Economische groei, het magische woord van de jaren negentig, blijft de komende jaren een verre droom voor de geteisterde eurozone. In de Verenigde Staten zal de groei hooguit 2 procent bedragen. Koersstijgingen lijken niet waarschijnlijk meer, behalve als de centrale banken doping -- in de vorm van goedkoop geld -- ter beschikking stellen. Beleggers gaan daarom opnieuw op zoek naar inkomen. De grote risicoaversie die het gevolg is van de eurocrisis, heeft obligaties -- de beleggingsoptie die het meest voor de hand ligt voor inkomen -- naar recordkoersen gejaagd. Dat heeft hun reële rendement herleid tot nul. Spreken van een obligatiezeepbel is allang geen taboe meer.
...

Economische groei, het magische woord van de jaren negentig, blijft de komende jaren een verre droom voor de geteisterde eurozone. In de Verenigde Staten zal de groei hooguit 2 procent bedragen. Koersstijgingen lijken niet waarschijnlijk meer, behalve als de centrale banken doping -- in de vorm van goedkoop geld -- ter beschikking stellen. Beleggers gaan daarom opnieuw op zoek naar inkomen. De grote risicoaversie die het gevolg is van de eurocrisis, heeft obligaties -- de beleggingsoptie die het meest voor de hand ligt voor inkomen -- naar recordkoersen gejaagd. Dat heeft hun reële rendement herleid tot nul. Spreken van een obligatiezeepbel is allang geen taboe meer. Omdat die eerste optie te duur is geworden, wordt gekeken naar de tweede optie: dividendaandelen. Die waren in de jaren negentig en tweeduizend uit de mode geraakt. Gevestigde bedrijven met een beperkte omzet- of winstgroei die een belangrijk deel van hun inkomen uitkeerden aan hun aandeelhouders, voldeden niet aan de groeiobsessie van de voorbije decennia. Die mening is duidelijk gekeerd. Dividendaandelen zijn weer populair. De oubollige reputatie van dividendaandelen is hoe dan ook onterecht. Een onderzoek van de London Business School heeft de prestatie van de aandelenmarkten in een reeks landen over een lange periode in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat liefst twee derde van het totale jaarlijkse reële rendement van 6,22 procent dat de Amerikaanse aandelenmarkt tussen 1900 en 2010 heeft gerealiseerd, afkomstig is van dividenden. In bijna alle onderzochte landen scoorden de aandelen van bedrijven die dividenden betalen systematisch beter dan die van ondernemingen die geen dividenden uitkeren. Bovendien zijn dividendaandelen minder volatiel. De stelling van de jaren negentig dat koersstijgingen belangrijker waren dan dividenden, blijkt dus op lange termijn een illusie te zijn. In het verleden hebben we al meermaals geschreven over Europese en Amerikaanse dividendaandelen, maar ook de dividendbetalers uit de groeilanden verdienen aandacht. Aandelen uit landen als China, Brazilië, India of Indonesië hebben geleidelijk een vaste plaats gekregen in de portefeuille van de gediversifieerde belegger. Die landen hebben betere groeivooruitzichten en zitten vaak ook in een betere fiscale situatie dan het Westen, dat onder schulden gebukt gaat. Toch moeten beleggers beseffen dat een investering in groeilanden riskant kan zijn. De politieke en macro-economische risico's zijn groter, in die landen gelden zwakkere eigendomsrechten en de regels voor deugdelijk bestuur zijn er minder streng. In het verleden hebben die risico's vaak zwaarder gewogen dan de groeivooruitzichten, met zeer onstabiele beurskoersen als gevolg. Naarmate de opkomende landen groeien, worden hun bedrijven sterker en betalen die meer dividenden. In 2011 keerden ondernemingen uit de groeilanden 175 miljard dollar aan dividenden uit. Dividenden vormen niet alleen een reëel inkomen voor de aandeelhouders, ze werken ook disciplinerend voor het bedrijf. De betaling van een dividend dwingt het management ertoe zorgzamer om te gaan met de bedrijfsmiddelen. Een stabiel of licht groeiend dividend is ook een teken van duurzame winstgevendheid, als de balans er niet door wordt uitgehold. Het is dan ook geen toeval dat de S&P Emerging Markets Dividend Opportunities Index, een aandelenindex die alle dividendaandelen uit de groeilanden verenigt, sinds zijn oprichting in december 2009 systematisch beter heeft gepresteerd dan de brede MSCI Emerging Markets Index. Na iets meer dan drie jaar bedraagt de voorsprong 22 procent. Beleggers die op zoek gaan naar dividenden, mogen zich niet blindstaren op het dividendrendement. De houdbaarheid en het groeipotentieel van het dividend zijn minstens even belangrijk. Een dividend is onhoudbaar als een onderneming het grootste deel van haar kasstromen uitkeert aan haar aandeelhouders. Dat maakt een bedrijf kwetsbaarder als het moet investeren of als de omzet zakt tijdens een recessie. Een hoge schuldgraad maakt dat nog problematischer, omdat het dan moeilijker is investeringen met schulden te financieren. Op dat moment moet het dividend worden afgebouwd. Een goed voorbeeld daarvan zijn de Europese telecombedrijven, die hun dividenden onlangs drastisch hebben verlaagd om te kunnen investeren in de nieuwe 4G-netwerken. Een sterk groeiende onderneming heeft veel kapitaal nodig. Ze zal daarom maar weinig dividenden uitkeren en haar winsten zo veel mogelijk herinvesteren. Als ze succesvol groeit, zal ze een mature fase bereiken waarin het investeringsritme daalt. Op dat moment kan ze starten met een dividend of kan ze haar dividend verhogen.MATHIAS NUTTIN