De auteur is redacteur van Haaretz.
...

De auteur is redacteur van Haaretz.Volgens het ontruimingsschema van premier Ariel Sharon heeft de laatste Israëlische soldaat zich halverwege de herfst teruggetrokken uit de Gazastrook en het noordelijke tipje van de westelijke Jordaanoever. Twee weken eerder moeten al de laatste kolonisten vertrokken zijn, vrijwillig of meegesleurd door het leger. De wijdverspreide scepsis waarop het plan van de eerste minister aanvankelijk onthaald werd, is grotendeels verdwenen. Wel bestaat er nog twijfel over of hij zijn politieke wil zal kunnen doordrukken bij zijn twistzieke kabinet en het woelige parlement. Als Sharon in zijn opzet slaagt, wordt 2005 voor Israëli's en Palestijnen beslist het meest gedenkwaardige jaar sinds de Oslo-akkoorden in 1993 en misschien zelfs sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967, toen Israël voor het eerst de Pales-tijnse gebieden bezette. De ontmanteling van de nederzettingen zal, meer nog dan de fragmentarische militaire terugtrekking tijdens de Oslo-jaren, het begin van het einde inluiden voor de bezetting. Dat is de reden waarom de kolonisten in Gaza en op de West Bank, samen met hun politieke bondgenoten in Israël, hun volle ideologische hartstocht ontketend hebben tegen hun oude voorvechter Sharon. Ze hadden evengoed de terugtrekking uit Gaza en het tipje van Samaria kunnen bagatelliseren. Tenslotte gaat het om 10.000 kolonisten die uitgewezen moeten worden op een totaal van meer dan 250.000. Bovendien behoort Gaza niet tot de historische kern. Gedurende het grootste deel van het bijbelse tijdperk behoorde het toe aan de Filistijnen, niet aan de Israëlieten. De hedendaagse militaire bezetting van de overvolle sloppenstad aan de kust is ook volkomen onpopulair bij een meerderheid van de Israëli's, wier soldaten uitgestuurd worden om de Gaza-nederzettingen te beschermen tegen de onafgebroken aanvallen van gewapende Pales-tijnen. Sharon (of wie hem ook opvolgt) zal het evenwel niet bij die terugtrekking kunnen houden. Als de Palestijnse Autoriteit ook maar een schijn van orde kan verwezenlijken in het bevrijde Gaza, zal de internationale druk voor een verdere terugtrekking en de uitbouw van een leefbare Pales-tijnse staat in Gaza en op de westelijke Jordaanoever snel toenemen. Het conflict zal zich toespitsen op drie of vier smalle stroken land op de West Bank, dicht bij de lijn van 1967 en dichtbevolkt met kolonisten. Israël zal die onder een eventueel vredesverdrag willen behouden en ze mogelijk willen ruilen met Israëlisch gebied grenzend aan Gaza. Wie de terugtrekkingsstrijd ook wint, de Israëlische politiek zal daarna onherkenbaar zijn. Likoed, de partij van de premier, zou zelfs kunnen splijten. In elk geval zal Sharon het moeilijk hebben om opnieuw verkozen te worden tot partijleider. Het centraal comité van de partij, de zowat 3000 militanten die de partijtop kiezen, heeft het terugtrekkingsplan herhaaldelijk van de hand gewezen. De parlementsfractie is verdeeld en Sharon zal de stemmen van oppositiepartij Labour nodig hebben om in de maanden voor de terugtrekking een nederlaag in het parlement te vermijden. Maar zelfs dat zou niet genoeg kunnen zijn. Volgens de wet moet hij ten laatste op 31 maart een begroting indienen of hij riskeert verkiezingen in de zomer. Sharon (76) en Labour-leider Shimon Peres (81) zouden bij verkiezingen wel eens plaats kunnen ruimen voor jong bloed aan de top. Uit de opiniepeilingen blijkt evenwel dat heel wat kiezers graag een soort fusie zouden zien tussen de gematigde strekkingen van Likoed en de Arbeidspartij, met de twee oude mannen - wier meer dan vijftigjarige persoonlijke vriendschap hun politieke meningsverschillen overstijgt - samen aan het roer van een superpartij met als centraal programmapunt de terugtrekking uit Gaza. Om dat dreamteam te vervolledigen, stellen sommigen voor om er meteen ook de leider van de derde grootste partij, Shinui, aan toe te voegen, de minister van Justitie Yosef Lapid, een dartele 73'er en een fervente voorstander van het terugtrekkingsplan. De diepe crisis die de twee belangrijkste partijen treft, wordt weerspiegeld in het feit dat de twee bejaarde machthebbers vooral bedreigd worden door in opspraak gebrachte voormalige premiers. Benjamin Netanyahu, eerste minister van 1996 tot 1999, werd weggevaagd door Elud Barak van de Arbeidspartij (1999-2001), die op zijn beurt werd verpletterd door Sharon. Netanyahu vertraagde de post-Oslo-onderhandelingen met de Palestijnen tot een punt dat ze zo goed als verlamd waren. Barak waagde in de zomer van 2000 een stoutmoedige sprong naar de vrede in Camp David. Die mislukking leidde tot de Intifada, die nu - 4000 doden later - nog altijd woedt. Netanyahu is de machtige minister van Financiën in het kabinet-Sharon. Hij heeft het terugtrekkingsplan ondermijnd in de hoop op een voortijdige val van de regering. Barak, die een politieke time-out genomen heeft, knaagt aan de steun van Peres voor de regering-Sharon. Allebei hopen ze 2005 te beëindigen als eerste minister. De gematigde Israëli's en Palestijnen kunnen alleen maar hopen dat de oude mannen het lang genoeg volhouden om de terugtrekking door te voeren. David LandauWie de terugtrekkings-strijd ook wint, de Israëlische politiek zal daarna onherkenbaar zijn.