Er waren eens vier boeren, Am, Eur, Jap en Brit. Ze hadden elk koeien die goed melk gaven. Ze gingen meer koeien houden en de uiers werden ook dikker. Om die expansie te financieren, gaven ze obligaties uit met een rente in melk. Een vorm van termijncontracten. Geen risicokapitaal! Ze betaalden ook belastingen in melk en de politici beloofden meteen melk aan veel kiezers. Wie wat ouder was, moest voor zijn melkpensioen zelfs geen prestatie leveren.
...

Er waren eens vier boeren, Am, Eur, Jap en Brit. Ze hadden elk koeien die goed melk gaven. Ze gingen meer koeien houden en de uiers werden ook dikker. Om die expansie te financieren, gaven ze obligaties uit met een rente in melk. Een vorm van termijncontracten. Geen risicokapitaal! Ze betaalden ook belastingen in melk en de politici beloofden meteen melk aan veel kiezers. Wie wat ouder was, moest voor zijn melkpensioen zelfs geen prestatie leveren. Maar boeren is mensenwerk en er werden veel meer termijncontracten verkocht dan men melk kon produceren. Daarenboven begonnen de koeien minder melk te geven. De melk moest natuurlijk wel nog altijd worden geleverd. De boeren leenden melk bij elkaar, maar dat verergerde al snel de tekorten. Er zat niets anders op dan de melk met water aan te lengen. Dat water werd ook wel inflatie genoemd. Er kwam echter Murphy-gewijs om allerlei redenen te weinig water uit de kraan. Nadat ook een bedevaart geen soelaas had gebracht, noch klassieke muziek in de stallen, moesten de boeren vaststellen dat ze hun verplichtingen, hun obligaties dus, niet konden nakomen. Elke metafoor heeft grenzen en dus ook dit pastoraal verhaal. Ik wil alleen maar aangeven dat de vier grote westerse economieën (en ook China) te veel vorderingen op hun toekomst hebben gelegd. Obligaties en pensioenrechten vormen een beslag op toekomstige melk- of geldstromen. Zo hebben we voor biljoenen vorderingen op de toekomst uitstaan, die we vandaag al deels financieren met bijkomende vorderingen op de toekomst. 'Extend andpretend', noemt men dat, verleng de looptijden, breng de rente omlaag en doe alsof het boeltje solvabel is. Het ongebreidelde optimisme van de Europese boer werd door de euro niet weinig versterkt. Griekenland gaat sinds 2010 aan zijn verwachtingen en beloften kapot. Het IMF en de meeste economen bezwoeren de onderhandelaars de jongste weken dan ook om voor de tweede keer in vijf jaar een hoop Griekse schulden kwijt te schelden. Echt moeilijk is dat niet, omdat veel Griekse schuld niet langer in privéhanden is. Die schuld staat al ergens op een balans van de ECB en aanverwante letterwoorden en kan worden omgezet in eeuwigdurende leningen met een symbolische rente. Er hoeft niets te worden afgeboekt, de reële marktwaarde van die zware balanspost is niet relevant. Niemand kijkt straks nog naar dat relict. En de boeren moeten hun koeien niet slachten. Probleem is natuurlijk dat als je dit voor Griekenland doet, andere landen meteen ook in de rij staan. En terecht. De Belgen, Ieren, Portugezen en Italianen moeten toch niet gestraft worden, omdat ze iets minder onvoorzichtig zijn geweest! Dus ook daar moet schuld weg, moet de toekomst worden ontlast, moeten massaal vorderingen bij de ECB worden gedumpt. Het probleem wordt trouwens nog elke dag groter. In bbp-termen zijn de schulden sinds 2007 met ruim een kwart toegenomen. Maar als de financiële overheid, de ECB dus, schulden opkoopt en ook feitelijk kwijtscheldt, is het hek van de dam. We gaan dan in de eurozone voor een pakket van 6000 miljard. Toch zal dat gebeuren, al was het maar omdat naast die schulden, ook enorme pensioenvorderingen onze toekomst bezwaren. De waarde daarvan is zelfs ruim groter. Maar het afboeken en ontwaarden kan ook anders. Laten we nog wat optimisme produceren. De meest originele bijdrage over het imbroglio in de Europese Unie, bracht John Phelan van Capital Economics in The Wall Street Journal. De idee is: zou Europa monetair niet beter een stap terugzetten in plaats van nog verder te integreren? We gaan een kwarteeuw terug. EU-commissievoorzitter Jacques Delors zette toen zijn driestappentraject naar de euro op. De Britse minister van Financiën John Major waarschuwde meteen dat de convergentie van de deelnemende economieën lang niet ver genoeg stond. Major stelde voor als eenheidsmunt een Hard ECU (European Currency Unit) in te voeren met behoud van de nationale munten. Deze zouden wel kunnen devalueren tegenover de Hard ECU, maar niet revalueren. Burgers en bedrijven zouden vrij zijn om de eigen munt of de Hard ECU te gebruiken. De HECU zou dus de norm worden. Het zou dan met Griekenland niet zijn misgelopen, want de drachme zou sinds 2001 de helft van zijn waarde in HECU zijn kwijtgespeeld en niemand zou aan Griekenland zoveel HECU hebben geleend als het nu euro's kreeg. Is het echt te laat om naast pijnlijke interne devaluaties zoals Griekenland nu krijgt opgelegd, ook weer externe muntontwaardingen mogelijk te maken? Soms is een stap achteruit de beste stap vooruit.De auteur is publicist en voorzitter van VFB. PAUL HUYBRECHTSProbleem is dat als je voor Griekenland kwijtscheldt, andere landen meteen ook in de rij staan.