-Nederlandse groep eind april verrassend uit de hoek met de aankondiging van een van de grootste investeringsprogramma's in de oliesector. Om zijn productie, die de laatste zeven jaar was afgenomen, op te krikken, is Shell van plan om tegen 2014 zo'n 100 miljard dollar te investeren, wat neerkomt op 25 à 30 miljard dollar per jaar. Zo wil Shell zijn productie tegen 2012 optrekken tot 3,5 miljoen vaten olie-equivalent per dag, een stijging van 11 % tegenover 2009. Dat zal zich vertalen in een jaarlijkse groei van 3,5 % over die periode, hoger dan de oorspronkelijk voorziene 2 à 3 %. Als dat geen ambitieus plan is! Een plan dat vooral inspanningen zal vergen van het personeel, aangezien de grootste Europese oliegroep dit jaar 1 miljard dollar wil besparen door onder meer afscheid te nemen van 2000 werknemers over de hele wereld. Dat is 1000 werknemers meer dan ze eerder had laten verstaan. Na het vermelden van die spectaculaire cijfers voor het eerste kwartaal, willen we er meteen bij zeggen dat de vergelijkingen op jaarbasis in de komende maanden veel minder flatterend zullen zijn voor de grote oliemaatschappijen. In het eerste kwartaal van 2009 woedde de crisis immers nog volop en waren de winsten van Total, Shell en BP sterk teruggevallen. Deze slechte cijfers vergelijken met die van het eerste kwartaal van dit jaar kon alleen maar gunstig uitvallen voor de oliegroepen. Vanaf het tweede kwartaal van 2009 heeft het economische herstel de winsten van de oliemajors echter nieuw leven ingeblazen. En die winsten zijn heel 2009 blijven stijgen (zie tabel). Het is dus niet meer dan logisch dat Total en zijn concurrenten bij de publicatie van de volgende kwartaalresultaten niet meer zullen kunnen uitpakken met een winstgroei van twee of zelfs drie cijfers. Dat riskeert de beurzen teleur te stellen, ook al is dat scenario perfect te voorzien. En dan hebben we het nog niet over de olievlek die BP raakte. (C) Door Karine HuetBij de publicatie van de volgende kwartaalcijfers zullen Total en zijn concurrenten niet meer kunnen uitpakkenmet een winstgroei van twee of drie cijfers.