De Damse Vaart met haar iconische bomenrij is een van de mooiste groene plekjes van Vlaanderen. De 14 kilometer tussen Brugge en Sluis nodigen uit om te wandelen, te fietsen en 's winters zelfs te schaatsen. Een toeristische boot vaart van de poorten van Brugge tot in Damme. Het stadje telt 600 inwoners, een tiende van het aantal dat er in zijn economische glorietijd in de middeleeuwen woonde.
...

De Damse Vaart met haar iconische bomenrij is een van de mooiste groene plekjes van Vlaanderen. De 14 kilometer tussen Brugge en Sluis nodigen uit om te wandelen, te fietsen en 's winters zelfs te schaatsen. Een toeristische boot vaart van de poorten van Brugge tot in Damme. Het stadje telt 600 inwoners, een tiende van het aantal dat er in zijn economische glorietijd in de middeleeuwen woonde. "Bij overstromingen was Brugge in de twaalfde eeuw rechtstreeks verbonden met de Noordzee. Vanaf het Zwin lag er een diepe, brede geul. Aan het einde daarvan legde de graaf van Vlaanderen rond 1180 een dwarsdam aan om het hinterland te beveiligen. Daar ontstond Damme", vertelt Jan Hutsebaut, erfgoedmedewerker van de stad. "De plaats werd een belangrijke Brugse voorhaven met lucratieve inkomsten. De ladingen van grote zeeschepen werden er op kleinere overgeladen." "Het Zwin verzandde in de vijftiende eeuw, waardoor de economische betekenis van Brugge verwaterde. Damme werd in die neergang meegezogen en de bevolking decimeerde. Tijdens de latere godsdienstoorlogen werd Damme een versterkte stad met een typisch stervormig grondplan. Tot in de achttiende eeuw was er een garnizoen gelegerd. Dit grensgebied met de Noordelijke Nederlanden bleef eeuwenlang een achtergebleven landbouwstreek." Eind achttiende eeuw stapte Napoleon de wereldgeschiedenis binnen. Dat had ook gevolgen voor het Brugse ommeland. "Het huidige Nederland en België kwamen onder Franse voogdij", zegt Jan Hutsebaut. "In 1803 stelde de Brugse kamer van koophandel een petitie op om een kanaal te graven naar Sluis en vandaar naar de Noordzee. De Bruggelingen waren sinds de verzanding van het Zwin een uitweg naar zee blijven zoeken. Waterwegen waren toen de snelste en efficiëntste manier om goederen en personen te vervoeren. Ze waren de snelwegen van die tijd." Hutsebaut en collega-historici maakten een tentoonstelling over tweehonderd jaar Damse Vaart. Ze doken in de archieven om de geschiedenis van het kanaal uit te spitten. "Het bronnenmateriaal biedt verrassende nieuwe inzichten, maar laat ook hiaten zien. Zo kunnen we niet in het hoofd van Napoleon kijken. Geloofde hij in het economische belang van het kanaal? Of was hij meer geïnteresseerd in de militair-strategische belangen?" Tijdens de slag bij Trafalgar in 1805 werd de Franse vloot vernietigd en verwierven de Britten de heerschappij over de wereldzeeën. "Napoleon kon niet meer op de Noordzee. Toch wilde hij tot elke prijs een verbinding tussen Duinkerke en Antwerpen, zijn twee oorlogshavens. Met een kanaal tussen Brugge en Breskens, via Sluis, kon hij de Westerschelde en Antwerpen bereiken. Dat er via die nieuwe vaarroute ook goederen konden worden getransporteerd, was mooi meegenomen." In 1807 nam het parlement in Parijs een wet aan om het kanaal aan te leggen. "Eigenlijk verliep de hele procedure heel hedendaags. Het toenmalige Leiedepartement (min of meer de provincie West-Vlaanderen) hief een speciale belasting en schreef een aanbesteding uit." "De aannemer De Brock uit Oostende haalde de opdracht binnen voor het traject Brugge-Sluis. Later werd die opdracht opgesplitst in een deel Brugge-Fort Sint-Donaas en Fort Sint-Donaas-Breskens. In 1812 werd een achthonderdtal Spaanse krijgsgevangenen ingeschakeld om mee te graven. Ze verbleven in barakken in de buurt van het bekende restaurant De Siphon." In 1815 was het kanaal gegraven van Brugge tot net voor Damme en van Damme tot Oostkerke. Napoleon verdween van het toneel, maar België en Nederland bleven één. Het nieuwe bewind geloofde in het belang van het kanaal. De graafwerken gingen door. "In Damme werden bestaande waterwegen opgevuld. Een deel van de stad werd onteigend en verdween in het water, omdat het kanaal dwars door de stad sneed." "Toen België in 1830 onafhankelijk werd, lag de vaart tot een kilometer voor Sluis. De eerste jaren was het nieuwe koninkrijk in staat van oorlog met Nederland en wierp België strategische dammen op in het kanaal. Pas na de wapenstilstand van 1839 werd het kanaal bevaarbaar. Een barge (houten trekschuit) vervoerde personen en goederen tot een kilometer voor Sluis. Het duurde tot 1857 voor het laatste stukje kanaal werd aangelegd." "De polderboeren gebruikten de barge en later de stoomboot om hun oogst naar de markt van Brugge of bieten naar de suikerfabriek van Sluis te verschepen. In de tweede helft van de negentiende eeuw verrezen ook steenbakkerijen langs de vaart, ze bleven tot in de jaren tachtig bestaan. Aan de commerciële scheepvaart kwam in 1940 een einde." "Napoleons plan om het kanaal door te trekken tot in Breskens is nooit uitgevoerd, omdat België en Nederland daar geen belang bij hadden. De economische betekenis van het kanaal is niet groot. Deze streek is vooral een agrarisch gebied, in een afgelegen uithoek van het land. Maar we profiteren er natuurlijk wel nog van", zegt Hutsebaut. "De vaart lokt veel toeristen. Dat is niet nieuw. Langs het kanaal ontstond een kunstenaarskolonie die je kunt vergelijken met die aan de Leie in Sint-Martens-Latem. Onder meer Constant Permeke kwam zich hier laven aan het natuurschoon. Op het laatste briefje van 1000 Belgische frank stond de schilder met zijn boot, Klinge 016, terwijl hij op de Damse Vaart voer." Tweehonderd jaar Damse Vaart wordt gevierd met een tentoonstelling, culinaire evenementen, een zoektocht en theaterfietstochten. www.200jaardamsevaart.be FREDERIC EELBODE"Napoleon wilde tot elke prijs een verbinding tussen Duinkerke en Antwerpen, zijn twee oorlogshavens"