Binnenkort moet u bijna nooit meer naar de dokter. Tenminste, als het van onze landgenoot Walter De Brouwer afhangt. De naar Californië verhuisde ingenieur werkt met een klein team in een researchpark van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA aan de Scanadu Scout. Dat is een draadloze miniscanner die tegen de huid wordt gehouden om de hartslag, de bloeddruk en nog veel andere lichaamsfuncties te volgen en een diagnose te stellen. Een eerste prototype is al klaar. Zijn bedrijfje haalde via het internet 1,5 miljoen dollar op voor de commercialisering en de massaproductie, die is gepland voor maart 2014.
...

Binnenkort moet u bijna nooit meer naar de dokter. Tenminste, als het van onze landgenoot Walter De Brouwer afhangt. De naar Californië verhuisde ingenieur werkt met een klein team in een researchpark van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA aan de Scanadu Scout. Dat is een draadloze miniscanner die tegen de huid wordt gehouden om de hartslag, de bloeddruk en nog veel andere lichaamsfuncties te volgen en een diagnose te stellen. Een eerste prototype is al klaar. Zijn bedrijfje haalde via het internet 1,5 miljoen dollar op voor de commercialisering en de massaproductie, die is gepland voor maart 2014. De Brouwer profiteert volop van de Wet van Moore (zie kader Weer een grote sprong voorwaarts), die leert dat computerchips almaar zuiniger, krachtiger en goedkoper worden. De technologische mogelijkheden zijn dan ook onmogelijk te voorspellen. Dankzij die wet zijn Samsung, Apple, Microsoft, Google en andere technologiebedrijven groot kunnen worden in smartphones en tablets. Volgens hardnekkige geruchten werken ze bijna allemaal aan een nieuw gadget: de 'smart watch', een minicomputer in de vorm van een polshorloge waar onder meer e-mails en andere berichten mee kunnen worden verstuurd. De onstuitbare technologische vooruitgang doet alle grote spelers in de consumentenelektronica met elkaar botsen. Het gaat al lang niet meer over wie in één segment de marktleider is. De inzet is veel groter. Wie de meeste gebruikers aan zich bindt over alle categorieën heen, staat helemaal stevig bovenaan in de voedselketen. Dat betekent een sterke positie in computers, tablets, smartphones, televisies, spelconsoles en nog uit te vinden apparaten. Ook de consumenten willen graag zo'n allesoverheersende gigant, omdat de verschillende toestellen van één merk nu eenmaal beter met elkaar communiceren. De consument kiest er met andere woorden zelf voor om in de gouden kooi van een fabrikant te leven. Telkens wanneer we weer eens een ander gadget van hetzelfde merk kopen, wordt het moeilijker over te stappen naar een andere fabrikant. De steile groei van Apple is een mooi voorbeeld van hoe lucratief die strategie is. De iPod, gelanceerd in 2001, was de gatewaydrug die de consument in de jaren daarna vatbaar maakte voor het zwaardere spul. Apple had een omzet van 5,36 miljard dollar en een nettoverlies van 25 miljoen in 2001. Meer dan tien jaar later heeft het een jaaromzet van 156,6 miljard dollar en een winst van 41,7 miljard. Met dank aan het treintje iPod-iPhone-iPad. Van al die mobiele toestellen heeft het er al meer dan 600 miljoen verkocht. Dat is een enorm aantal, want het aantal potentiële gebruikers van duurdere consumentenelektronica wordt op ongeveer een miljard geschat. De strijd om het dominante platform voor consumentenelektronica is daarmee niet afgelopen, maar dat Apple zo'n sterke positie zou hebben, had niemand rond de eeuwwisseling verwacht. Toen had Microsoft veruit de beste kaarten. Het Windows-besturingssysteem had de softwarereus al sinds de jaren tachtig een dominante positie bezorgd. Microsoft produceerde zelf geen computers, Windows was de facto standaard bij de pc-fabrikanten. Het had de opstap kunnen worden tot een soortgelijk systeem voor mobiele toestellen. Maar Microsoft miste de trein en kon er pas eind 2012 opnieuw op springen. Voorlopig kiest het Finse Nokia voluit voor het mobiele besturingssysteem van Microsoft, nadat was gebleken dat zijn eigen software voor smartphones de concurrentie niet aankon. Maar Nokia blijft marktaandeel verliezen, en het ziet er dus niet naar uit dat Microsoft kan uitgroeien tot de hofleverancier van besturingssystemen en software zoals in het pc-tijdperk. De Amerikaanse reus lijkt dat ook in te zien, en werkt volop aan de transformatie van softwareontwikkelaar naar hardwareproducent en dienstenleverancier. Maar het afgelopen kwartaal zat het met bijna 900 miljoen dollar aan onverkochte Surface-tablets opgescheept, terwijl de concurrentie de vraag amper kan bijhouden. Het is de voornaamste reden waarom Microsoft vorige maand een ingrijpende reorganisatie aankondigde (zie kader Eén Microsoft). Het moet wel groeien in het mobiele segment, want de klassieke pc's boeren achteruit. Voorlopig speelt Google de eerste mobiele viool. Zijn Android-besturingssysteem zit in 60 procent van alle verkochte smartphones. De kassa rinkelt voor Google, zou je dan denken, maar het tegendeel is waar. Google geeft -- in tegenstelling tot Microsoft -- zijn systeem gratis weg aan iedereen die het wil gebruiken. Het plan oogde goed: zo snel mogelijk een dominant marktaandeel halen en geld verdienen via mobiele advertenties op zijn populaire webservices. Dat laatste lukt onvoldoende. De inkomsten uit mobiele advertenties groeien sterk, maar zijn een hoop minder rendabel dan de klassieke internetadvertenties. Een ander bedrijf gaat met de pluimen lopen: Samsung. De grootste smartphonefabrikant ter wereld gebruikt het Android-systeem en heeft een absoluut overwicht bij de goedkope toestellen. In het hogere segment moet het enkel in de Verenigde Staten Apple laten voorgaan. Samsung verdient bovendien ook nog goed aan het succes van Apple, omdat het de belangrijkste onderdelen levert voor de mobiele toestellen van de Amerikaanse elektronicareus. Apple bouwt die relatie stilaan af, maar Samsung worstelt zich op zijn beurt uit de houdgreep van Google. Het Android-besturingssysteem in de nieuwste toestellen van Samsung is zo aangepast dat de link met Google zwakker wordt. Samsung eigent zich stilaan het systeem toe. Net als Microsoft heeft Google geen andere keus dan zelf hardware te produceren. Via het in 2011 overgenomen Motorola Mobility zal het binnenkort een nieuwe lijn van high-end smartphones lanceren, de Moto X, die de strijd moet aangaan met de iPhone en de Samsung Galaxy. Winst maken met mobiele technologie is niet gemakkelijk in een markt die door Samsung en Apple wordt gedomineerd. Motorola, BlackBerry, Nokia, Microsoft en HTC weten er alles van. Apple en Samsung slokken wereldwijd samen bijna alle winst op. Nochtans is succes met tablets en smartphones cruciaal om te overleven in de 21ste eeuw. Met de dag wordt duidelijker dat zich een nieuw ecosysteem ontwikkelt in de consumentenelektronica. Auto's, koelkasten, televisies en tal van andere apparaten krijgen mettertijd elektronica ingeplant waarmee alles met alles verbonden wordt. Maar de lat ligt hoog. In de hardwareontwikkeling komt het er niet alleen op aan voldoende expertise te hebben, maar ook voldoende schaalgrootte. De software moet voldoende aantrekkelijk zijn voor applicatieontwikkelaars die het ecosysteem kunnen verrijken. Wie wil een app schrijven voor een systeem dat nauwelijks iemand gebruikt? Bovendien mogen de fabrikanten in de marketing en de distributie geen steken laten vallen. Iedere misstap wordt afgestraft. Apple lanceerde pas vorig jaar een grotere smartphone, nadat het te lang had vastgehouden aan de volgens het bedrijf ideale afmetingen. Samsung had toen al grotere schermen voor zijn standaardmodellen en bracht ook een nog groter model uit dat bijna niet in één hand te houden is. Het kreeg de naam 'phablet', telefoon en tablet in één. Het werd een succes, vooral bij de jongeren, die jarenlang met een iPhone hadden rondgelopen. Apple had te laat gemerkt dat jongeren een gigantische smartphone verkiezen boven een smartphone én een tablet, simpelweg omdat die te duur zijn.STIJN FOCKEDEYSamsung probeert zich uit de houdgreep van Google te worstelen.