D uco Sickinghe, de gewiekste chief executive officer van Telenet, glundert. Exact 23 maanden na de klacht van Belgacom stelt de Mechelse rechtbank van koophandel hem in het gelijk. Telenet, zo luidt het vonnis in kort (!) geding, mag zijn superhoge afwikkeltarief blijven vragen.
...

D uco Sickinghe, de gewiekste chief executive officer van Telenet, glundert. Exact 23 maanden na de klacht van Belgacom stelt de Mechelse rechtbank van koophandel hem in het gelijk. Telenet, zo luidt het vonnis in kort (!) geding, mag zijn superhoge afwikkeltarief blijven vragen. De feiten zijn bekend. Op 1 maart 2002 begon Telenet een nieuw afwikkeltarief aan te rekenen, dat 400 % hoger lag dan dat van Belgacom. Een afwikkeltarief is wat operatoren elkaar betalen om hun gesprekken tot bij elkaars klanten te krijgen. Belgacom vond dat deze unilaterale prijsverhoging zondigde tegen de wet op de prijsreglementering, de wet op de handelspraktijken en het Belgische en Europese mededingingsrecht. Officieel verklaarde de rechter zich onbevoegd. Uit zijn motivatie blijkt echter overduidelijk dat hij Telenet volop het recht geeft om zijn afwikkeltarieven zelf te bepalen en sluit hij zich aan bij de standpunten van de Belgische telecomregulator BIPT en de Europese Commissie. Die vinden dat alternatieve operatoren niet dezelfde (gereguleerde) prijzen hoeven toe te passen als de dominante spelers. Hun kosten liggen immers anders. En het BIPT vond al in juni 2002 dat het afwikkeltarief van Telenet redelijk was "op basis van de meegedeelde kosten". Belgacom gaat in beroep. De uitspraak bezorgt de telecomregulator BIPT extra aanzien, maar ook extra werk. Telenet was de eerste om hogere afwikkeltarieven te krijgen. Versatel vroeg ze in juni 2003 aan, maar heeft ze nog niet gekregen. Andere zullen volgen. Paradoxaal genoeg schept de liberalisering op die manier meer regulering. Tot nog toe moest het BIPT vooral Belgacom in de gaten houden, nu moet het BIPT ook de alternatieve operatoren controleren. De afwikkeltarieven zijn namelijk een van de weinige telecomprijzen waarvoor geen concurrentie bestaat. Alleen Telenet kan oproepen naar zijn eigen klanten doorverbinden, niemand anders. En nu de rechtbank en het BIPT toelaten om hoge afwikkeltarieven te vragen vanwege de hoge aanloopkosten, zullen alternatieve operatoren bij het BIPT aanschuiven om zoveel mogelijk kosten te mogen bewijzen. De factuur wordt toch door anderen betaald. Dat leidt niet noodzakelijk tot efficiënt management. Telenet lijkt bovendien om regulering te smeken door een deel van zijn hogere inkomsten te gebruiken om het verkeer tussen de eigen abonnees extra goedkoop te maken. Belgacom kent die strategie maar al te goed: zijn eigen mobiele operator gebruikt ze al jaren, net als de andere. Maar Belgacom staat deze keer waar de klappen vallen. Er kan een vicieuze cirkel ontstaan: abonnees trekken naar goedkopere alternatieve operatoren, die daardoor nog meer hoge afwikkelvergoedingen kunnen innen en van de weeromstuit hun eigen on-net-trafiek nog aantrekkelijker kunnen prijzen. Het BIPT vindt dit een positieve evolutie en het is moeilijk te zien hoe anders op lange termijn stevige concurrenten kunnen ontstaan. De vraag is of de Belgische telecomregulator die beweging in de hand kan houden. Het nieuwe Europese regelgevende kader voorziet in de regulering van afwikkeltarieven, maar is nog altijd niet in Belgische wetgeving omgezet. Over geschikte analysemethodes wordt bij het BIPT nog gediscussieerd. En de regulator is overbelast, maar extra middelen zijn dit jaar niet voorzien. De ervaring leert dat in die omstandigheden de regulator niet opgewassen is tegen de operatoren. Bruno Leijnse