Monica Prasad, The Land of Too Much. American Abundance and the Paradox of Poverty, Harvard University Press, 2012, 344 blz, 36 euro
...

Monica Prasad, The Land of Too Much. American Abundance and the Paradox of Poverty, Harvard University Press, 2012, 344 blz, 36 euroHuey Long, senator en gouverneur van Louisiana, introduceerde in de eerste helft van de jaren dertig een term die een begrip werd in de Amerikaanse economische geschiedschrijving. Met 'The land of too much' verwees hij naar de Amerikaanse boeren, die het slachtoffer waren van hun eigen succes. Door grote oogsten daalden de prijzen en kwamen de landbouwers in financiële problemen. Europese landen sloten in volle Grote Depressie bovendien hun grenzen uit een protectionistische reflex. In de Verenigde Staten werd een oplossing gezocht door massaal krediet te verstrekken aan armlastige boeren. In The Land of Too Much. American Abundance and the Paradox of Poverty brengt Monica Prasad het verhaal van de arme boeren uit de jaren dertig en maakt ze een sprong naar de huidige Amerikaanse samenleving met haar sterk toegenomen ongelijkheid. Prasad doceert onder meer politieke sociologie aan de Northwestern University. In dit boek doorprikt ze de hardnekkige mythe van de zwakke of minimale Amerikaanse staat. Het zogenaamde gebrek aan een sterke staat is volgens veel mensen de standaardverklaring voor de armoede in het land. Prasad citeert in het boek haar collega William Novak, die in eerdere werken aantoonde dat de overheidsbemoeienis in de VS zo mogelijk nog groter is dan bij ons. Een voorbeeld: het gevaarlijke medicijn Thalidomide, dat in Europese landen verantwoordelijk is voor talrijke geboorteafwijkingen, raakte in de VS nooit goedgekeurd. De overheid, via de Food & Drug Administration (FDA), kon de toelating ervan telkens uitstellen. Als de grote armoede in de VS niet te wijten is aan een 'kleine overheid', moet er volgens Prasad een andere verklaring zijn. Volgens haar zeer gedegen onderzoek is de verklaring dat de VS al vanaf de jaren dertig massaal ingezet hebben op kredietverlening. "Er bestond het waanidee -- dat ook nu nog leeft -- dat een aantal rijke families zoals de Rockefellers het geld bijhielden, waardoor de gewone mensen niet genoeg geld hadden om te consumeren." Het gevolg was dat de consumptie opgedreven werd via kredieten. Prasad noemt het mortgage Keynesianism. Het is dan ook verkeerd te stellen dat de Amerikaanse private schuldopbouw iets is van pakweg de voorbije kwarteeuw. De kredietverlening nam in de jaren dertig al een hoge vlucht. Dat was in Europese landen in diezelfde periode veel minder of niet het geval. Daar werd een groeimodel opgebouwd op basis van investeringen en export. De auteur toont in deze intellectuele tour de force met talrijke grafieken aan dat die ongebreidelde kredietverlening in de VS een belemmering vormt voor een gerichte armoedebestrijding. De recent verplichte ziekteverzekering voor een bijkomend aantal Amerikanen zal daar volgens de auteur weinig aan veranderen. En Joe Sixpack mag dan wel minder schulden hebben dan enkele jaren geleden, hij blijft consumptieverslaafd. Dat dat nog zal leiden tot drama's als de vastgoedcrisis van 2007 en de financiële crisis van 2008 staat buiten kijf. THIERRY DEBELS