Tussen 1940 en 1944 nam Parijs een aparte plaats in, vooral in de Duitse perceptie. Over de lichtstad tijdens de bezetting is nu een boek uit. Voor de Duitse bezetter was Parijs niet zomaar een stad, maar een "heuse Europese parel" (dixit Adolf Hitler). Het fotoverslag van zijn bezoek eind juni 1940 aan de stad schetst eerder een beeld van een toerist dan van een bezetter. Hij poseerde voor de Eiffeltoren en bezocht het graf van Napoleon. Voor de stad werd overigens niet gevochten, met als gevolg dat ze intact door de Blitzkrieg kwam. De Franse hoofdstad werd achteraf ook in grote mate gespaard van geallieerde bomba...

Tussen 1940 en 1944 nam Parijs een aparte plaats in, vooral in de Duitse perceptie. Over de lichtstad tijdens de bezetting is nu een boek uit. Voor de Duitse bezetter was Parijs niet zomaar een stad, maar een "heuse Europese parel" (dixit Adolf Hitler). Het fotoverslag van zijn bezoek eind juni 1940 aan de stad schetst eerder een beeld van een toerist dan van een bezetter. Hij poseerde voor de Eiffeltoren en bezocht het graf van Napoleon. Voor de stad werd overigens niet gevochten, met als gevolg dat ze intact door de Blitzkrieg kwam. De Franse hoofdstad werd achteraf ook in grote mate gespaard van geallieerde bombardementen. Tijdens de bezetting leek alles zijn gang te gaan. Winkels heropenden en de Parijzenaren flaneerden over de straten zoals ze dat altijd hadden gedaan. Heel wat Parisiennesvielen voor de charmes van de Duitse soldaten. Naast de twintigduizend man sterke bezettingsmacht (toch in het begin, achteraf was de aanwezigheid van velen op andere fronten nodig) was de stad ook een typische bestemming voor Duitse militairen die verlof hadden. Het verhaal van de horizontale collaboratie is al vaker behandeld, tot in de sferen van de psychologie. Irène Némirovsky bracht ooit de aantrekking van die Duitse mannelijkheid in contrast met de nederlaag aan het front van de eigen Franse mannen. Naarmate de oorlog vorderde, wijzigde het klimaat. De schaarste nam toe en de anti-Joodse politiek (Parijs huisvestte twee derde van alle Franse Joden) werd scherper. Het trieste hoogtepunt was la grande rafle, een massale arrestatie van Joden in juli 1942. De auteur Ronald Rosbottom brengt vooral het relaas van de modale Parijzenaar. De ambiguïteit waarin die vertoefde was complexer dan vaak werd aangenomen. Misschien nog meer dan elders was de manier waarop de Fransen met de bezetting van hun hoofdstad omgingen door en door grijs. Uiteraard trachtte men pragmatisch te zijn, anderzijds was en bleef die Duitse aanwezigheid een bezetting. Typisch Frans leidde het tot ellenlange discussies over wat nu precies het verschil tussen verzet en weerstand is. Er waren verschillende leidraden: wees hoffelijk, maar niet te vriendelijk. Ga er niet lijnrecht tegen- in, maar toon onverschilligheid of zelfs dedain. Die houding viel ook de Duitsers op. Men had het over een 'stad zonder gelaat'. In tegenstelling tot wat Hitler op het einde had bevolen, werd Parijs bij de terugtrekking in 1944 niet vernietigd. Hiervoor moest stevig ingepraat worden op Dietrich von Cholitz, de officier die het er op het moment van de bevrijding voor het zeggen had. Dat het precies Franse troepen waren die als eerste Parijs binnentrokken, was een belangrijk signaal. Charles De Gaulle was zich daar als geen ander van bewust en kon de overige geallieerden overhalen in te stemmen met dit symbool. Na zo'n 1500 dagen van bezetting ging het licht weer aan in de lichtstad, maar de problemen waren niet van de baan. Er volgde de chaos van de repressie. Ronald C. Rosbottom, Toen het licht uitging in Parijs. De lichtstad tijdens de Duitse bezetting, 1940-1944, Spectrum, 2015, 509 blz., 39,99 euro MICHAËL VANDAMME