De auteur is managing editor Verenigde Staten van Financial Times.
...

De auteur is managing editor Verenigde Staten van Financial Times.Na drie jaar van spotgoedkoop geld, zal Wall Street heel wat dieper moeten tasten om in 2005 inkomsten en winst binnen te harken. De bankbonzen zullen de druk voelen op hun aandelenkoersen én hun jobs. Maar de moeilijke omgeving zal ook kansen bieden aan een nieuwe generatie van topbankiers, van wie verscheidene meteen in het middelpunt van de belangstelling zullen staan. Die mannen - het kruim van Wall Street bestaat op een of twee uitzonderingen na nog uitsluitend uit mannen - zijn van een heel ander slag dan de zelfverzekerde investeringsbankiers en effectenmakelaars die de plak zwaaiden tijdens de dotcombubbel. James Dimon, chief operating officer en voorzitter van J.P. Morgan Chase, is de meest illustere topper. Geboren in New York in een familie van beursmakelaars, werd ruwe bolster Dimon ooit getipt voor de topbaan bij Citigroup, maar hij werd opzijgezet door zijn vroegere mentor Sandy Weill. Nu, na de fusie van 58 miljard dollar tussen J.P. Morgan en zijn eigen Bank One, krijgt hij een tweede kans om de kroon te grijpen. Dimon zit in de laatste rechte lijn om de job over te nemen van William Harrison, de hoofse zuiderling wiens Chase Manhattan in september 2000 J.P. Morgan opslorpte in een fusie tussen ongelijke partners. Insiders houden stellig vol dat Harrison zich niet uit zijn job zal laten zetten als voorzitter en CEO, vooraleer een tweejarig interregnum afloopt in 2006. Dimon zal dan ook de dagen aftellen in 2005. Net zoals Chuck Prince, de nieuwe baas van Citigroup, moet Dimon de voordelen van schaalvergroting kunnen aantonen. In tegenstelling tot Citigroup, is J.P. Morgan Chase geen voor de hand liggende nummer een in om het even welke business, tenzij misschien in de afgeleide producten. Het ontbreekt de firma aan een makelaardij om te kunnen concurreren met bedrijven als Merill Lynch. Haar activiteiten als investeringsbank moeten optornen tegen Goldman Sachs, Morgan Stanley en de veelbelovende UBS. Ze moet ook de strijd aangaan met de retailgrootmacht die Bank of America aan het samenstellen is. Dimon heeft een grootscheepse transactie niet uitgesloten, maar een nieuwe fusie lijkt in 2005 onwaarschijnlijk. Wat wel verwacht mag worden, is dat er nog meer efficiëntie uit het bedrijf zal geperst worden en nog meer lagen van het management afgestript zullen worden. Bij Citigroup moet intussen advocaat Chuck Prince bewijzen dat hij zelf groei kan genereren. De grandioze winst in 2003-2004 werd aangevreten door buitengewone provisies, nodig om rechtszaken te regelen in verband met WorldCom en andere bedrijfsschandalen. Prince zal in 2005 op de voorgrond treden en mag meteen bewijzen dat hij groot genoeg is om in Weills voetstappen te treden. Een andere nieuwkomer om in het oog te houden, is Lloyd Blankfein, de favoriet om Hank Paulson op te volgen bij Goldman Sachs. Een gevaarlijke job voor iemand met ambitie. Paulson zegt dat hij in zijn stoel blijft zitten, maar Blankfein is nu al een zeer populaire manager. Wie zich eveneens zullen onderscheiden zijn Warren Spector (COO van Bear Stearn), Joe Gregory (COO bij Lehman Brothers) en Vikram Pandit, de briljante strateeg van Morgan Stanley. Zij - en een handvol andere rijzende sterren - zullen wedijveren om het meest glorieuze antwoord te kunnen tonen op de grootste vraag van 2005: waar zal de groei vandaan komen? Lionel BarberDe bank-bonzen van Wall Street zullen de druk voelen op hun aandelen-koersen én hun jobs.