Het is geen goed idee om nu nog aandelen te kopen van beurzen die het in de afgelopen periode schitterend hebben gedaan. Het is beter te focussen op de achterblijvers, op voorwaarde dat die waar voor hun geld bieden en het nodige potentieel hebben.
...

Het is geen goed idee om nu nog aandelen te kopen van beurzen die het in de afgelopen periode schitterend hebben gedaan. Het is beter te focussen op de achterblijvers, op voorwaarde dat die waar voor hun geld bieden en het nodige potentieel hebben. In de bijgevoegde tabel vindt u een overzicht van de prestaties van alle wereldbeurzen herberekend naar EUR. Van 1 januari 2009 tot nu zijn vier beursindexen erin geslaagd om een stijging van meer dan 100 % neer te zetten. Rusland (+112,55 %) is de absolute koploper, gevolgd door Argentinië (+108,20 %), Oekraïne (+105,62 %) en Peru (+104,56 %). Een trapje lager vinden we Sri Lanka (90,19 %) Kazachstan (+85,37 %) en Indonesië (+81,61 %) terug. Opvallend zijn de fraaie prestaties van de BRIC-landen. Over Rusland hebben we het al gehad, maar China (+80,70 %), Brazilië (+79,99 %) en India (+78,28 %) staan eveneens op een kluitje in het koppeloton. Erg verrassend zijn die prestaties niet, want deze landen trekken nu eenmaal de economische trein. De eerste twee Europese landen zijn Hongarije (+72,31 %) en Roemenië (+71,14 %). Opvallend is de slechte prestatie van de West-Europese aandelenmarkten. Luxemburg (+33,08 %) staat op de 45ste plaats, terwijl België (+31,58 %), Nederland (+29,56 %), Ierland (+23,38 %), het Verenigd Koninkrijk (+21,09 %), Duitsland (+21 %) en Frankrijk (+18,89 %) nog verder achterophinken. Ook de prestatie van de Dow-Jones (+18,88 %) is niet om over naar huis te schrijven. Niet minder dan elf aandelenindices staan momenteel lager dan begin dit jaar, toch als we kijken naar hun prestatie in EUR. De zwakste prestatie komt op naam van Bermuda, waar de index op een jaar tijd 41,60 % inleverde. De lijst telt verder overwegend Afrikaanse landen, zoals Tanzania (-1,60 %), Marokko (-7,07 %), Kenia (-10,35 %) en Nigeria (-32,06 %). Ook de olieproducenten Koeweit (-4,84 %) en Bahrein (-20,03 %) bevinden zich in het hoekje waar de klappen vallen. Daar treffen we ook drie Europese landen aan: Bosnië-Herzegovina (-0,86 %), IJsland (-17,86 %), waar de banksector in elkaar is gestort, en Slovakije (-21,13 %). De enige wereldbeurs die ter plaatse trappelde, is de Japanse. De hausse van de leidinggevende Nikkei-index bleef immers beperkt tot een magere +6,57 %. Sinds de top van 1987 ligt de Japanse beurs al op apegapen, maar toch zijn er redenen om in Japanse aandelen te stappen. De aarzelende houding van de laatste maanden is te wijten aan de sterke yen (JPY). Sinds de top van juni 2007, toen er 123 JPY werd neergeteld voor 1 USD, is de yen gestegen tot 80 JPY voor 1 USD. Ten opzichte van de EUR is de hausse van de Japanse munt echter beduidend kleiner. Toch bieden volgens Schroder Japanse smallcaps kansen. Sommige bedrijven zijn immers sterke spelers in gestaag groeiende markten als generieke geneesmiddelen, medische apparatuur, de milieusector en machinefabricage. Die kleinere Japanse bedrijven zijn minder exportgericht. Omdat weinig analisten de kleinere Japanse aandelen volgen, biedt dat kansen voor fondsbeheerders. De belangrijkste posities van het Schroder ISF Japanese Smaller Equities zijn Musashi Seimitsu Industry (retail), Nabtesco (industriële materialen), Tokai Tokyo Securities (financiële diensten), Fujikura Kasei (industriële materialen) en Nichi-iko Pharmaceutical (gezondheidszorg). Sinds de top van 2006 is de koers van het fonds gehalveerd. Het krijgt van Morningstar vier sterren. Door Etienne Langerwerf