De Europese hogepriesters van het geld zullen - normaal gezien - volgende week woensdag hun beleidsrente optrekken tot 4 %. En daar zal het wellicht niet bij blijven, hoewel gouverneur Jean-Claude Trichet toch graag de handen vrij houdt. De Europese inflatie is immers steeds meer de speelbal van globale economische ontwikkelingen en daar heeft de ECB weinig tot geen vat op. Of hoe Trichet & co elke dag een stukje machtelozer worden.
...

De Europese hogepriesters van het geld zullen - normaal gezien - volgende week woensdag hun beleidsrente optrekken tot 4 %. En daar zal het wellicht niet bij blijven, hoewel gouverneur Jean-Claude Trichet toch graag de handen vrij houdt. De Europese inflatie is immers steeds meer de speelbal van globale economische ontwikkelingen en daar heeft de ECB weinig tot geen vat op. Of hoe Trichet & co elke dag een stukje machtelozer worden. Trichet verhoogt de rente omdat de Europese geldpers op hol geslagen is. De ECB mikt op een toename van de geldhoeveelheid met 4,5 % per jaar, maar de wijzer staat op meer dan 10 %. Op korte termijn is dat geen drama: de inflatie geeft nauwelijks een krimp en de geldhoeveelheid verloor als voorspeller van inflatie heel wat geloofwaardigheid. De ECB vreest op langere termijn echter financiële onstabiliteit, omdat al dat geld zeepbellen zou kunnen blazen op de financiële en vastgoedmarkten. De ECB en de Europese economie zitten met de gebakken peren als die bellen uit elkaar spatten. De Spaanse economie lijkt die pijnlijke weg te zullen moeten bewandelen (zie blz. 22). Maar al bij al is de ECB behoorlijk machteloos om de groei van de geldhoeveelheid een halt toe te roepen. Het vertrouwen dat weinig mis kan gaan in een van gezondheid blakende Europese en wereldeconomie is vandaag immers de belangrijkste motor van de geldpers. De sterke Europese economie, de lage rente en de hoge bedrijfswinsten inspireren beleggers, durfkapitalisten en hefboomfondsen om te investeren met geleend geld. En de banken durven meer uitlenen, omdat ze dankzij de financiële innovatie hun risico's beter kunnen beheren en zelfs doorverkopen. De wereld verzuipt dus in het geld omdat alles goed gaat, en op het gros van deze extra liquiditeiten hebben de centrale banken ook al weinig of geen controle. De ECB draagt dus emmertjes naar zee als ze met renteverhogingen de groei van de geldhoeveelheid wil afremmen. En de ECB kan toch niet hele economie droogleggen om de stekker uit de geldpers te trekken? Er is nog een andere motor die in de eurozone de geldpers aanvuurt: de instroom van buitenlands kapitaal. De groeilanden (China op kop) en de olie-exporterende landen herbeleggen hun spaaroverschotten massaal in de westerse wereld, met de eurozone als steeds populairdere bestemming. Veel kan de ECB niet doen aan deze internationale geldcarrousel. De Chinezen sparen veel, onder meer omdat China (nog) geen uitgebouwde sociale zekerheid heeft, maar de nog onderontwikkelde lokale financiële markten kunnen die toevloed van spaargeld niet aan, getuige de wassende zeepbel op de lokale Chinese beurzen. De spaargelden zoeken daarom hun bestemming in de diepe kapitaalmarkten van het Westen en drijven hier de prijzen van de activa op. De groeilanden hebben het werk van de westerse centrale bankiers de voorbije jaren gemakkelijker gemaakt door het Westen te overspoelen met goedkope producten en diensten. De toegenomen internationale concurrentie houdt de prijzen en lonen onder de knoet. Niet de centrale banken, maar open grenzen hielden de inflatie de voorbije jaren onder controle. De deflatoire impuls uit Azië is zeker nog niet voorbij, hoewel de wereldeconomie als geheel na enkele jaren van uitbundige groei op volle capaciteit draait, en dus vatbaarder wordt voor wat inflatiespanningen. In elk geval is een groter stuk van de Europese inflatie "made in China". De ECB verliest dus grip op de Europese inflatie en moet daarom harder aan het rentewiel draaien om tot hetzelfde resultaat te komen. De groeilanden hebben het werk van de ECB & co ook moeilijker gemaakt: de stijgende grondstoffenprijzen waren de voorbije jaren de belangrijkste bron van inflatie. Consequent als de ECB is, houdt ze rekening met de deflatoire én inflatoire krachten van de globalisatie. Ze stemt het rentebeleid daarom af op de inflatie zoals ze in de portemonnee gevoeld wordt, met inbegrip van de volatiele energie- en voedingsprijzen. De ECB kan echter niet zelf meer olie oppompen of koper delven om de prijzen te drukken. En een Europese recessie organiseren om de grondstoffenprijzen af te koelen, dat zou te gek voor woorden zijn. De globalisatie en bijhorende vertrouwensinjectie heeft het beleid van de centrale banken er niet eenvoudiger op gemaakt. Trichet & co varen zelfs enigszins blind, want niemand heeft al in kaart kunnen brengen hoe groot de impact van de globalisatie is op de Europese inflatie en economie. De ECB zal dus "zeer waakzaam" moeten blijven. Daan Killemaes