De Belgische sociale zekerheid stevent dit jaar af op een tekort dat 0,8 procent van het bbp en volgend jaar op een tekort van 1 procent (3,5 miljard euro). Ze legt een steeds groter beslag op onze overheidsfinanciën. Toch behoren de gemiddelde pensioenen in België tot de laagste van Europa. Bovendien rijst de vraag of we ons morgen onze sociale zekerheid nog kunnen veroorloven. Dus is het systeem dringend aan hervorming toe. In Onze sociale zekerheid: anders en beter lanceert Danny Pieters, specialist socialezekerheids-
...

De Belgische sociale zekerheid stevent dit jaar af op een tekort dat 0,8 procent van het bbp en volgend jaar op een tekort van 1 procent (3,5 miljard euro). Ze legt een steeds groter beslag op onze overheidsfinanciën. Toch behoren de gemiddelde pensioenen in België tot de laagste van Europa. Bovendien rijst de vraag of we ons morgen onze sociale zekerheid nog kunnen veroorloven. Dus is het systeem dringend aan hervorming toe. In Onze sociale zekerheid: anders en beter lanceert Danny Pieters, specialist socialezekerheids- recht, een aantal innoverende voorstellen om tot een beter werkende sociale zekerheid te komen. Danny Pieters is een N-VA'er en dus kunnen we denken dat zijn boek één pleidooi is voor een regionalisering van de sociale zekerheid. Daar gaat het boek echter niet over. De auteur benadrukt weliswaar dat hij voorstander blijft van een verdere overheveling van bevoegdheden op het vlak van sociale zekerheid naar de deelstaten, maar tegelijk roept hij de Vlamingen op om na te denken over de manier waarop die sociale zekerheid georganiseerd moet worden. Het boek bevat een waslijst van voorstellen en het zijn vooral die op het domein van de pensioenen en de werkloosheidsuitkering die opvallen. Zo pleit Pieters ervoor dat elke euro bijdrage meer ook moet leiden tot een hogere uitkering. Uitkeringsplafonds zoals die bestaan in de pensioenen moeten volgens hem verdwijnen. Pieters vindt die plafonds een ondermijning van het pensioenstelsel. Tegelijk moet het herverdelende effect van de sociale zekerheid gehandhaafd worden. Een ander opvallend voorstel is de terug-aan-het-werkverzekering. Die gaat als volgt: de opzegtermijnen bij ontslag worden beperkt tot twee maanden. Vanaf de derde maand treedt een terug-aan-het-werkverzekering in werking. Die neemt de vorm aan van een 'rugzak' (een geldbedrag) die aan de werkloze wordt meegegeven en waaruit hij maandelijks kan putten voor een uitkering gelijk aan een hoog vast percentage van zijn vroeger loon, bijvoorbeeld 75 procent. Deze rugzak wordt gevuld met een bedrag dat vandaag zou worden aangewend om de opzegvergoeding te betalen voor de periode na de eerste twee maanden. Voorts pleit Pieters voor een opsplitsing van de inkomensvervangende tak van de sociale zekerheid (pensioen, werkloosheidsvergoeding) en de inkomensaanvullende uitkeringen (gezondheidszorg, kinderbijslag). Die tweede tak wordt dan gefinancierd door een algemene sociale bijdrage, die door iedereen wordt betaald, ook niet-werkenden. Die ASB hoeft niet - zoals vakbonden wel eens vragen - bovenop de bestaande bijdragesystemen te komen. Wie werkt, kan zijn ASB-bijdrage verlagen in functie van de bijdragen die al worden betaald voor pensioenen en werkloosheidsverzekering. De voorstellen van Pieters zijn zeker het overwegen waard. Wie wil weten hoeveel die maatregelen kosten en opbrengen, moet zelf met een rekenmachine aan de slag. Berekeningen komen in het boek niet voor. (T) Danny pieters, onze sociale zekerheid: anders en beter, pelckmans, 2009, 159 blz, 15,50 euro Alain Mouton