Zakenlui, vooral in Amerika en Europa, werden zwaar getroffen door het openspatten van de bubbel van de nieuwe economie in 2000-2001. Irrationele uitbundigheid leidde tot een uitspatting van bedrijfsbestedingen in nieuwe kapitaalgoederen, vooral in de informatietechnologie (IT), en tot stoutmoedige fusies en acquisities. Firma's ontleenden heftig om die avonturen te financieren, alleen om vast te stellen dat ze moesten worstelen om hun afbetalingen te doen, eens de conjunctuurcurve weer naar beneden dook.
...

Zakenlui, vooral in Amerika en Europa, werden zwaar getroffen door het openspatten van de bubbel van de nieuwe economie in 2000-2001. Irrationele uitbundigheid leidde tot een uitspatting van bedrijfsbestedingen in nieuwe kapitaalgoederen, vooral in de informatietechnologie (IT), en tot stoutmoedige fusies en acquisities. Firma's ontleenden heftig om die avonturen te financieren, alleen om vast te stellen dat ze moesten worstelen om hun afbetalingen te doen, eens de conjunctuurcurve weer naar beneden dook. Daarbij kwamen nog de terreuraanvallen van 11 september 2001 en de beslissing om in Afghanistan en Irak ten oorlog te trekken. Bedrijfsleiders verplaatsten hun aandacht van de groei naar de bekommernis om ervoor te zorgen dat hun aanvoerketens bestand waren tegen aanvallen en de voorbereiding van allerlei rampenplannen. Erger nog, na de golf van bedrijfsschandalen die begon met Enron eind 2001, merkten de Amerikaanse bazen dat ze met argwaan behandeld werden door voordien inschikkelijke non-executive bestuurders, vooral als ze voorstelden om geld uit te geven. Hervormingen zoals de Sarbanes-Oxley Act verplichtten managers ertoe hun tijd te besteden aan de verbetering van de interne controle en de corporate governance. Toen Jack Welch, de legendarische ex-baas van General Electric, zich in december 2002 erover beklaagde dat er "te veel op de hurken gezeten werd" in de bestuurskamers, waren er maar weinig managers die zich er iets van aantrokken. De sombere stemming in de VS besmette de bestuurskamers in een groot deel van de rest van de wereld (hoewel er in China en India geen gebrek was aan 'dierlijke instincten'). Het ondernemingsvertrouwen bleef op een laag pitje in de tweede en derde grootste economieën van de wereld, Japan en Duitsland, die allebei moeite hadden om het soort van structurele hervormingen door te voeren die de bedrijven dringend nodig hebben. Er zijn verschillende redenen waarom die dierlijke instincten nu weer opduiken. Ondanks de sombere stemming onder de managers, kon sinds 2001 een opvallende verbetering vastgesteld worden in de gezondheidstoestand van vele ondernemingen. De rendabiliteit staat op een recordhoogte. In de G7 zijn de bedrijfswinsten tot boven de 14 % gestegen, vertrekkend van 12,5 % in 2000. Balansen werden opgefrist door leningen af te betalen. Volgens Ed McKelvey, een econoom van Goldman Sachs, hebben sommige sectoren zoals die van de autoconstructeurs het nog erg moeilijk, maar het algemeen Amerikaanse bedrijfsleven kan zichzelf financieren en is in staat om al zijn investeringen te betalen uit zijn cashflow. En vermits de voorwaarden op de kredietmarkt op dit ogenblik uiterst los zijn, kunnen individuele firma's die toch besluiten om een lening aan te gaan om hun kapitaalbestedingen te financieren, dat zonder enige moeite doen. Een eerste aanwijzing van het herwonnen vertrouwen is de recente wereldwijde opwelling van fusies en acquisities. Alsnog droegen de overeenkomsten een relatief klein risico en waren ze vooral gericht op het consolideren van sectoren, eerder dan op diversificatie of de opbouw van imperiums. Maar een vloed van overnames van firma's die te maken hebben met het internet - zoals de aankoop van de internettelefoonmaatschappij Skype door de on-lineveilingsite eBay - doet het vermoeden rijzen dat strategische zieners opnieuw hun invloed beginnen uit te oefenen in de bestuurskamers. Ook de nakende heropleving van de kapitaalbestedingen zal aanvankelijk van het laag risicodragende soort zijn. Dat werd duidelijk in de recente opleving van de investeringen die het groeiritme van de Amerikaanse kapitaalgoederenvoorraad opdreef naar 2 % per jaar (wat evenwel nog altijd beneden de groeivoet van het BBP ligt). Die investeringen gingen vooral naar de vervanging van bestaande kapitaalgoederen, vooral verouderde computers en andere systemen. De nood voor dergelijke basisaanvulling is desnoods nog groter in Duitsland, waar de recente indrukwekkende winst- en productiviteitsstijgingen veel te maken hebben met het feit dat de bedrijven zichzelf nieuwe kapitaalbestedingen ontzegden. Als de Japanse zakenlui nu nog beginnen te geloven dat voor de economie van hun land het ergste voorbij is, zullen ook zij onverbloemde investeringskansen krijgen. Een toenemend aantal grote ondernemingen begint er zich zorgen over te maken waar de volgende golf van rendabele groei vandaan zal komen, zo zegt Chris Zook van Bain Consulting. In een recente studie kwam Bain tot de vaststelling dat 65 % van de managers vond dat ze in de komende vijf jaar zullen moeten investeren in fundamentele aanpassingen van hun relatie met hun kerngroep van klanten. Zook verwacht dat de ondernemingen dit met de nodige omzichtigheid zullen aanpakken, zeker in vergelijking met de vorige conjunctuurcyclus, door relatief kleine, maar cruciale investeringen te doen in nieuwe capaciteit die verband houdt met hun kernactiviteiten. Dell, bijvoorbeeld, is aan het expanderen van computers naar printers. Te oordelen aan voorbije ervaringen worden - eens de dierlijke instincten ontketend worden - de bedrijfsinvesteringen snel omvangrijker, stoutmoediger en riskanter. Er zullen een aantal dure fouten gemaakt worden, maar de zakenwereld zal tenminste weer wat boeiender worden. De auteur is businessredacteur bij The Economist.Matthew Bishop