De auteur is voorzitter van het Centre for Economic Policy Research.
...

De auteur is voorzitter van het Centre for Economic Policy Research. Na zijn verrassende overwinning in de verkiezingen van maart 2004, was de Spaanse socialistische eerste minister José Luis Rodriguez Zapatero er als de kippen bij om een scherpe en populaire koerswending door te voeren. Hij organiseerde de terugtrekking uit de oorlog in Irak, kroop dichter aan tegen Frankrijk en Duitsland, en hielp als goede Europeaan de nieuwe grondwet van de Europese Unie deblokkeren. In eigen land beloofde hij te sleutelen aan de gelijke behandeling van de geslachten. Nieuwe wetten laten huiselijk geweld tegen vrouwen bestraffen en geven homo's de mogelijkheid om te trouwen en kinderen te adopteren. Zapatero schrapte ook een omstreden plan om een rivier om te leiden, verhoogde het minimumloon en bezwoer werkgevers en vakbonden om samen te werken om jobs te creëren. Zijn populariteit ging pijlsnel de hoogte in. Maar 2005 zal voor Zapatero heel wat stroever verlopen. Spanje staat - van zijn economie tot zijn politiek - voor een overgangsfase waarop het nog niet helemaal voorbereid is. Het zou wel eens een hobbelige rit kunnen worden. Met op zijn minst zeven zware problemen. Jarenlang slaagde Spanje erin om een enorme stroom van buitenlandse investeringen aan te trekken, dankzij zijn uitstekende mix van lage arbeidskosten en redelijke productiviteit. Dat is niet langer zo. Die investeringen vloeien nu naar Oost-Europa en Azië. Spanje beleeft een exodus van zijn verwerkende industrie en zijn dienstensector. In de toekomst zal het land moeten concurreren met betere innovatie, onderzoek en ontwikkeling. Spanje was ooit de geliefkoosde bestemming van Europese toeristen op zoek naar zon en goedkope hotels, drank en tabak. Nu moet het zijn infrastructuur optrekken naar een rijker en veeleisender niveau. Dat het land sneller kon groeien dan het Europese gemiddelde was in de eerste plaats te danken aan het feit dat het door de toetreding tot de EU kon profiteren van een grote toevloed van kapitaal in de jaren tachtig. Daarna kon de interest dalen door de invoering van de euro. Bovendien ving het meer dan 100 miljard euro aan EU-transfers sinds het toetrad in 1986. De nieuwe uitbreiding van de Unie schept marktkansen, maar vormt ook een bedreiging voor de concurrentiekracht: de armere nieuwe lidstaten bieden hooggeschoolde en goedkope arbeidskrachten aan. Ze zullen geld aantrekken dat vroeger naar Spanje ging, dat dan ook een nettobijdragebetaler zal worden aan de Europese schatkist. Spanje zal moeten leren concurreren zonder de hulp van Brussel. De Spanjaarden leven langer en krijgen minder kinderen (het geboortecijfer behoort tot de laagste in Europa). De vergrijzing slaat toe. Spanje was tot voor kort een netto-uitvoerder van mensen, maar nu dreigt het een grote invoerder te worden. Het moet een aanvaardbare manier vinden om honderdduizenden immigranten, die elke dag binnenkomen uit Afrika, Latijns-Amerika en Oost-Europa (nu al 5 % van de bevolking) op te vangen. Voor een land dat immigratie niet gewoon is en een lage tewerkstellingsgraad kent, is dat een zware opgave. De eeuwige uitdaging om een evenwicht te vinden tussen centrale en regionale overheden wordt almaar moeilijker. Hoe kan er rekening gehouden worden met de steeds dringender vraag van Baskische en Catalaanse nationalisten naar meer zelfbestuur, zonder voor hen nieuwe privileges te scheppen ten koste van de andere regio's? Zapatero zit opgezadeld met zijn genereuze verkiezingsbeloften (die hij deed toen hij nauwelijks kans leek te maken om te winnen). De beloofde middelen voor onder meer sociale dienstverlening, onderwijs, huisvesting, gezondheidszorg, infrastructuur, en onderzoek en ontwikkeling zijn misschien niet helemaal in overeenstemming met de doelstelling van de regering voor een nultekort op de begroting. Gelukkig zal de economie met zowat 3 % aangroeien, iets meer dan in 2004. Als Zapatero zijn politiek kapitaal verstandig uitgeeft, zal hij de uitdaging van Spanjes nieuwe overgang aankunnen. Maar zijn wittebroodsweken zullen gauw voorbij zijn. Guillermo de la DehesaSpanje staat û van zijn economie tot zijn politiek û voor een overgangs-fase waarop het nog niet helemaal voorbereid is.