De projecten die nu en de komende maanden opgestart worden, krijgen nog twintig jaar steun. Dus moesten we dringend een aantal zaken bijstellen", legt de woordvoerder van de minister van Energie, Freya Van den Bossche, uit. De rekening loopt te hoog op en moet verminderd worden. Daar blijft het niet bij. Vanaf februari wil het kabinet het systeem grondig evalueren samen met de sector.
...

De projecten die nu en de komende maanden opgestart worden, krijgen nog twintig jaar steun. Dus moesten we dringend een aantal zaken bijstellen", legt de woordvoerder van de minister van Energie, Freya Van den Bossche, uit. De rekening loopt te hoog op en moet verminderd worden. Daar blijft het niet bij. Vanaf februari wil het kabinet het systeem grondig evalueren samen met de sector. Het certificatensysteem is een van de maatregelen van de Vlaamse regering om te voldoen aan de Europese klimaatdoelstellingen om tegen 2020 13 procent hernieuwbare energie op te wekken. Wie in België een windmolen bouwt of zonnepanelen op zijn dak legt, wordt vergoed. Ten eerste ontvangt hij een vergoeding voor de elektriciteit die hij opwekt en die wordt doorverkocht aan de netbeheerders. Daarnaast zijn er federale en soms nog gemeentelijke subsidies. Maar de hoofdbrok komt van de groenestroomcertificaten. Dat is een duur systeem, berekende energie- en milieu-econoom Aviel Verbruggen van de Universiteit Antwerpen. De methode om via certificaten de ontwikkeling van groene energie te steunen, kostte aan Vlaanderen tussen 2002 en 2007 een frisse 838 miljoen euro. Indien we de Duitse werkwijze hadden gevolgd, zouden we zijn uitgekomen op 301,3 miljoen euro: een verschil van 537 miljoen. "Iedereen die het wilde weten, zag deze massale oversubsidiëring aankomen." Iedereen is het erover eens dat de subsidies moeten worden afgebouwd. Ook Bart Bode, algemeen directeur van de hernieuwbare-energiefederatie Ode Vlaanderen, gaat daarmee akkoord. "Maar de afbouw moet stapsgewijs gebeuren, zodat de bedrijven voldoende tijd hebben om zich aan te passen. Nu wordt gespeeld met de werkgelegenheid van 10.000 mensen." Om de energieleveranciers te stimuleren om groene stroom te produceren, zijn ze verplicht een bepaald percentage groenestroomcertificaten voor te leggen. Maar zelfs na het behalen van hun quota, blijft de subsidiestroom vloeien. Ook voor een investering in groene energie die op zich al rendabel is, blijven de subsidies doorgestort worden. "Maar als de energieleveranciers hun percentage certificaten hebben, zou de waarde van een stroomcertificaat eigenlijk nul moeten zijn", stelt Frank Vandermarliere, directeur van het economisch departement van de techno-logiefederatie Agoria. "Maar wij blijven met minimumprijzen voor een certificaat werken. Dat zijn twee logica's die elkaar doorkruisen." Niet alleen het aantal certificaten dat wordt uitbetaald, ligt onder vuur, ook de vastgelegde minimumprijs. Die wordt nu bepaald aan de hand van de zogenaamde onrendabele top. Dat is het totaal aan inkomsten dat investeerders moeten genereren uit de productie van groene energie om een rendement van 15 procent op eigen vermogen over te houden. Het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO) voert die berekening om de drie jaar uit. Critici vinden de berekening veel te algemeen. Daardoor betaalt de overheid voor sommige projecten te veel en voor andere misschien te weinig. Voor zonnepanelen op privéwoningen wordt uitgegaan van een installatie van 4 megawattpiek. "De onrendabele top voor 2 of 6 megawattpiek kan volledig anders zijn", zegt Bode van Ode Vlaanderen. "Zonder op de evaluatie vooruit te willen lopen, lijkt het mij logisch dat die berekeningen sneller moeten gebeuren, aan de hand van een ongecontesteerde evaluatiemethode", meent Van Holen van het kabinet-Van den Bossche. "Al zijn we wel overtuigd van de juistheid van de studie. We hebben de kritiek van de sector onderzocht en meer dan 90 procent daarvan kunnen weerleggen." Toch blijft de onvrede over de groenestroomcertificaten bestaan. "Het Vlaamse systeem maakt eigenlijk geen onderscheid tussen de soorten technieken die gebruikt kunnen worden", vindt Verbruggen. "Als je voedsel zou subsidiëren per kilo, dan komt ook de hele wereld vol maïs of aardappelen te staan, omdat die veel tonnage opbrengen per hectare. Hetzelfde zie je in Vlaanderen. Biomassa brengt het snelste op en helpt om het magische cijfer van 6 procent hernieuwbaar in 2010 te halen. Bovendien wordt de prijs van een certificaat berekend op de marginale kostprijs van de moeilijkste en duurste manier om de energie op te wekken. Iedereen die een iets eenvoudiger of goedkoper technologie hanteert, kan dan genieten van windfallprofits." Dat zijn extra inkomsten, waar geen prestaties tegenover staan omdat de marktprijs een stuk hoger ligt dan voor die technologie zou moeten. Bij Agoria, de sectorfederatie van de technologische industrie, pleit directeur-generaal Wilson De Pril voor een grondige herziening. "Het systeem heeft te weinig aandacht voor innovatie. Hernieuwbare energie heeft nog een tijdje subsidies nodig. Maar het certificatensysteem beloont te weinig de meer innovatieve oplossingen. Dan blijf je de verbranding van biomassa in steen-koolcentrales met verouderde technologie ondersteunen en dat kan niet de bedoeling zijn." Voor verbeteringen aan het Vlaamse systeem wordt vooral naar de buurlanden gekeken. De nieuwe Engelse regering maakte enkele weken geleden bekend af te willen van de renewable obligation, zeg maar hun versie van het certificatensysteem, en over te willen stappen op een feed in systeem zoals in Duitsland (zie kader In Duitsland en Nederland). Al is niet iedereen overtuigd dat het in het buitenland beter is. Bode: "Ik betwijfel of een feed in-systeem zoveel beter is, zowel in zekerheid voor de sector als in kostprijs voor de maatschappij. Nederland evolueert trouwens richting een certificatensysteem. Zolang niet bewezen is dat een ander systeem echt beter is, kunnen we beter het huidige bijsturen. In Vlaanderen moeten de distributienetbeheerders bijvoorbeeld de groenestroom-certificaten opkopen. Dat kan wellicht beter gebeuren door de leveranciers, zodat die dat dadelijk in hun prijszetting kunnen meenemen." Ook Verbruggen staat huiverachtig tegenover de aanpak bij onze noorderburen. "Nederland is dikwijls een voorbeeldland, maar hun hernieuwbare-energiebeleid is een complete chaos. Ze zwalpen al tien jaar." Van Holen: "Het is niet erg om bepaalde technologieën goed te subsidiëren. Maar een businessmodel waarbij bedrijven hun winst maken door daken te huren, en in ruil voor goedkopere elektriciteit voor de eigenaar van de daken, zelf de groenestroomcertificaten in te palmen, lijkt me oversubsidiëring. Voor kmo's en kleine installaties blijven zonnepanelen trouwens nog altijd een rendabele investering." CELINE DE COSTER EN LUC HUYSMANS"Het huidige systeem beloont te weinig innovatie" (Wilson De Pril)"Er wordt gespeeld met de werkgelegenheid van 10.000 mensen" (Bart Bode)